Interview
Spinvis & stay away from dante! - Compromisloos componeren
Wat gebeurt er als een van de meest eigenzinnige stemmen uit de Nederlandse popmuziek in gesprek gaat met een jonge maker die net zo compromisloos naar geluid kijkt? Op uitnodiging van Heaven ontmoetten Spinvis (65) en stay away from dante! (26) elkaar. Dat leverde verrassende gespreksstof op: over kerkbanken en compressors, over gebrabbel en AI. Een inkijkje in hoe muziek ontstaat en waarom de drang om alles zelf te maken sterker is dan ooit.
Tekst Steven Walter Foto Han Ernest
Dante stapt als eerste de artiestenkamer van het Utrechtse EKKO binnen. Niet veel later meldt Spinvis zich. Twee stoelen staan klaar om over het ambacht van muziek maken te praten. Dante’s muzikale reis begon niet in een popzaal, maar in de kerk. “Ik kom uit een Ghanees gezin en de kerk bepaalde een groot deel van de opvoeding. Als kind zag ik daar voor het eerst een band. Ik hoorde drums en gitaar. Er werd gejamd.” Het vormde zijn vroege muzikale referentiekader. Maar hij is de eerste in zijn familie die muziek serieus oppakt. Waar zijn zus af en toe in het kerkkoor zong, groeide bij hem een diepere fascinatie voor muziek, mede aangewakkerd door artiesten die hij op internet zag. “Ik wilde gewoon cool zijn, artiest zijn.”
Spinvis vraagt of de kerk nog in zijn muziek is terug te horen. “Nou, misschien het gevoel. Qua harmonieën, akkoorden en ‘warmte’ zeker. Maar tekstueel en thematisch niet echt. Dat is met de tijd wel verloren gegaan. Ik ga ook niet echt heel vaak meer naar de kerk. Ai, dat wil mijn moeder niet horen. En waar liggen jouw muzikale wortels?” Bij Spinvis liggen die meer verspreid in zijn ouderlijk huis. “Je wordt geboren in een gezin waar muziek is. Daar heb je niet voor gekozen”, zegt hij nuchter. Zijn vader draaide Johnny Cash en Zuid-Amerikaanse muziek, zijn moeder luisterde naar het levenslied. “De Zangeres Zonder Naam, dat soort werk. Ken je dat? Tragische verhalen, verpakt in ballads. Dat krijg je gewoon mee.” Later kwam daar voor hem een verslaving aan de Top 40 bij. Via de platenzaak en de radio ontdekte hij pop: “ABBA, Slade, The Sweet, disco… Heerlijk.” Toch benadrukt hij het belang van sociale invloeden: “Pas veel later brengen vrienden je op andere muzikale sporen. Dan opent de wereld zich.”
Produceren
Waar veel muzikanten de productie uitbesteden, delen Spinvis en Dante een uitgesproken overtuiging: produceren moet je zelf doen. “Ik ben een nerd als het op muziek aankomt”, beaamt Dante. “Ik check altijd wie iets geproduceerd heeft, welke akkoorden er zijn, wat er op een stem zit. Ik luister meer naar de productie dan naar het liedje.” Spinvis valt hem bij: “Ik ook. Je moet zelf produceren. Ik begrijp niet dat mensen dat niet doen.”
Die uitspraak is geen provocatie, maar een visie op auteurschap. Voor Spinvis is een lied niet af bij tekst en melodie. “Wat je uiteindelijk maakt, is het geluid dat uit de speakers komt. Dus alleen de tekst en een akkoordenschema schrijven? Dat is de helft. Waarom zou je de andere helft dan niet ook doen? Waarom zou je dat uit handen geven? Produceren is technisch, maar ook heel leuk. YouTube staat vol met filmpjes waarin uitgelegd wordt hoe een compressor en een equalizer werken. Uiteraard is de een er beter in dan de ander, maar je kunt het leren. Het is geen rocket science.”
