I.M. Joe South, een rijk decennium
I.M. Joe South, een rijk decennium
Een rijk decennium, toen was het voorbij.
Don’t It Make You Wanna Go Home, vol treffende beelden, is Joe South’s mooiste compositie, vindt Jan Donkers. Hij heeft als een van de weinigen de Amerikaanse liedjesschrijver, zanger en gitarist geïnterviewd, in 1988. South leefde na een decennium stormachtig succes als een kluizenaar. Bill Lowery, zijn muziekuitgever vanaf het begin – hun leven lang deelden ze de opbrengst fifty-fifty – hield iedereen bij hem weg, uit bescherming. South was zwaar verslaafd geraakt en verdwenen uit de muziekwereld. Het breekpunt was de zelfmoord van zijn enige broer Tommy, ook drugsverslaafd. Joe South overleed op 5 september 2012 aan hartfalen.
Joe South, geboren Joseph Alfred Souter, 28 februari 1940, was er jong bij. Op zijn elfde had hij een eigen radiostation – bereik: anderhalve kilometer – en op zijn zeventiende sloot hij zijn levenslange muziekovereenkomst met Bill Lowery. The Tams brachten hem zijn eerste hit met Untie Me. South was ook een populaire sessiegitarist. Aretha Franklin, Eddy Arnold, Simon & Garfunkel en Bob Dylan – op Blonde On Blonde – gebruikten zijn persoonlijke spel graag. South had een paar eigen hits, de grootste is Games People Play, en (I Never Promised You A) Rose Garden van Lynn Anderson maakte hem een gefortuneerd man. Zijn song Hush bracht Deep Purple de doorbraak in Amerika. Iedereen wilde Joe South zingen, zo leek het.
Jan Donkers vertelt de rest. De fragmenten komen uit zijn verhaal over Joe South in het boek Mijn Muziek. Eersst Bill Lowery aan het woord: “Sinds het begin van de jaren zeventig heeft Joe het probleem dat hij denkt dat hij nooit, nooit meer kan overtreffen wat hij gedaan heeft en dat kan een heel zware belasting zijn, en vooral voor een gevoelig mens als Joe. Hij denkt elke keer als hij iets schrijft het vergeleken moet worden met wat hij vroeger deed. En dat oude werk blijft ook maar overal opduiken en opnieuw gecoverd worden. Dat is financieel prachtig, maar het is geen initiatief voor zijn creativiteit.”
Donkers praat met Joe South, die in het begin zijn liedjes niet zelf durfde te zingen. "Toen ik met platenproductie te maken kreeg merkte ik dat het me niet lukte het juiste geluid voort te brengen, en de mensen die mijn nummers zongen frustreerden me in zekere zin omdat ik voelde dat ik het ook wel zelf wilde. My ego was burstin’ to be expressed.’
Over Blonde On Blonde vertelt South: “Wat je probeerde was de producer tevreden te houden en tegelijkertijd zoveel mogelijk licks van jezelf ertussen te krijgen. Het was een fantastische ervaring. Ik zag hoe Bob Dylan zijn liedjes schreef, tijdens de sessies, ergens achter in de studio, zomaar vanuit het niets. Ik heb dat ook geprobeerd en heb er af en toe ook wel succes mee gehad.”
Het slot: “De plaat die voor het eind van dat jaar, 1988, was aangekondigd kwam er niet en is er nu, zeventien jaar later nog steeds niet. Bill Lowery stierf in 2004 en verkocht het jaar voor zijn dood zijn hele muziekcatalogus aan Sony. Joe South heeft bij mijn weten in al die jaren sindsdien één keer opgetreden, tijdens een aan het Amerikaanse Zuiden gewijd muziekfestival in 1994 in Londen. Hij heeft precies een kwartier op het podium gestaan. Maar hij leeft nog steeds. Ik blijf hopen op een mirakel.”
Uit Don’t It Make You Wanna Go Home: Oh the whippoorwill roost on the Telephone pole and the Georgia sun goes down. But there’s a six lane highway down by the creek where I went skinny dippin’ as a child. And a drive-in show where the meadow used to grow and the strawberries used to grow wild. There’s a drag strip down by the riverside where my Grandma’s cow used to graze.
Het boek Mijn Muziek van Jan Donkers is uitsluitend nog tweedehands verkrijgbaar, onder meer bij bol.com. "Stel wel zeker dat de cd er bij zit", waarschuwt Donkers.