Interview
Trompettist Eric Vloeimans: ‘Niet weten is wijsheid’
Eric Vloeimans doet het weer. Deze week verscheen een tweede plaat met Licks&Brains, een funky bigband. Samen zijn ze op tournee vanaf 9 oktober. De plaat heet Airchair en klinkt rauw, swingend en subtiel. De meeste nummers zijn composities van Vloeimans, gearrangeerd door bandleider Rolf Delfos die moeiteloos crossovert tussen ska, funk, jazz, rock en wat al niet meer. Vloeimans schrijft voortdurend nieuwe muziek, werkt met jazzmusici, symfonieorkesten en klassieke ensembles en zegt zelden nee tegen een samenwerking. Als er maar een klik is.
Tekst Jos Schuring Foto Albert Jolen
Praten met Vloeimans is een feestje. Hij is goedlachs, praat makkelijk en veel maar nooit te veel. Hij speelt met alles en iedereen, maar staat wel het liefst zelf aan het roer. Hij heeft veel ideeën, neemt graag initiatief en schrijft voortdurend nieuwe muziek. Waar die muziek uiteindelijk terechtkomt, weet hij lang niet altijd. “Ik heb een enorme drive. Ik schrijf veel nummers en weet vaak nog niet wat ik ermee ga doen. Soms wel, maar vaak ook niet.”
Dat geldt niet voor Airchair, zijn nieuwe plaat met de bigband Licks&Brains van Rolf Delfos die ooit speelde in de Pasadena Dreamband bekend van het hitje Hé Ga Je Mee Naar Zandvoort. “Rolf en ik gaan lang terug. Ik denk dat ik toen nog sectiespeler was in een bigband maar speelde toen ook nog veel op bruiloften, Antilliaanse feesten en wat niet al. Jaren later hoorde ik Licks&Brains op de radio. Ik belde Rolf en hij nodigde me meteen uit om mee te doen.” De composities lagen er al. “Rolf paste ze aan de mogelijkheden van de band aan. Het geluid is vooral lekker funky.”
Vloeimans is altijd met muziek bezig. Nieuwe projecten ontstaan zelden volgens een vast plan. “Het is altijd een combinatie van dingen en toevallige ontmoetingen. Ik schrijf en regel veel, krijg tips van collega’s en ik bevraag mensen.” De klik is voor Vloeimans essentieel. “Het is net als op een feestje. Je wordt aan iemand voorgesteld en denkt: Ik moet wegwezen, waar is het toilet? Of je denkt: in welk voorgaand leven heb ik jou al ontmoet? Met muziek is dat ook zo. Ik weet direct of ik een klik heb of niet.”
Vloeimans staat bekend als jazztrompettist, maar die aanduiding vindt hij te beperkend. “Ik ben maker van universele muziek. Zijn muzikale samenwerkingen zijn talloos en lopen oneindig ver uiteen. Een kleine greep: Matangi Quartet, het Frysk Symfonie Orkest en klarinettist Kinan Azmeh, Calefax. En dan heeft hij diverse eigen groepen: Pico Bello, HOTSPOT! en duo’s zoals met Juan Pablo Dobal, Jörg Brinkmann en Egbert Derix.
Jazz, klassiek, pop en andere muzikale werelden lopen voortdurend door elkaar. “Oude jazz is niet zo mijn ding, hardrock ook niet, maar er is zoveel wat ik mooi vind. Ik moet wel altijd gevoed worden. Als je geen voeding krijgt uit muziek, kun je net zo goed stoppen.”
Het gesprek waaiert uit naar definitiekwesties. Wat is jazz? Wat is pop? Wat is klassiek? “Ik hou niet van definiëren. Ik vind dat te stellig. Alsof je dan alles weet. En het niet weten is een wijsheid die ik koester. Dan ligt alles open. Dat is vrijheid. Ik ben lang niet altijd vernieuwend en dat interesseert me geen reet. Ik probeer wel een eigen stem te vinden en ik denk dat ik die inmiddels wel gevonden heb.”
Improvisatie ziet hij niet als iets dat exclusief bij jazz hoort. “Het is een metier. Het komt niet alleen in jazz voor, maar ook in pop, bij Mozart en in barokmuziek.”
Voor orkestuitvoeringen in Brighton en Londen schreef Vloeimans onlangs op verzoek een compositie van ongeveer twintig minuten, bestaande uit vier delen. “Ik speel met tempo, sfeer en melodie. Hier wat sneller, daar wat langzamer, soms met een vleugje Afrikaans. Zo smeed ik langzaam een eenheid.” Maar juist bij klassieke musici wil hij niets aan het toeval overlaten. “Ik moet me heel goed concentreren. Het zijn heel goede musici en daar moet je niet mee fucken. Ik wil voorkomen dat ik een noot heb die net niet lekker valt. Je weet soms niet goed hoe zo’n noot op een viool ligt.” Daarom schakelde hij componist en arrangeur Jesse Passenier in. “Jesse is een arrangeur naar mijn smaak. We hebben eerder samengewerkt, onder meer voor de Marinierskapel. Ik heb hem mijn compositie in improvisatievorm gestuurd. Hij gaat dat dan zetten.”
Zijn brede succesvolle muzikale praktijk heeft een keerzijde. Soms zitten al die samenwerkingen zijn zakelijke belang in de weg. “Soms heb ik met iemand meegespeeld en wil een zaal me een jaar later niet hebben omdat ik er kort daarvoor nog stond. Dat het totaal andere muziek was, maakt zo’n zaal dan niet uit.” Met een bigband op tournee is financieel niet eenvoudig. De musici van Delfos’ bigband Licks&Brains zijn amateurs, zegt Vloeimans, maar wel goede amateurs. “Dat hoor je direct.”
Zijn inspiratie haalt hij overal vandaan. Hij noemt Jacob Collier de Mozart van deze tijd. “Je oren vallen van je hoofd als je hoort wat hij maakt.” Over kunstmatige intelligentie is Vloeimans vooralsnog terughoudend. “Voor mij begint muziek bij een idee. Daarna mag het alle kanten opgaan.” Hij hoeft niet vooraf te weten waar hij uitkomt. Het idee is een startpunt. “Zoals een collega ooit zo mooi zei: het idee is mijn grootste juweel.”
Eric Vloeimans and Licks&Brains live: 10 oktober in Podium Hoge Woerd, De Meern; 14 oktober in Haventheater, IJmuiden; 15 oktober in Schouwburg Concertzaal, Tilburg; 16 oktober in Theater De Vest, Alkmaar; 30 oktober in Posthuis Theater, Heerenveen; 8 november in Theater aan de Schie (Wennekerpand), Schiedam.
Voor meer concerten zie: www.ericvloeimans.nl.