Dante gebruikt een beeld dat die drang naar controle mooi vangt: “Het is als een schilderij. Ik ga niet alleen de lijnen opzetten en dan tegen een ander zeggen: ‘Joh, vul jij het maar in.’ Nee, ik wil het zelf inkleuren.” Spinvis knikt instemmend en haalt een onverwachte referentie aan: “Het dagboek van Vincent van Gogh staat vol met verhalen over kwasten en verf. Hij schrijft eigenlijk alleen maar over materiaal. Is helemaal niet bezig met het licht. Dat kan hij wel. Nee, het gaat om de verf en het soort doek.” De Nieuwegeiner lacht: “Ik ben blij dat ik een keer iemand ontmoet die dit ook zo ziet.” Toch zien beiden ook de waarde van samenwerking. Niet als standaardproces, maar als bron van verrassing. “Samenwerkingen kunnen ideeën opleveren waar je zelf nooit op was gekomen”, aldus Spinvis. “Maar de basis moet van jou zijn.”
AI
Als het gesprek verschuift naar kunstmatige intelligentie, verandert de toon van praktisch naar filosofisch. Spinvis: “Ik vind AI razend interessant. Het is een techniek. Mensen zeggen: het is diefstal, het is niet creatief. Dat klopt misschien, maar we weten nog maar een fractie van wat je ermee kunt.”
Hij plaatst AI in een lange traditie van technologische vernieuwing in de kunst. “Iedereen is eerst tegen. Maar dan komen er altijd mensen die het anders gebruiken. Zo is film ook kunst geworden.” Dante herkent die dubbelheid. “Ik vond AI eerst eng. Ik kwam een YouTube-kanaal tegen met muziek die gewoon goed klonk. Het bleek allemaal AI te zijn.” De vergelijking met autotune ligt voor de hand. “Dat werd eerst ook afgewezen,” weet Dante. “En nu is het soort van industry standard ofzo. Dus wie weet wat er met AI gaat gebeuren over tien of vijftien jaar?”
Toch verwachten beiden geen totale overname door machines.
Spinvis: “Ik denk dat de menselijke maat als een soort tegenreactie juist terugkomt. Nu gebruiken we AI om generieke muziek te maken. Maar alles wat eruit komt lijkt op elkaar. Met AI is het leuk om foto’s te maken. Soms heb je dan een glitch. Iemand heeft dan zes vingers. Maar weet je, dat is juist cool. Dat moet je dus gebruiken. Daar zit volgens mij de kunst. Ik weet zeker dat er kids gaan zijn die straks glitch AI-muziek gaan maken.” Dante ziet het fundamenteler: “Ik vind dat creativiteit is wat ons mens maakt. Er is geen machine die dat gaat kunnen nadoen. AI is ook maar gewoon een verzameling van alles wat mensen ooit hebben bedacht. Dus het gaat nooit een soort van 1-0 voor zijn op een menselijk brein, denk ik.” Spinvis: “Behalve als je alleen maar muziek wilt hebben die lijkt op alles wat je al kent. Dan is het perfect.”
Invloeden
Waar halen ze hun inspiratie vandaan? Het antwoord blijkt verrassend breed en vaak buiten muziek. Dante: “Ik begin bij wat ik voel. Als ik me goed voel luister ik naar The Beach Boys. Dat beïnvloedt wat ik maak.” Maar net zo belangrijk zijn voor hem films en beeldende kunst. “Ik zie een film en denk: wat zou de soundtrack zijn? Of ik bekijk een schilderij en vraag me af hoe dat zou klinken.” Voor de Amsterdammer is muziek maken het bouwen van een universum. “Muziek inspireert me om muziek te maken, maar alles daarbuiten helpt me om een wereld te creëren.”
Dat intuïtieve proces is er ook bij Spinvis, al vindt hij het moeilijk te verwoorden hoe dat verloopt. “Het moet trillen. Het moet bij je passen. Je voelt het gewoon als iets dat in jouw belevingswereld past met de zeggingskracht die je zoekt. Sorry, dit klinkt supervaag. Het is ook mysterieus waar een idee vandaan komt. Je staat onder de douche of je fietst en ineens is er iets.”
Dante heeft daar een eigen theorie over: “Ik denk dat ideeën rondzweven, als een soort bluetooth-signaal. Je moet jezelf afstemmen om ze te ontvangen.”
Spinvis lacht, maar gaat mee in de metafoor. “De Grieken noemden dat de ‘genius’. Daar komt het woord geniaal vandaan. De geest – zeg maar de genie – geeft ideeën. Ik denk niet dat het echt zo werkt, maar zo voelt het wel.”
