Uw ervaring op deze site wordt verbeterd door het gebruik van cookies.
Sta cookies toe Meer informatie ×

Interview

do 16 juli 2026

Will Oldham: “De kracht van muziek zit in verbinding”

Interview

Will Oldham heeft sinds begin jaren negentig onder verschillende namen – Bonnie ‘Prince’ Billy en Palace (Brothers) zijn de bekendste – zo’n dertigtal albums opgenomen die hem internationaal op de kaart hebben gezet. Hij heeft samengewerkt en opgenomen met onder anderen Bill Callahan (Smog), Matt Sweeney en Johnny Cash, tourt regelmatig, heeft een gezin en net (weer) een nieuw album (We Are Together Again) uit. In augustus en november is hij in Nederland te zien.

Tekst Thomas van der Vliet

Je werkt op We Are Together Again vooral met lokale muzikanten uit Louisville, Kentucky. Welk resultaat had je voor ogen?
“Ik vind het waardevol dat ik met de muziek die ik maak kan bouwen op de relaties die ik hier heb, waar ik sinds mijn jeugd woon. Die relaties zijn waardevol voor mij als artiest, maar ook voor mijn familie. Er is een hoop vertrouwen en respect in de opnamestudio en dat is vaak ondergewaardeerd in kunst. Respect voor je collega’s en publiek is essentieel. Slechts twee muzikanten op het album kende ik niet persoonlijk en werden aanbevolen door de producer. Chris Cupp speelt bas en Caleb Vasquez percussie. Alle anderen kende ik. Data hoor je terug op de plaat. We durfden te experimenteren en iedereen kon zijn identiteit naar de plaat brengen. Het maken van een album is voor mij altijd een mooi excuus om met mensen te kunnen werken. Wat we vangen in de studio zijn momenten van creativiteit en ontdekking.”
 
Het album bestaat uit liedjes die goed op zichzelf kunnen staan, maar ademt ook een samenhangende sfeer uit. In hoeverre ging je daar ook voor?
“Daar ging ik zeker voor. Tijdens mijn Palace-tijd was ik al gefascineerd door The Rolling Stones die in de jaren zeventig albums maakten vol met liedjes die goed waren, maar die als album vooral goed stonden. Ik ben nu al bezig met een nieuwe plaat en als een liedje daar niet goed op past bewaar ik het voor een ander moment.”
 
De arrangementen met viool en fluit passen erg goed bij de liedjes. Was het vanaf het schrijven van de liedjes al het idee om ze te verrijken met deze arrangementen?
“Ik schrijf eigenlijk nooit liedjes met arrangementen al in mijn hoofd. Ik heb mensen met wie ik graag werk gevraagd arrangementen te schrijven. Ik had de liedjes uitgekozen waarvan ik dacht dat het zou passen. Soms hadden ze ideeën die minder goed werkten, maar op andere stukken werkten ze weer erg goed. Ik wilde wel per se de zang eerst doen, zodat iedere muzikant kon horen hoe het liedje in elkaar stak en waaromheen ze hun partijen konden bedenken.”
 
Hoe moeilijk is het om het opnemen van albums en touren te combineren met een familieleven?
“Dat vraagt enige inspanning. Maar ik voel dat als ik liefde en respect kan geven aan mijn vrouw en dochter en onze andere familie, dat het mijn muziek aanvult en andersom. De muziek vindt zo zijn weg weer naar luisteraars die met dezelfde materie kampen: het herkennen van de complexiteit van een gezond en lang leven. Maar ik tour nooit langer dan twaalf dagen per keer. En wat betreft het opnemen, volgens mij had mijn vrouw het niet eens door. Ik was af en toe een paar uurtjes weg. De opnamestudio was nog geen tien minuten van mijn huis. Ik plande alles om de dingen thuis heen, zoals het brengen en ophalen van onze dochter van en naar school.”
 
Neem je ook zelf dingen op? Heb je een thuisstudio?
“Die heb ik, maar iemand die een studio runt weet precies hoe hij microfoons moet plaatsen en hoe de effecten werken. Daar ben ik niet slim genoeg voor. Ik heb hier wel een soort basis setup, maar elk excuus dat ik kan vinden om uit mijn bubbel te komen pak ik graag aan. Ik ben niet geïnteresseerd in iemand die alles zelf doet. Voor mij zit de kracht van muziek in verbinding. Daarom geloof ik ook niet in AI-muziek omdat ik nergens mee communiceer.”
 
