Recensie
Michael McDermott - Flowers from the Graveyard
Pauper Sky Records
Zanger Michael McDermott debuteerde al in 1991, heeft inmiddels meer dan twintig albums op zijn naam staan en rekent schrijver Stephen King tot zijn fans. Die schreef in de liner notes voor McDermott’s derde album Gethsemane (1996) al dat er sinds Bruce Springsteen’s Rosalita niemand hem als rockfan nog zo had kunnen opwinden als juist McDermott. Dat zorgde echter niet voor een doorbraak op grote schaal, net zo min als zijn autobiografie uit 2022 vol drugs, drank, wapens en financiële problemen dat deed. De vraag is of de elf door McDermott geschreven songs op dit album dat zullen doen, al zijn ze kenmerkend voor zijn muziek: de meeste zijn aanstekelijke uptempo-rockers met beukende drums, aanzwellende gitaren, toetstapijten, rond de melodie dansende piano’s en splijtende elektrische solo’s. Hij zingt daarop zijn teksten over verliezers en volhouders tegen beter weten in met schorre, spijtige stem vol vastbeslotenheid en overtuigt op die manier op zich. Ook als hij ballads zingt is duidelijk dat hij niet alleen een geroutineerd songschrijver is, maar ook een geïnspireerde. Het probleem daarbij is niet dat het heelal oneindig is en er dus plaats is voor heel veel verschillende sterren, waarvan sommige nu eenmaal harder stralen dan andere, maar dat McDermott nog altijd overduidelijk het oeuvre van Springsteen als inspiratie heeft: in veel van zijn songs zitten zelfs vrij letterlijke stijlcitaten van zijn voorbeeld, tot en met diens ‘sha-la-la-la’ en zijn kritiek op de regering-Trump aan toe. McDermott heeft blijkbaar zijn stijl al lang gevonden, maar niet een eigen stem.
Ruud Heijjer