Dante knikt: “Het is mogelijk om jezelf scherp te stellen en bij het ‘bluetooth device’ aan te haken om een idee ‘te vangen’. Het is als een spier die je kunt trainen.”
Schrijven
Misschien wel het meest fascinerende deel van het gesprek gaat over schrijven en hoe weinig controle daar soms over is. Dante begon ooit met melodie, maar werkt tegenwoordig vaak vanuit ritme. Een recente reis naar Ghana bracht hem terug naar de kern van percussie. “Ik dacht: wat als ik eerst drums doe en daarna melodie? Voor mij werkt dat op dit moment.” Spinvis werkt juist graag vanuit klank. “Ik zing vaak in nep-taal. Gewoon gebrabbel. Dan is het al geluid, geen papier.” Dat gebrabbel blijkt geen tussenfase, maar een essentieel onderdeel van het schrijfproces. “Als je daarna terugluistert, hoor je ineens woorden. Dan schrijf je die op en ontstaat er iets. Het zaadje was er al, maar je hebt het niet bewust bedacht.”
Dante herkent dat moment van ontdekking. “Soms schrijf ik iets op en weet ik niet waar het vandaan komt. En later denk ik ineens: ‘Oh, dit gaat dáárover.’ Of mensen wijzen mij op een betekenis die ik er eerst zelf niet in zag.”
Spinvis vergelijkt het met een polaroidfoto: “Eerst zie je niets, is er alleen grijs. Je gaat de foto wapperen en langzaam verschijnt er een beeld. Zo ontwikkelt een tekst zich ook.” Tijd speelt daarin een cruciale rol. “Je hebt afstand nodig”, vindt Dante. “Ik had zes nummers en wist niet waar het over ging. Twee maanden later viel alles op z’n plek.”
Schrappen
Dante is benieuwd naar de sfeer die Spinvis zijn composities meegeeft. “Jouw muziek is heel karaktervol, heel kleurrijk. Sommige mensen zien kleur of ‘horen’ een kleur. Als ik jouw nummers hoor, klinkt het alsof ik een film kijk. Ze zijn heel filmisch. Hoe pak jij dat aan?”
Spinvis weet dat niet zo precies. “Het is een kwestie van smaak, stijl, een handschrift. Ik houd ontzettend van strijkers. De arrangementen en zang moeten kloppen. Maar elke keer als ik een nummer hoor dat echt heel ‘kaal’ is – waar bijvoorbeeld de drums ontbreken – vind ik dat gaaf! De laatste tijd probeer ik ook steeds kaler te produceren. De mute-knop is tegenwoordig mijn favoriet. Wat kan weg?” Als voorbeeld noemt hij When Doves Cry van Prince, een nummer zonder baslijn. “Op het allerlaatste moment mute hij gewoon die bas. Dat maakt het zo sterk. Dat maakt het tot een kunstwerk. Daardoor ben ik heel goed gaan nadenken over de functie van drums en bas. Een strak spelende band heeft helemaal geen drum nodig. Die hoor je al in je hoofd. En wat is de functie van de bas? Goed, het geeft een lekkere onderkant, maar is het nodig? Die benadering van schrappen is nieuw voor mij.”
Zo’n minimalistische benadering is voor Dante nog wennen. “Zoiets zie ik als een vreemde taal. Ik houd van een ‘vol geluid’. Voor mij is het nooit vol genoeg. Maar daardoor kan het ook wel cloudy worden.”
Spinvis ziet daarin een spanningsveld. “Je verliest focus als je alles erin stopt. Maar dat kan ook veranderen. Over twee jaar denk ik er misschien weer anders over.”
Wat blijft, is de zoektocht. “Als het niet eng is, is het niet leuk,” stelt Spinvis. “Als je twijfelt of het goed is, dan zit je waarschijnlijk goed.”