Tom Waits zei ooit dat hij tijdens en vlak voor opnames nooit naar andere muziek luisterde omdat hij bang was beïnvloed te worden. Hoe kijk je zelf naar wat je heeft beïnvloed als muzikant?
“Ik luister soms bewust naar sommige radiostations voordat ik iets ga opnemen. Heel vaak is dat muziek die juist ver af staat van wat ik doe. Denk aan Marokkaanse radiostations. Soms luister ik naar bepaalde muzikanten. Ik heb altijd al een Don Williams-liedje willen maken. Everybody’s Got A Friend Named Joe, van onze laatste plaat leunt hier erg tegenaan. Dit was een poging om zo’n liedje te maken.”
 
Hoe luister je terug naar oudere albums?
“Dat doe ik eigenlijk nooit, maar ik kan soms aangenaam verrast worden wanneer ik een liedje op de radio hoor of op een plek waar ik het niet verwacht. Dan kan ik weer terugkeren naar de plek waar ik ze heb opgenomen en vooral met wie. Verder luister ik ze eigenlijk alleen terug als ik ze opnieuw wil leren om ze live te spelen. Ik werk zoveel aan mijn muziek en de mix van de liedjes dat er weinig reden voor me is om weer naar ze terug te keren.”
 
Niet al je muziek staat op Spotify. Hoe kijk je naar streamingdiensten?
“De laatste albums staan op Spotify. Maar eigenlijk vind ik het geen goede plek om te zijn of om muziek tot je te nemen. Ik vind het jammer dat deze media bestaan. Ze nemen ons veel meer af dan dat ze geven. Het is jouw muziek ook niet. Het is hun muziek. Je huurt het tijdelijk. Zij kunnen het elk moment afnemen of je meer laten betalen. Het lijkt alsof ze je zinvolle suggesties geven om muziek te ontdekken, maar eigenlijk willen ze gewoon je aandacht en data vasthouden Allemaal zonder dat ze willen dat de muziek beter wordt of dat je een sterker of beter mens wordt. Het is junkfood. Het zijn geen muziekbedrijven maar databedrijven. Ik ben echt van mening dat we in onze tijd een grote achteruitgang zien van het cognitief functioneren omdat we afhankelijk worden van dit soort bedrijven. Alle keuzes worden weggehaald en we worden lui. Alleen al dat je moet nadenken welk geld je uit gaat geven aan welke plaat, waar je hem gaat kopen, hoe je daar gaat komen, waar je hem bewaard. Als je hem opzet kan je de hoes zien en voelen. Het is zo’n beleving die ons wordt afgenomen. Daarbij zijn het ook bedrijven die buiten muziek ook verschrikkelijke dingen doen en keuzes maken.”
 
Je hebt niet veel met producers gewerkt. Hoe komt dat?
“Producer is een lastig te omschrijven functie en op meerdere manieren te interpreteren. Er zijn producers die rechtmatig kunnen claimen dat ze de artistieke identiteit van een album hebben bepaald. Net zozeer als platen bijvoorbeeld van Leonard Cohen waren, waren het ook Phil Spector-platen. Ik pak zelf de traditionele taken van een producer vaak op, terwijl ik me tegelijkertijd realiseer dat de recording engineer een behoorlijke vinger in de pap heeft, wat betreft de creatieve input van een album. Soms via suggesties die out of the box waren, door bepaalde muzikanten voor te stellen.”
 
Je hebt wel met Rick Rubin gewerkt!
“Ik heb inderdaad met hem gewerkt toen ik met Johnny Cash mijn nummer I See A Darkness opnam. Maar daar heb ik eigenlijk puur gezongen en geen suggesties gedaan. Rick produceerde die hele plaat van Cash. Hij laat de artiest meestal zijn gang gaan en doet weinig voorstellen. Dat is zowel een kracht als een valkuil denk ik. Hij heeft de covers aangedragen en de muzikanten. Hij wilde eigenlijk Death To Everyone doen, maar Cash hoorde I See A Darkness en June Carter overtuigde Johnny om dit liedje te nemen. Ik heb het live met hem in de studio gezongen. Hij had een take gedaan en was niet helemaal tevreden en dus we hebben er samen een uur aan gewerkt totdat hij tevreden was. Het was een onvergetelijke en inspirerende ervaring.”
 
Will Oldham live: 7 augustus in Caprera, Bloemendaal; 11 november in Koninklijk Theater Carré,  Amsterdam.
We Are Together Again verschijnt via Domino Records