Paul Simon en het craquelé van de tijd
Sommige avonden tillen zich boven de tijd uit en nestelen zich voorgoed in het geheugen. In de zaal van BOZAR voltrok zich zo’n moment, gedragen door de breekbare stem van Paul Simon.
Tekst Ludo Diels
Er zijn artiesten die in de nadagen van hun loopbaan de veilige haven opzoeken. Het feest der herkenning lonkt, de setlist wordt een ritueel, de avond een optelsom van verwachte hoogtepunten. Het publiek krijgt wat het kent, de artiest wat hij kan controleren.
Bij Paul Simon voltrekt zich het omgekeerde. In de BOZAR, tijdens zijn derde en laatste Brusselse avond, ontvouwde zich een concert dat juist de tijd omarmt. Simon, 84 inmiddels, breekbaar ogend, met een stem die flinterdun langs de melodieën schuurt, kiest een andere weg. Hij toont hoe ouder worden klinkt wanneer het craquelé zichtbaar blijft en betekenis geeft.
De mens brokkelt af, de liedkunstenaar blijft bestaan; altijd.
Even na achten betrad hij het podium, gekleed in een zwart colbert en donkere pantalon. Hij sprak zacht, vertelde dat hij zich goed voelde in Brussel, dat hij met zijn muzikanten het Magritte Museum had bezocht. Er lag ontroering in zijn stem, een lichte verwondering ook, alsof hij zelf nog altijd kijkt naar wat hem overkomt.
Voor de pauze speelde hij integraal Seven Psalms, het verstilde en opvallend positief ontvangen werk uit 2023 dat als een late kroon op zijn oeuvre voelt. Een compositie die in de zaal een intensere gedaante aannam dan op plaat. Alles ademde concentratie. De muziek werd met een bijna sacrale toewijding gebracht, gedragen door stilte en aandacht. Hier stond een artiest die nog altijd zoekt, die zijn werk blijft verdiepen en daarmee zijn relevantie onderstreept. Muziek als religieuze ervaring, zoiets.
Na de pauze verscheen hij in een andere gedaante: jeans, Texaans shirt, T-shirt, petje. Een lichtere aanzet, met Graceland als uitnodiging. Zijn stem dompelde onder in de muzikale zee en bleef drijven, gedragen door ritme en ervaring.
Wat volgde was een set die verraste. Geen jukebox, maar een avontuurlijke tocht door een rijk en soms onderbelicht repertoire. Liedjes van Hearts and Bones uit 1983 kregen de ruimte die ze verdienen. Train in the Distance, René and Georgette Magritte with Their Dog After the War en het door de ziel snijdende The Late Great Johnny Ace klonken als herontdekkingen. Soms begeleid door geprojecteerde beelden die het geheugen een visuele echo meegaven.
Natuurlijk waren er ook de liedjes die iedereen bij zich draagt. The Boxer vond zijn plek, net als Slip Slidin’ Away, dat deze avond een extra lading kreeg. Het gevoel dat alles langzaam wegglijdt, dat de tijd zich stilletjes aandient. Hij glijdt, wij glijden mee, en precies daarin schuilt de schoonheid. We zitten er samen in, de zanger en wij.
Simon zingt ze zoals hij ze nu kan zingen. Werkend voor zijn zang, dat is zichtbaar en hoorbaar. De frasering schuift, het tempo ademt anders. Hij camoufleert, maskeert, speelt met ritme, hoogte en timing. Alles valt op zijn plaats. De liedjes winnen aan diepte. De imperfectie wordt expressie, krijgt urgentie.
Daarmee plaatst hij zich in scherp contrast met tijdgenoten die hun fysieke kracht blijven etaleren. Simon kiest een andere houding. Hij laat zien dat ouder worden een vorm van overgave kan zijn, een artistieke keuze zelfs. Niets ontkennen, face the music.
De elfkoppige band rondom hem speelde een cruciale rol. Met onder anderen drummer Steve Gadd als fundament ontstond een klankwereld die tegelijk soepel en gelaagd was. Ritme bleef, zoals altijd in Simons werk, een drijvende kracht. De muzikanten keken elkaar soms glimlachend aan als de oude baas iets te laat inzette of juist te snel was. Alles werd opgevangen. Zijn vrouw, Edie Brickell, kleurde het geheel met een fluitpartij in bij Me and Julio Down by the Schoolyard en een verstilde harmonie in Under African Skies.
In de zaal zat een publiek dat met deze liedjes is opgegroeid, naast jongere luisteraars die deze grote naam in levenden lijve wilden ervaren. Artiest en publiek leken samen ouder geworden. De liedjes vormden het geheugen.
Dankbaarheid overheerste. Dankbaarheid voor muziek die een metgezel werd op het levenspad. En ergens hing ook het besef dat dit eindig is. Dat de tijd zijn werk doet, dat de mens langzaam oplost in de jaren. Simon oogt fragiel. Zijn lichaam verraadt de slijtage. Zijn gehoorproblemen, die hem de afgelopen jaren parten speelden, maken deze reeks optredens des te opmerkelijker. Het voelt als een geschenk.
De avond voltrok zich licht, bijna achteloos, en juist daarin lag de emotie.
Aan het slot stond hij alleen. The Sound of Silence. Een gitaar, een stem, een bundel licht die hem omsloot terwijl de rest van de zaal in duisternis gehuld bleef. Toen het laatste akkoord wegstierf, bleef het even stil. Daarna volgde het applaus, warm en langdurig. Simon nam het zichtbaar ontroerd in ontvangst. Hij stapte uit de lichtbundel en verdween in het donker.
Buiten, op weg naar de nacht, wist iedereen het. Dit was het. En wat was het mooi.