Collabs
Samenwerking blijkt in het gesprek tussen Spinvis en Dante allesbehalve een vanzelfsprekend ideaalbeeld. Waar veel hedendaagse popproducties ontstaan uit een keten van makers, plaatsen beiden daar kanttekeningen bij. Spinvis is uitgesproken: “Ik word weleens gevraagd om poëzie op muziek te zetten. Dat mislukt nagenoeg altijd. Een goed gedicht heeft geen muziek nodig. Het is een misverstand om te denken dat als je twee kunstvormen over elkaar plaatst, het dan automatisch groter wordt.” Hij wijst op het huidige model waarin soms tien mensen aan een track werken – van beatmakers tot tekstschrijvers – en vraagt zich hardop af wie dan nog de knopen doorhakt. Dante herkent dat uit de praktijk van loopmaking: “De één maakt een pianoloop, de volgende legt er gitaar overheen, iemand anders doet bas en drums… en uiteindelijk beslist niemand of bijvoorbeeld de drums uit het nummer moeten. Er zijn te veel oren en ogen, er is geen beslissende producer. Op die manier kan het dus eindeloos doorgaan.” Spinvis vat het droog samen: “Dus alles wordt een compromis.”
Die gefragmenteerde werkwijze schuurt voor hem tegen iets onpersoonlijks aan – “muziek die AI heel goed zou kunnen maken” – al ziet Dante nog wel ruimte voor een eigen benadering. Hij beschouwt samenwerkingen minder als een optelsom van persoonlijkheden en meer als een zoektocht naar klank: “Bij mij ligt bij een collab de focus op het stemgeluid. Ik gebruik een samenwerkende artiest als een instrument. Het gaat om wat het nummer nodig heeft, niet om wie het doet.”
Voor Spinvis ligt de echte magie juist in onverwachte kruisbestuivingen, buiten de gebaande paden van de muziekindustrie. Hij werkt graag met dansers of filmmakers, omdat hun manier van creëren anders is. “Een choreograaf begint ook met slechts een beweging. Terwijl je bezig bent, ontstaat er iets en inspireer je elkaar.” In die spanning tussen controle en loslaten, tussen collectief en individueel, ontvouwt zich hun visie op samenwerking: waardevol, mits er ruimte blijft voor richting en karakter. Dat Spinvis in Dante “iemand hoort die weet hoe een goede melodie in elkaar zit” onderstreept wederzijds respect tussen de muzikanten.
Eigenaarschap
Ondanks hun verschillende achtergronden – de één gevormd door kerk en internet, de ander door vriendjes bij platenzaken – delen Spinvis en Dante een opvallende overeenkomst: een sterke behoefte aan eigenaarschap. Of het nu gaat om productie, schrijven of het gebruik van nieuwe technologieën, beiden zoeken naar manieren om het proces zo persoonlijk mogelijk te maken. Misschien is dat wel de kern van dit gesprek. In een tijd waarin muziek sneller, toegankelijker en meer geautomatiseerd is dan ooit, zoeken deze twee makers juist naar vertraging, controle en betekenis.
Als het gesprek eindigt, lijkt een voorzichtige uitnodiging tot een gezamenlijk project in de lucht te hangen.
KADERS:
Spinvis
Erik de Jong is de man achter Spinvis. Een gevestigde naam in de muziekscene. Zo’n 25 jaar geleden brak hij door met zijn lofi-debuutplaat Spinvis. Hij zoekt steeds naar uitdagende vormen om zijn muziek te kunnen uiten. Op dit moment heeft hij enkele optredens op het programma staan, onder meer met Saartje van Camp en het Wonderfeel Orchestra. (3 juli op Wonderfeel Festival, Baarn; 18 juli op Vierdaagsefeesten, Nijmegen; 24 juli op WeitjeRock, IJzendijke; 10 oktober op Masterpiece Festival, Groningen).
stay away from dante!
Achter de naam stay away from dante! gaat Emmanuel Adomah Boateng schuil. Hij is een muzikant uit Amsterdam-Zuidoost. Hij heeft een eigenzinnige sound waarin rap en zang op zeer natuurlijke wijze samenkomen. Zijn benadering van (Nederlandstalige) hiphop doet denken aan onder andere Tyler, the Creator. Dit jaar is hij te zien op een aantal festivals en tijdens zijn Duizend Volle Manen-clubtour (27 november in Merleyn, Nijmegen; 28 november In TivoliVredenburg, Utrecht; 16 december in Simplon, Groningen).