Uw ervaring op deze site wordt verbeterd door het gebruik van cookies.
× Sta cookies toe Meer informatie

Blog

Tekst: Chris Bernasco
wo 30 september 2020

Op het tweede gehoor: Waar ís de muziek eigenlijk?

Blog

Mijn huis en mijn werkkamer kunnen op andere mensen enigszins rommelig overkomen. In elk geval qua muziekdragers. Naast de uitgebreide verzameling enen-en-nullenmuziek op mijn pc heb ik aardig wat cd’s, lp’s en – ja, nog steeds – cassettebandjes, elk uit het bijbehorende tijdvak. Alles bij elkaar een stapel waar je u tegen zegt.

Door Chris Bernasco

Maar wat doe ik eigenlijk nog met al die platen, schijfjes en tapes, nu ik gratis of voor weinig via Spotify, Deezer of Apple Music toegang heb tot tientallen miljoenen liedjes? Waarom gooi ik al die spullen niet weg? Het zou een hoop ruimte besparen. Bovendien moet ik toegeven dat ik nog maar zelden een cassette, lp of cd opzet. Binnen afzienbare tijd klinkt er hier in huis waarschijnlijk alleen nog maar muziek uit de Grote Liedjeswolk.

Toch doe ik dat niet, die ‘nutteloze’ geluidsdragers weggooien – en daarin blijk ik niet uniek te zijn. Tech-journalist Marc Hijink gaf een tijd geleden in NRC Q op basis van eigen ervaringen een mooie verklaring van dit fenomeen. Hijink stelt dat bij popmuziek de homo sentimentalis in de mens sterker is dan de homo economicus. Die lp’s en cd’s van hem heeft hij namelijk wel bewust uitgekozen en betaald. Die oude albums zeggen dus iets over hem, maken deel uit van zijn identiteit. En dat maakt ze stukken waardevoller dan de miljoenen onbekende tracks in de Grote Wolk.

Voor mij komen ook de herinneringen erbij: het gevoel vóór de aankoop, het trotse bezit, soms nervositeit dat de plaat misschien toch tegenvalt. Als tiener kocht ik zo’n lp meestal na veel wikken, wegen en geld tellen. Mijn eersteling was Live! van Bob Marley & The Wailers – nog steeds een steengoed album trouwens. Die plaat beluisterde ik in de platenzaak tweemaal van voor naar achter op de koptelefoon voordat ik de knoop doorhakte. Ik weerstond de ongeduldige blikken van de verkoper. 17 gulden 95 was tenslotte niet niks.

En dan is er nog iets. Al die geluidsdragers staan bij mij verspreid over woon-, slaap- en werkkamer, in een logische indeling die alleen ik begrijp. Ze hebben stuk voor stuk de plek die hen toekomt, ik weet ze blind te vinden. Dat mis ik allemaal met die immense Wolk die ergens ongrijpbaar tussen ons in hangt. Waar ís die muziek eigenlijk?

Ondanks de onmiskenbare zegeningen van Spotify & co zal er daarom veel moeten gebeuren voor ik al die muziekdragers de deur uitdoe. En mocht iemand in mijn omgeving dat eventueel in de toekomst voorstellen, dan komen daar onverkwikkelijke taferelen van, dat weet ik nu al. De gevoelsmens is in mij sowieso al wat sterker aanwezig dan de economische mens – en helemaal als het om popmuziek gaat..

Chris Bernasco geeft hier eens in de maand een bijzondere kijk op popmuziek.