Review
Laurie Andersons Republiek der liefde
Opgetogen was ik, want Laurie Anderson trad op in Heerlen. Ze is een van de grote pioniers van de New Yorkse avant-garde, een kunstenaar die zich al decennialang als vanzelfsprekend beweegt tussen concertzalen, musea en internationale kunstmanifestaties. Deze zomer is ze bovendien present op de Biënnale van Venetië. Dat zo’n toonaangevende artistieke grootheid neerstrijkt met de voorstelling The Republic of Love in Parkstad voelt als een klein wonder.
Tekst Ludo Diels Foto Hugo Thomassen
Anderson, geboren in 1947, oogt opmerkelijk kwiek. Ze staat midden in het leven en lijkt er tegelijk boven te zweven. Schrijver, componist, filmmaker, beeldend kunstenaar, performer en uitvinder van nieuwe instrumenten. Sinds haar debuutsingle O Superman uit 1981 is ze bekend geworden bij een iets groter publiek. Zo werkte ze met Peter Gabriel, Brian Eno, Philip Glass, Robert Wilson en het Kronos Quartet.
Language is a virus. De uitspraak van William S. Burroughs hangt vanaf de eerste minuten als een onzichtbare titel boven de avond. Anderson maakte er ooit een iconisch nummer van, maar vooral een artistiek programma. Woorden zijn alles wat we hebben om de werkelijkheid te benaderen. Ze schieten tekort en openen tegelijk steeds weer nieuwe werelden.
The Republic of Love ontstond nadat Anderson in Wenen werd gevraagd twee uur te spreken over de verhouding tussen liefde en bestuur. Dat groeide uit tot een voorstelling die zich nauwelijks laat vangen in één genre. Concert, performance, film, poëzie, filosofie en jazz vloeien in elkaar over. Je bezoekt geen voorstelling, je betreedt een wereld.
Die wereld ontvouwt zich als een muzikale écriture automatique. Gedachten, herinneringen, videobeelden, elektronica en verhalen stromen ogenschijnlijk vrij langs elkaar heen, terwijl onder de oppervlakte alles met alles verbonden blijkt. Anderson geeft een nieuwe context aan haar geestverwanten – allemaal uit de twintigste eeuw en overwegend mannelijk (en wit) – alsof het familieleden zijn. Uncle Allen, zegt ze liefdevol wanneer Allen Ginsberg opduikt. William S. Burroughs, John Cage, Gertrude Stein, Cornel West, Bob Dylan en Lou Reed bevolken haar universum.
De ordo amoris, de orde van de liefde, vormt het hart van de voorstelling. Geen abstract filosofisch begrip, maar een manier van leven waarin eigen belang en nationale identiteit niet als excuus mag worden opgevoerd om universele naastenliefde en migranten te negeren. Ze haalt paus Leo aan die de Amerikaanse vicepresident hiermee recentelijk nog om de oren sloeg. Ook Cornel Wests beroemde omschrijving blijft hangen: Justice is what love looks like in public. En Bob Dylan krijgt een hoofdrol wanneer de band A Hard Rain's A-Gonna Fall inzet. De reis naar de republiek der liefde is daarmee begonnen.
Anderson vertelt, musiceert en speelt. Haar stem verandert voortdurend van gedaante. Dan weer meisjesachtig licht, even later diep en bijna orakelachtig. De stemvervormers vergroten de vervreemding zonder afstand te scheppen. Integendeel. Ze trekken je steeds dieper haar universum in, waar muziek film wordt, poëzie jazz en een herinnering langzaam verandert in een song.
Daarin speelt Sexmob, een New Yorks kwartet dat halverwege de jaren negentig voortkwam uit de legendarische Knitting Factory-scene, een glansrijke hoofdrol. Trompettist Steven Bernstein en zijn medemusici bewegen zich moeiteloos tussen jazz, improvisatie, rock, een vleugje reggae en filmmuziek. Het is precies de muzikale vrijheid die Anderson zoekt. De klankrijkdom is adembenemend. Met zo'n combo bereik je zonder moeite iedere uithoek van het universum.
Ook haar overleden echtgenoot Lou Reed reist de hele avond mee. Vanuit haar door het Tibetaans boeddhisme gevoede levensvisie verdwijnen mensen niet. Hun energie verandert van vorm. Reed klinkt door in Dirty Blvd., in herinneringen en in de drie eenvoudige leefregels die zij samen formuleerden: Don't be afraid of anyone. Get a really good bullshit detector en Be really, really tender. Ze sluiten naadloos aan bij de andere wijsheden die Anderson deelt. Practice how to feel sad without being sad. En dan de mooiste zin van de avond: At the bottom of your anger is always, always a broken heart.
Na ruim twee uur cerebraal vuurwerk volgt een even onverwachte als ontwapenende ontlading. Anderson nodigt de zaal uit voor enkele tai chi-bewegingen, de discipline die Lou Reed tot op zijn sterfbed beoefende. Plots bewegen honderden veelal stijve harken bedachtzaam mee. Armen glijden door de lucht, schouders ontspannen zich. Het is een lachwekkend surreëel beeld. Alsof de Republiek van de Liefde heel even ook een republiek van de gewichtloosheid wordt. Geest en lichaam worden in evenwicht gebracht. Een lenige geest in een lenig lichaam…
Lichtelijk in de war liep ik de late zomeravond in. Geraakt ook. Er hing een aangenaam tintelende verwarring om me heen. Je begrijpt de wereld na afloop geen haar beter, maar je voelt haar des te intenser.