Interview
Dean Owens: reiziger in muziek
Nederlandse muziekliefhebbers sloten Dean Owens direct in de armen toen kort na de coronajaren de plaat Sinners’ Shrine verscheen en hij ook voor optredens naar ons land kwam. Die plaat was het resultaat van een geslaagde samenwerking met Joey Burns en John Convertino, maar Owens bewees daarna ook zonder de heren van Calexico minstens zulke goeie albums te kunnen maken. De komende weken is hij weer in ons land, voor het festival Ramblin’ Roots in Utrecht en optredens in acht andere steden.
Tekst Eddie Aarts
Hoe de Schotse singer-songwriter een eersteklas americana-artiest werd – waarbij ook ‘tussenstops’ in Nederland en Italië van belang bleken – blijft een mooi verhaal. Nederland leerde Owens kennen toen Bert Pijpers van Continental Record Services en Me & My Music midden in een heel ongewone periode zijn platen begon uit te brengen en te promoten. “Het was een rare tijd, met die lockdowns. Maar ik kwam met Bert in contact en sindsdien hebben we samen een aantal platen uitgebracht. Hij regelde ook dat we hier konden spelen. Dat betekent veel voor me, want hier spelen is altijd de moeite waard.”
Sinner’s Shrine was een uitstekende plaat en de betrokkenheid van Calexico was uit pr-oogpunt natuurlijk gunstig. Maar ook live overtuigde Owens veel americanafans moeiteloos. Geen toeval, want de Schot verpandde zijn hart al vele jaren eerder aan Amerika en doorliep er een uitgebreide leerschool.
“Ik reis graag en ik zag mezelf altijd al als een soort troubadour. Ik hou ervan nieuwe plekken te ontdekken en heb vermoedelijk het grootste deel van de tijd in Amerika doorgebracht. Een pooslang was ik vooral veel in Nashville en rond Joshua Tree in Californië. Vooral met mijn connecties in Nashville had ik veel mazzel. Het is een grote stad waar zoveel gebeurt dat je er makkelijk helemaal kunt ondersneeuwen. Ik had het geluk dat ik er wegwijs werd gemaakt door vrienden uit The Mavericks. Ik had met ze getourd met mijn eigen band The Felsons en ze nodigden me uit om samen met wat mensen samen te gaan schrijven. Van die songschrijfsessies waarbij je in een kamer wordt gezet met mensen die je nooit eerder hebt ontmoet. Dat was enorm vreemd voor me, maar het werkte. Vooral Paul Deakin, de drummer van The Mavericks, werd een heel goeie vriend. Hij nam me in huis, stelde me voor aan de juiste mensen en nam me mee naar de goede feestjes. Ik was een geluksvogel, want zo gingen er deuren open die anders ongetwijfeld gesloten waren gebleven. Ik kwam er al snel achter dat Nashville niet alleen een plek was voor country, er waren in die tijd ongelooflijk veel acts actief in allerlei genres. Ik was altijd ook al geïnteresseerd in de Amerikaanse geschiedenis en literatuur en gefascineerd door het landschap en was er zo vaak, dat men er in Schotland vanuit ging dat ik was verhuisd. Samen met de muziek maakt dat allemaal deel uit van americana en hoewel ik een Schot ben voel ik me daar enorm op mijn plek.”
Owens, die opgroeide in Edinburgh en tegenwoordig in de buurt van Berwick-upon-Tweed woont, heeft nog altijd zijn thuis in Schotland, maar reizen zit hem in het bloed. Letterlijk. Want een paar jaar geleden ontdekte hij dat zijn voorouders rondtrokken met een circus. Een door hem geïnitieerd project rond Johnny Cash leverde nog zo’n trouvaille op, want Cash’ stamboom bleek terug te leiden naar Schotland. “Ja, Johnny is iemand die we als Schotten graag opeisen” lacht hij. “En hij was er trots op ook, vertelde Rosanne toen ze na zijn dood ons land bezocht. Ze speelt ook op het festival in Utrecht hè? Ik was ooit in Londen haar voorprogramma, min of meer dankzij Will Kimbrough, en heb haar toen heel even gesproken. Misschien loop ik haar nu wel weer tegen het lijf. We hebben aardig wat wederzijdse kennissen.”
Allerhande contacten uit Owens’ adresboekje vormen een rode draad door zijn oeuvre, maar ze belandden daar vaak op wonderlijke manieren. Zo kwam Sinner’s Shrine er dankzij puur toeval.
“Ik sta altijd open voor nieuwe dingen en ga er op uit om die te ontdekken. Ik tourde destijds door de VS, had een week vrij en besloot die in Tucson door te brengen. Ik was geïnteresseerd geraakt in alle bijzondere muziek die daar vandaan kwam. Niet alleen Calexico en Giant Sand, maar ook mariachi. En ik ben dol op het eten daar. Na een paar dagen belandde ik bij een benefietconcert waar Joey Burns meespeelde. Ik liep hem letterlijk op de parkeerplaats tegen het lijf en maakte hem een complimentje voor het optreden. Waarop hij direct opmerkte dat ik ‘niet van daar’ was. We praatten een minuut of twintig over muziek, over hoe de ritmes van keltische muziek en mariachi soms overeenkomen en zo. Hij stelde voor contact te houden. Ik stuurde hem linkjes naar wat van mijn muziek, misschien wel om te bewijzen dat ik niet een of andere kletsmajoor was. En hij stelde na een tijdje voor om in Tucson met John en hem te komen opnemen. Dat was natuurlijk waanzinnig; Calexico was de soundtrack geweest van zoveel roadtrips die ik met mijn vrouw en dochter gemaakt had in het zuidwesten. Het was bijna onwerkelijk om daar in de studio vanuit het zanghok John en Joey aan de andere kant van het glas te zien.”
