Uw ervaring op deze site wordt verbeterd door het gebruik van cookies.
× Sta cookies toe Meer informatie

Blog

Tekst: Chris Bernasco
zo 17 mei 2020

Op het tweede gehoor: De voordelen van een oudere broer

Blog

Een grote broer hebben heeft veel voordelen, dat blijkt ook uit onderzoeken. Hij beschermt je tegen pestkoppen op het schoolplein. Hij maakt voor jou in het gezin de weg vrij op het gebied van uitgaan, drinken en aanverwante zaken. Volgens onderzoek uit 2015 helpt hij je zelfs bij het ontwikkelen van je inlevingsvermogen, altruïsme en gehoorzaamheid. Het gekke is dat in die studies iets heel belangrijks steeds wordt vergeten: een oudere broer leert je ook wat goede muziek is.

Een grote broer hebben heeft veel voordelen, dat blijkt ook uit onderzoeken. Hij beschermt je tegen pestkoppen op het schoolplein. Hij maakt voor jou in het gezin de weg vrij op het gebied van uitgaan, drinken en aanverwante zaken. Volgens onderzoek uit 2015 helpt hij je zelfs bij het ontwikkelen van je inlevingsvermogen, altruïsme en gehoorzaamheid. Het gekke is dat in die studies iets heel belangrijks steeds wordt vergeten: een oudere broer leert je ook wat goede muziek is.

Ik kan het weten. In de zomer van 1976 was ik twaalf (‘bijna dertien’) en mijn broer Wim vijftien. Hij lag qua ontwikkeling op alle fronten meerdere lichtjaren op mij voor, daar kan iedereen zich wel iets bij voorstellen. En naast broederliefde was er natuurlijk ook lichte rivaliteit – denk aan Kaïn-Abel, Jakob-Esau, Noel-Liam – dus ik probeerde in de daaropvolgende puberjaren uit alle macht aan te haken en de afstand te overbruggen. Het voornaamste middel daarvoor was de popmuziek.
Nou luisterde mijn broer in die tijd naar Jimi Hendrix (Are You Experienced) en Rory Gallagher (Irish Tour) terwijl ik net voorzichtig begon met ELO, Eagles en Supertramp. Mijn helden veranderden in bevende rietjes tegenover kannibalen als Hendrix en Gallagher. Die kloof was niet te dichten. Ik luisterde er wel naar, probeerde de smaak te pakken te krijgen maar het ging precies zoals bij het proeven van mijn eerste pilsje – ik hield me eventjes goed voordat ik het bittere spul uitspuugde.
Maar de platencollectie van mijn broer bevatte niet alleen gitaargoden. Hij had naast JJ Cale (Naturally) en geavanceerde jazz van John Coltrane ook albums van Lou Reed (Rock-‘n-Roll Heart, Transformer) en David Bowie (Ziggy Stardust). Hun melodieuze glitterrock (zoals het toen werd genoemd) bood mij wel wat aanknopingspunten. En dat hun mysterieuze teksten mij als 14-jarige boven de pet gingen, was waarschijnlijk alleen maar goed.


Langzaam, heel geleidelijk, begonnen de dingen een beetje te verschuiven. Ik gebruikte ‘zijn’ Reed en Bowie, en ook Don McLean, JJ Cale en Randy Crawford als een soort stapstenen naar ‘mijn’ Roxy Music, The Band, Joni Mitchell, Otis Redding en Stevie Wonder. Kijk, nu had ik mijn broer af en toe ook iets te vertellen - ‘heb je dit al gehoord, dit is echt goed’. Een belangrijke stap.
Op een gegeven moment begonnen onze platencollecties elkaar aan te vullen. Ik kocht Elvis Costello’s My Aim Is True, hij This Year’s Model en Armed Forces. Hij Van Morrison’s Astral Weeks, ik Veedon Fleece en Moondance. Op onze kamers hadden we allebei ons eigen stereosetje, en we leenden constant platen aan elkaar uit. Op den duur wisten we – afgezien van een paar mindere keuzes van hem – niet meer welke plaat van wie was.

Inmiddels zijn we zo’n veertig jaar verder. Ik ben nog steeds behoorlijk popfanaat en heb veel meer platen in mijn kast en in mijn hoofd dan mijn broer Wim. Ik vraag me weleens af wat dat over mij zegt. Is mijn liefde voor popmuziek gezond of moet je het eerder zien als een ontwikkelingsstoornis? Ben ik mogelijk onbewust blijven steken in het idee-fixe dat ik hem moet bijhalen via de popmuziek?
Ik durf dat laatste niet helemaal uit te sluiten. Je kunt jezelf tenslotte nooit echt kennen. Toch zou ik deze popstoornis niet willen missen, want ik put er elke dag nog steeds ontzettend veel plezier, genot en troost uit. En dat heb ik waarschijnlijk dus allemaal te danken aan mijn oudere broer.

Chris Bernasco geeft hier eens in de maand een bijzondere kijk op popmuziek.