Bob Dylan volgens Frank Boeijen
Bob Dylan volgens Frank Boeijen
Eén ding staat vast: iedereen heeft zijn eigen Bob Dylan. Dat is het fascinerende aan bewondering: het moet liefst iets exclusiefs zijn, net zoals je op vakantie altijd Nederlanders probeert te mijden. Als je in de rij voor een concert van hem staat, merk je het aan de gesprekken die wildvreemden met elkaar voeren. De een weet er zo mogelijk nog meer van dan de ander. En allemaal hebben ze zo hun eigen vakgebiedje, alsof het iets is waar iedereen anders helemaal niets van af weet.
Voor mij is Dylan’s muziek steeds een solitaire aangelegenheid geweest. Je kunt er in gezelschap eigenlijk niet fatsoenlijk naar luisteren, dat leidt alleen maar af. Wat je er ook van mag vinden, het is in ieder geval geen achtergrondmuziek. Wat niet wegneemt dat bij ons op familiefeestjes steevast Dylan op staat. Het is echt een Boeijen-ding. Zelfs mijn ouders vonden hem goed, vooral vanwege zijn maatschappelijke betrokkenheid: die man zingt tenminste ergens over.
Ik ben letterlijk opgegroeid met Dylan. Als kind in bed hoorde ik in de kamer ernaast mijn drie oudere broers avondenlang zijn platen draaien. Rond mijn twaalfde kreeg ik het familiegitaartje, dat eerder was overgegaan van zus op broer. Toen hij genoeg geld had gespaard om een grote voor zichzelf te kopen, gaf hij het ding aan mij. Blowin’ In The Wind was een van de eerste liedjes die ik leerde spelen. Geniaal nummer, zij het tot op de draad versleten, al kan het lied het niet helpen dat ontelbare kerkkoren het morsdood hebben gezongen. Alle thema’s uit zijn latere werk worden in die drie korte coupletten al aangestipt. Zelf merkte hij er eens over op: “Ik kan niet echt iets zinnigs over dat liedje zeggen, behalve dan dat het antwoord met de wind meewaait.”
Als tekstdichter zou je Dylan kunnen vergelijken met Picasso, iemand die fascinerende variaties op het realisme maakte, terwijl hij wel degelijk ook goed figuratief kon tekenen en schilderen. Puur muzikaal laat Dylan zich dan weer associëren met Van Gogh: bepaald geen natuurtalent, maar juist door zijn beperkingen ontwikkelde hij een unieke stijl.
Amerikaanser dan Dylan kun je het niet krijgen. Hij volgt het spoor van de traditie. Van jongsaf aan heeft hij de folk en blues uit vroegere tijden bestudeerd en daar steeds iets eigens mee gedaan. Zelf ziet hij zich eerder als een muzikale dief, zoals hij zich meer dan eens heeft laten ontvallen. Of zoals iemand in die prachtige film I’m Not There over hem zegt: “Hij is iedereen, hij is niemand.”
Dat Dylan een typische Amerikaan is, willen mensen nogal eens vergeten. Hij komt uit hillbilly country, zo’n barre regio in het middenwesten. Een echte plattelandsjongen, ongenaakbaar. Hij is nooit dramatisch of sentimenteel. Je kunt uit zijn muziek dan ook geen troost of verzoening putten. Wel zit er een enorme zelfspot in. En humor, niet te vergeten, soms van de meest incorrect mogelijke soort. Daarnaast legt hij vooral in zijn latere werk een enorm medeleven aan de dag.
Het zal wel door zijn oudtestamentische achtergrond komen, maar volgens Dylan naderen we het einde der tijden. Als geen ander kan hij het weten, want die man is al sinds jaar en dag continu onderweg. Zijn Never Ending Tour duurt nu inmiddels ruim een kwart eeuw. Jaarlijks geeft hij minimaal honderd concerten. Zoals een kunstenaar elke morgen naar zijn atelier gaat, zo stapt Dylan vanuit het hotel de tourbus in. Een waanzinnige kosmopoliet, die praktisch overal herhaaldelijk is geweest. Hij ziet met eigen ogen wat het grootkapitaal momenteel aanricht. De ondergang van de wereld zoals we die kennen is in zicht.
World Gone Wrong, Time Out Of Mind, Modern Times, Tempest. Alleen al de albumtitels spreken voor zich. Het is één groot hels Armageddon wat Dylan schetst. Er is geen sprankje hoop meer voor de mensheid. Misschien dat hij in de staat van de wereld wel zijn persoonlijke toestand weerspiegeld ziet. Tenslotte loopt hijzelf ook zowat op zijn laatste benen. Het enige wat hem nog rest is muziek blijven maken.
Opgetekend door Geert Henderickx.
Een minder uitgebreide versie stond eerder Heaven #6, 2013.