De opnamen bewerkstelligden hier Owens’ ‘doorbraak’, hij is er uiteraard trots op, maar noemt ze zelf ook een ‘wee sidestep’. De plaat kreeg een sequel in de vorm van El Tiradito – The Curse of Sinner’s Shrine, de ‘score voor een imaginaire Western’ gebaseerd op lokale vertellingen waaraan de ‘Tucson gang’ eveneens meewerkte. Spirit Ridge uit 2025 (net als Sinner’s Shrine voorafgegaan door drie ep’s) voelt als een logisch vervolg en dat is het ook. De plaat werd met opgenomen met een groep Italiaans musici rond coproducer ‘Don Antonio’ Gramienteri.
“John Convertino en ik hadden een extra band omdat we beiden Italiaanse voorouders hebben. Aan Johns naam hoor je dat uiteraard nog altijd af. Bij mij zitten die aan mijn vaders kant. Mijn overgrootvader was leeuwentemmer in het circus en kwam als klein jongetje uit Italië. Terwijl we daarover praatten herinnerde ik me dat Calexico had samengewerkt met de Italiaanse band Sacri Cuori. Ik vond hun plaat erg goed. John vertelde me dat bandleider Antonio een vriend was en introduceerde me. Want ik wilde graag een plaat in Italië maken. Ik ben een groot fan van de Sergio Leone en de filmmuziek van Ennio Morricone, dus zie dit maar als mijn versie van een spaghettiwesternsoundtrack. Het idee voor een film, gebaseerd op de verhalen rond El Tiradito, heb ik ook in mijn hoofd. Dat blijft voorlopig een droom, maar groot dromen mag hè?”
Diverse van zijn projecten kwamen dankzij crowdfunding tot stand. Dat zorgt voor een dubel gevoel. “Eigenlijk vind ik het helemaal niet leuk om mijn achterban weer om geld te vragen. Maar zo werkt het momenteel wel en eigenlijk gaan we daarmee een beetje terug in de rijd. Tot honderd jaar geleden kwam de meeste kunst tot stand dankzij weldoeners en opdrachtgevers. Ik zie die crowdfunding maar een beetje als het vooruitbestellen van mijn werk. En ik mag natuurlijk in mijn handen knijpen met liefhebbers die zoveel vertrouwen in me hebben.”
Owens’ gloednieuwe release kent echter niet zo’n voorgeschiedenis, maar was een initiatief van zijn Nederlandse label. Our Favourite Sins ligt sinds kort in de winkel en hij heeft ook ongetwijfeld een paar doosjes in de bagage wanneer hij op 17 oktober tijdens Ramblin’ Roots begint aan een Nederlandse tour. En een betere plaat om in de stemming te komen voor een van zijn concerten of mee te nemen als tastbare herinnering is nauwelijks denkbaar. Want: what you hear is in dit geval letterlijk what you get. Samen met zijn vaste begeleiders The Sinners zette Dean in de Slate Room Studios net buiten Edinburgh zeventien toppers uit zijn oeuvre opnieuw op band en het viertal laat horen alle tricks, trumpets en twang in huis hebben die Owens’ muziek karakteriseren.
“Vorig jaar na een van onze concerten stelde Bert voor de nummers zoals we ze live speelden op te nemen. Ik was in mijn gedachten al bezig met een nieuw album en dus een beetje verrast, maar ik vond het eigenlijk een heel goed idee. Het klinkt misschien raar, maar hoewel ik al een paar jaar met deze mannen optreed, was dit de eerste keer dat ik ook met The Sinners opnam. Dat was heel tof, want dit is mijn Schotse band en ze geven hun eigen smaak aan deze songs.” Soms speel ik met een drummer en een extra trompettist, maar deze compacte groep met contrabas, trompet en gitaar werkt uitstekend vertelt hij. “Craig (Ross) is bijvoorbeeld een geweldige gitarist en ik heb hem nooit gevraagd als Joey Burns of Don Antonio of wie dan ook te spelen. En niemand mist de drummer. We hebben een eigen geluid ontwikkeld, en ook die interpretatie is volgens mij hartstikke goed.”
Met The Sinners, wat Italiaanse bekenden en een aantal speciale gasten over wie hij nog niet veel kwijt wil, werkt hij inmiddels aan een volgende studioplaat. Maar de komende weken is Dean Owens met zijn sidekicks een graag geziene gast in Nederland.
Dean Owens live: 17 oktober op Ramblin’ Roots in TivoliVredenburg, Utrecht; 18 oktober in De nieuwe KHL, Amsterdam; 20 oktober in Verkadefabriek, ’s Hertogenbosch; 22 oktober in Harmoniezaal, Tegelen; 23 oktober in Acoustic Aley, Den Haag; 25 oktober in Thiemeloods, Nijmegen; 27 oktober in Kielzog, Hoogezand; 29 oktober in het Witte Kerkje, Terheijden; 30 oktober in Trouble Tree Folkconcerts, Koudekerk aan de Rijn.