Uw ervaring op deze site wordt verbeterd door het gebruik van cookies.
Sta cookies toe Meer informatie ×

Review

Tekst: Ludo Diels
zo 8 februari 2026

Peter Doherty: aan de randen gebeurt het

Review

Peter Doherty is een oude ziel. Zijn vaak beschreven liederlijke levensstijl met schuivers, slippertjes en slemppartijen heeft zijn sporen nagelaten in mens en liedmateriaal. Als late veertiger oogt de in Normandië wonende Brit ouder dan hij is, met een motoriek die balanceert tussen dronkenschap en fysiek ongemak. Je ziet het lichaam onderhandelen met het verleden.

Tekst Ludo Diels

Zijn liedjes doen het tegenovergestelde. Die zijn licht. Levenslustig. Meeslepend.
Catchy nummers — of ze nu afkomstig zijn van zijn inmiddels vijf soloalbums, met het recente Felt Better Alive als voorlopig hoogtepunt, of uit de catalogus van The Libertines en Babyshambles. Muziek tussen postpunk en vaudeville, theatraal en toch recht uit het hart.
 
Meer happening dan concert. Maar wat een happening daar in de Muziekgieterij in Maastricht.
 
Peter noemt hij zich tegenwoordig. Alsof Pete — met zijn gepruts, zijn gedoe, zijn zelfdestructieve jaren — achter hem ligt. Niet ontkend, niet uitgewist, maar afgelegd als een versleten jas. Ooit was hij de bad ass van de Britse indie: talent tot in zijn vingertoppen, met een even grote hang naar de afgrond. De tabloids zaten op zijn huid, zeker in de jaren met Kate Moss.
 
Maar onder al dat rumoer zaten altijd de liedjes. En die zijn gebleven. Sterker zelfs.
Want aan de randen gebeuren de mooiste dingen. In de rafelranden, waar de zelfkant de toon zet, wordt het artistiek interessant. Doherty is zo’n figuur die daar gedijt. Iemand die meer dan eens in een donker ravijn is gekukeld, maar telkens weer verschijnt. Zichzelf nooit verloochenend, wel steeds opnieuw uitvindend.
 
Hij weet waar hij vandaan komt. Hij weet wat goed voor hem is. Maar dat rechte pad kan zomaar scherpe bochten maken — of afkoersen op een afgrond.
Een man met bodemdrang. Iemand die in wat hij doet tot het laatste gaatje gaat.
Die eerlijkheid voel je meteen in de zaal.
 
Er ligt altijd een zekere nostalgische hang naar zijn wilde, explosieve beginjaren op de loer. Het risico op chaos hoort bij hem. Heel vaak schijnt Peter Doherty zijn dag níet te hebben. Maar als hij zijn dag wél heeft, valt alles op zijn plek.
En dit was zo’n dag.
 
De vorm van de dag was bepalend. Goed gegeten, zei hij. Goed opgevangen. Zin om te spelen. Nog vóór zijn eigen optreden begon, fungeerde hij als gastheer: hij kondigde de voorprogramma’s aan — Charles Bueller, uit zijn directe muzikale kring, en LUVCAT — maakte praatjes, verkocht poëziebundels, liep even naar buiten met de hond.
De afstand tussen artiest en zaal was meteen verdwenen.
 
Toen het concert eenmaal begon, was zijn performance opvallend evenwichtig. Geen ontsporing, geen zelfparodie. Natuurlijk doken er nummers op uit zijn bandverleden — liedjes die hij nog altijd met zichtbaar plezier speelt — maar ze waren mooi ingebed in het verhaal van nu: dat van een man die de coke en zware drugs heeft afgezworen en nu, half ironisch, half bloedserieus, camembert en calvados als vervanging opvoert.
Normandië als reddingsboei.
 
Hij stond wankel op zijn voeten, maar juist die wankelmoedigheid gaf zijn optreden diepgang. Je bleef kijken naar die onnadrukkelijk aanwezige aanwezigheid genaamd Peter Doherty.
De man zuigt aandacht op zonder erom te vragen. Sympathiek. Benaderbaar. Open.
En eerlijk.
 
Het podium ademde huiselijkheid: een chesterfieldfauteuil in de hoek, een ouderwetse leeslamp. Af en toe plofte hij neer, stuurde wat wisecracks de zaal in — over Nederlanders, Brexit, epidemiologie. En dan die viervoeter.
Zo af en toe kwam zijn hond het podium op, gewoon even kijken hoe het met zijn baasje ging. Doherty hurkte, aaide hem, zette zijn hoed recht en speelde verder.
Een klein tafereel.
Maar de hele zaal smolt.
 
En dan die band.
Achter de kit Mike Joyce, oud-drummer van The Smiths, trefzeker en los tegelijk. Daaromheen muzikanten die moeiteloos schakelden tussen rammelende Libertines-energie en het rijpere solowerk.
Je hoorde echo’s van de Britse popgeschiedenis: jangle, melancholie, het melodische van The Kinks, soms de brutale meezingdrift van Oasis. Als stamboom, niet als citaat.
De sfeer op het podium was warm. Hugs. Blikken. Een band waarin de leden ook echt een band vormen, die zijn onvoorspelbaarheid opvangt en oprekt.
Een plezier voor oor en oog.
 
Muzikaal golfde de avond mooi heen en weer. De meer reflectieve nummers brachten stilte en aandacht. En dan plots de stevige rockers.
Alsof iemand een raam openzette.
De zaal sprong, zong, lachte.
Je voelde: dit hadden we even nodig.
Even uitademen.
 
Er hing bovendien iets Frans om hem heen. Geen belle époque-romantiek, maar iets donkerders, bohemien-achtigs — de geest van Charles Baudelaire en Arthur Rimbaud, de poètes maudits. Dichters van kroegen, nachten en zelfverlies.
Theatraal, ja. Maar altijd recht uit het hart.
 
Wat overbleef was een avond die louterde. Aanstekelijk. Besmettelijk bijna.
Alles wat je van een concert mag verwachten: humor, diepgang, warmte.
Na een avondje Doherty kun je er weer even tegen. Wordt manmoedig weerwoord geboden tegen de waan van de dag met zijn politieke absurditeit, uitsluiting en polarisatie.
Wie erbij was, heeft iets bijzonders meegemaakt.
Chaotisch goed.
En onvergetelijk.
 
Gezien: Peter Doherty in de Muziekgieterij: 7 februari 2026