Los Lobos: Chicano's in Chicago
Los Lobos: Chicano's in Chicago
Je kunt ervan genieten met je ogen dicht. Nee, je hoeft Los Lobos niet per se te zien om een goede avond te hebben. Tenminste, dat dacht ik direct na afloop van het concert. Bij nader inzien zat ik er naast. Het zestal klinkt nog steeds als een klok, zo bleek afgelopen december in de City Winery in Chicago. De lokatie is een beetje posh maar niettemin rock ’n’ roll genoeg voor een band die niets opheeft met de visuele poespas van een modern popconcert.
Het zijn enkel men at work, zo lijkt het. En toch overstijgt deze gig in de Windy City een draaibeurt thuis op de bank. Maar wat het nu precies is dat de ervaring van dit toch ietwat suffe optreden boven de muziek laat uitstijgen, kom ik niet meteen te weten. Het is als het zien van de echte Nighthawks van Edward Hopper in het Chicago Art Institute in plaats van een reproductie in een salontafelboek. Het draait om iets ongrijpbaars, een onbestemd, uniek gevoel dat zich argeloos aandient, maar je wel volledig meeneemt. Nee, toch maar je ogen open houden bij Los Lobos.
De amigos de musica spelen zo geconcentreerd dat het, vreemd genoeg, zelfs ongeïnspireerd lijkt. Lijkt, want de setlist van de in totaal drie optredens in de Winery zal elke avond een andere zijn. Geen band van de automatische piloot. Maar wat dan wel? Een pure muziekervaring. Een cliché, ik weet het, maar dat was het wel degelijk: eerlijk, onversneden en sensationeel saai om te zien. En zo ga je een ervaring rijker de straat op.
De City Winery’s is een keten waarbij muziek, wijn en eten tot het concept behoren. Buiten Chicago zijn er ook vestigingen in New York, Nappa en Nashville. Artiesten als Steve Earle, Alejandro Escovedo, Tony Joe White, Peter Wolf en ook Los Lobos zijn er regulars. Zo trok de band uit East L.A. praktisch de hele maand december van de ene naar de andere City Winery, inclusief een New Year’s Eve Show in Nappa. Echt gemakkelijke avonden zijn het niet, want de muzikanten hebben dampende concurrentie van de LaFrieda Burger en golden oldies als de Pan Fried Chicken.
Op het podium staat een goed geolied collectief dat een dwarsdoorsnede biedt van hun inmiddels veertig jaar omspannende en negentien albums tellende oeuvre. Met de Lynyrd Sknynyrd-achtige opener Peace, afkomstig van hun meesterwerk Kiko uit 1992, wordt de toon gezet voor een caleidoscopische muziekavond. Van rock naar blues, van cumbia tot jazz, en van country tot natuurlijk onvervalste tex-mex. Ook La Bamba, hun claim to fame uit 1987, ontbreekt niet.
De formatie klinkt als een eenheid, maar oogt als een stel afzonderlijke muzikanten die af en toe naar elkaar knikken, en voor de rest enigszins in zichzelf gekeerd bezig zijn. Niet autistisch, eerder dienstbaar en gecommitteerd aan de muziek. Op het podium staan minstens twee zoutzakken, een vrolijke Frans, een bleke boekhouder en een jeugdige uitslover op drums. Altijd staat er wel iemand met zijn rug naar het publiek te klooien aan zijn instrument. Nooit kijk je de band recht in de ogen. Maar toch kun je de bezieling en hun spelplezier niet missen. De zaal pakt de vibes van de band na het hoofdgerecht meteen op. Er wordt naar het eind toe, als het aandeel Mexicaanse volksmuziek groter wordt, zelfs uitgelaten gedanst.
Niet ver van de plaats van handeling, op South Michigan Avenue, was ooit het roemruchte platenlabel Chess gevestigd. De schatplichtigheid aan die muzikale erfenis van John Lee Hooker, Muddy Waters en Bo Diddley, maar ook de funk van Earth, Wind and Fire steekt het zestal niet onder stoelen of banken. De goed gehumeurde, steevast donker gebrilde Cesar Rosas verklaart dat de Chigago blues bij Los Lobos zeker zijn sporen heeft achtergelaten. Hun onmiskenbare stijl zou je dan ook als eclectisch kunnen betitelen. En eigengereid. Blijvend commercieel succes is de band dan ook nooit ten deel gevallen. Of in de brommende woorden van saxofonist en toetsenist Steve Berlin: “The music at least pays the bills.”