Blog
Martin Harley: van het hart naar de vingers en de mond
Al meer dan twee decennia bewijst Martin Harley dat er ook in Engeland puike Amerikaanse rootsmuziek wordt gemaakt. Met zijn fijne stem, sterke songs en fenomenale gitaarspel klinkt hij honderd procent authentiek, en als je fan bent van mannen als Kelly Joe Phelps en Ben Harper zal ook Harley al snel je hart winnen.
Tekst Kees van Wee
Goh, wat vliegt de tijd. Het is alweer twintig jaar geleden dat ik de Welshe rootsartiest Martin Harley ontdekte. The Martin Harley Band had net het eerste album gemaakt, Money Don’t Matter, en dat maakte veel indruk.
Tijdloze topplaat
In mijn recensie voor Heaven magazine gaf ik vier sterren. ‘Denk aan de rootsy songs van Ben Harper en aan diens Australische evenknieën: Xavier Rudd en John Butler. In Blues At My Window klinkt hij als John Martyn, ook qua ‘huilende’ zangtechniek, en een song als Carnival Girl had van de nog veel te onbekende Adrian Kosky kunnen zijn. Stuk voor stuk artiesten die wij hoog hebben zitten, en Martin Harley sluiten we daarom in ons hart <...> Money Don’t Matter is een volstrekt tijdloze topplaat, die een groot deel van de Heavenlezers zal aanspreken, daarvoor steken wij onze handen in het vuur!’
Constante hoge kwaliteit
Ook zijn debuut, een titelloze soloplaat die hij twee jaar eerder in eigen beheer had uitgebracht en grotendeels thuis live had opgenomen, bleek zeer de moeite waard te zijn, en tot op de dag van vandaag heeft hij die hoge kwaliteit vast te houden, met zijn fijne zangstem, prachtige rootsy songs - op het snijvlak van folk, blues en country – en ijzersterke gitaarspel.
Na de periode met zijn band werkte hij overigens samen met enkele andere rootsartiesten, onder wie de Amerikaanse bassist/zanger Daniel Kimbro, maar daarna vervolgde hij zijn pad als soloartiest.
Meesterlijk gitaarspel
Volgens Total Guitar Magazine is Martin Harley een van de beste akoestische gitaristen ter wereld, en hij deelt zijn kennis en ervaring graag met anderen. Zo gaf hij vorig jaar een tweedaagse masterclass aan studenten van de MIGS Acadamy in Montreux. Na afloop vertelde hij er het volgende over. ‘Ik geef niet vaak les, maar vind het wel heel fijn om op een losse manier informatie te delen. Het is fijn om met mensen te praten en te horen in welk stadium ze zich bevinden. Veel vragen gingen over hoe je het doet op een podium, wat je doet en hoe je praat. En het ging veel over hoe je ruimte laat in muziek, hoe je het niet te druk maakt.’
In dat laatste is Harley een meester. Zijn spel is knap en functioneel, maar dichtgeplamuurd is het niet en hij is er nooit op uit zijn kunde te etaleren.
Kinderlijk opgewonden
Martin bespeelt diverse gitaren, maar zijn Weissenborn, die hij nu een jaar of twintig heeft, is misschien wel zijn handelsmerk. Hoe ver zijn liefde voor het instrument gaat, maakt hij duidelijk in een interview dat hij in 2019 gaf tijdens een festival. ‘Het voelt als een erg compleet instrument. Ik doe veel shows alleen en speel dan met mijn duim de baspartijen. De Weissenborn trekt me aan vanwege zijn tonale veelzijdigheid. En hij ziet er ook nog eens verdomd sexy uit! Het is gewoon een prachtig ding. Ik raak nog steeds op een kinderlijke manier opgewonden door een gitaar, hoe die eruitziet en ruikt. Ik heb waarschijnlijk een klinisch probleem met gitaarverslaafdheid.’
Dat laatste zal hij niet als vervelend ervaren. Minder leuk was de alcoholverslaving waarmee hij kampte, maar die heeft hij inmiddels gelukkig overwonnen.
Kromme gitaarhals
Harley staat vooral bekend als slidegitarist. Die techniek heeft hij ontdekt in Australië. Hij reisde daar rond en woonde een jaar in een auto. Zijn gitaar werd toen heel heet en de nek begon krom te trekken. Daardoor kon hij de snaren niet meer goed naar beneden drukken op de frets. Noodgedwongen stemde hij zijn gitaar in een open akkoord en begon hij met een slide te spelen. En dat beviel. Een professioneel muzikant was hij toen overigens nog niet, maar hij had wel alle tijd om deze voor hem nieuwe techniek verder te ontdekken en door te ontwikkelen.
Emotionele uitlaatklep
Voor Harley is de blues een belangrijke inspiratiebron. Pure blues speelt hij weliswaar zelden, maar de blues is wel altijd aanwezig. In het bovengenoemde interview vertelt hij er het volgende over. ‘Ik ben gefascineerd door de blues omdat de blues put uit een vorm van zelfexpressie die onder bepaalde omstandigheden op mij overkomt als puur en echt. Natuurlijk kan de blues groot zijn, vol show. Maar de mensen naar wie ik luister, zoals Blind Willie Johnson en Skip James, spelen countryblues; dan is het bijna ‘spooky’ en is het een onmiddellijke emotionele uitlaatklep. Van het hart naar de vingers en de mond. Geen heel knap geconstrueerde songs, nee, het is bijna iets spiritueels. Ik herinner me nog hoe ik gewone muziek hoorde op de radio en ervan genoot. Maar toen klonk er plotseling een oude Deltabluessound, en ik dacht: wat gebeurt hier, waarom voel ik wat ik voel?’
Levenslange leercurve
Volgens Harley bestaat het leven van een muzikant uit een ‘levenslange leercurve’ en gaat het pad lang niet altijd over rozen. ‘Mensen zeggen soms: wat heb jij mazzel dat je muziek speelt. Maar ik zeg dan: het is juist erg moeilijk om muzikant te zijn. Je bent een tijd arm, je moet keihard werken en het is emotioneel stressvol om jezelf aan anderen te presenteren met iets dat je zelf hebt gemaakt, en dan kritiek te accepteren. Je moet jezelf ontwikkelen en niet opgeven. Dat is echt moeilijk.’
Desondanks is Harley maar wat blij dat hij voor de muziek heeft gekozen. ’Naarmate ik ouder word, besef ik dat ik zal blijven leren, en ik hoop dat ik nog steeds speel als ik negentig ben.’
Martin Harley live: 5 maart in Patronaat in Haarlem; 6 maart in ’t Rozenknopje, Eindhoven; 7 maart in Speelplaats, Baars; 8 maart in TivoliVredenburg, Utrecht.