Uw ervaring op deze site wordt verbeterd door het gebruik van cookies.
Sta cookies toe Meer informatie ×

Blog

Tekst: Eddie Aarts
wo 2 september 2026

1976: een bijzonder jaar in Bob Marley’s loopbaan

Blog

Afgelopen week verscheen Roots Rock Reggae – Bob Marley & The Wailers live at The Hammersmith Odeon. De tot dusver onbekende opnamen uit juni 1976 stammen van amper een jaar na die van het fameuze Live! en waren beslist niet bestemd voor een plaatrelease, maar vangen het geluid van een bijzondere fase in Marley’s loopbaan.

Tekst Eddie Aarts | Foto Shutterstock
 
Het in 1975 in de Londense Lyceum opgenomen Live! mogen we gerust als Bob Marley’s doorbraakalbum beschouwen. De versie van No Woman No Cry, die op single verscheen, werd zijn eerste internationale hit en een groot (radio)publiek maakte dankzij het album, al dan niet gevraagd, kennis met de bijzondere atmosfeer en kracht van zijn concerten. En hoewel reggae de mainstream vermoedelijk hoe dan ook zou hebben bereikt – met Marley in de voorhoede – is het grappig te constateren dat het succes van Live! min of meer een toevalstreffer was. Want pas nadat hij onder de indruk raakte van de sfeer bij eerdere concerten in Los Angeles besloot Island-baas Chris Blackwell te elfder ure de Rolling Stones Mobile Studio te charteren om de Londense concerten op 17 en 18 juli 1975 vast te leggen. De rest is (muziek)geschiedenis. Liveplaten worden door die geschiedenis zelden als essentieel bestempeld, maar Marley’s plek in dat bescheiden rijtje is onbetwist. 
 
De nu uitgebrachte opnamen van amper een jaar later zijn niet essentieel, maar laten wel perfect horen hoe de artiest en zijn groep voortbouwden op het succes van amper een jaar eerder en regelrecht afkoersten op hun sterrenstatus. En ze illustreren hoe veranderingen en verbeteringen ogenblikkelijk effect hadden.
 
Ambitieus
Op basis van het succes van de liveplaat en eerdere concerten werd Marley in de zomer van 1976 maar liefst zesmaal in vier dagen geprogrammeerd in The Hammersmith Odeon. De zaal bood plaats aan bijna tweemaal zoveel bezoekers als The Lyceum en meerdaagse boekingen waren er slechts bij hoge uitzondering. Ambitieus volgens criticasters, maar belangstellenden meldden zich in groten getale. Daar vergiste men zich dan weer wel in. Terwijl uit de entourage van de platenmaatschappij werd geadviseerd extra security in te schakelen bij de kaartverkoop, liet men dat achterwege. Met alle chaotische gevolgen van dien.
 
Hoewel men incidenteel kampte met geluidsproblemen, maakt de groep de hooggespannen verwachtingen waar. Bezoekers van de concerten waren diep onder de indruk en ook muziekkranten als New Musical Express waren onverdeeld unaniem in hun breed uitgemeten loftuitingen.

Ray Coleman, hoofredacteur van Melody Maker leidt zijn paginagrote verslag in met de stelling dat de jaren zeventig nog een artiest ontberen die de geest van het decennium weet te vangen. Hij nuanceert en erkent de verdiensten van acts als Led Zeppelin en The Carpenters, maar mist een grootheid met de impact als die van The Beatles op de jaren zestig. Een week na het bijwonen van het concert in The Hammersmith Odeon constateert hij dat Bob Marley daar het dichtst bij in de buurt komt.
 
Momentum
Dat Bob Marley’s imago explosief groeide staat buiten kijf. In de elf maanden die verstrijken tussen de twee tours blijft het momentum van carrière in stand. Hij voltooit zijn tweede ‘soloplaat’ Rastaman Vibration waarop de ‘nieuwe’ Wailers-sound zich definitief aftekent. Met het titelnummer zou hij voortaan vrijwel alle concerten aftrappen. En militante songs als Crazy Baldhead, Rat Race en War verrijken direct de setlists, waardoor concerten minder leunen op werk uit de trio-tijd.

Zijn begeleidingsband wordt versterkt tot de formatie zoals we die kennen. Twee gitaristen zorgen ervoor dat Bob zijn instrument vaker laat voor wat het is en zich nadrukkelijker, expressiever en daarmee charismatischer als zanger profileert. Naast de jonge, talentvolle Jamaicaanse gitarist Chinna Smith staat wederom een Amerikaanse bluesman. Al Anderson heeft tijdelijk plaatsgemaakt voor voormalig Albert King-sidekick Donald Kinsey, die wanneer nodig vlamt, maar vooral uitblinkt in subtiliteiten. De oorspronkelijke Wailers-toetsenist Earl ‘Wyah’ Lindo krijgt gezelschap van nieuwkomer Tyrone Downie. En zonder iets af te willen doen aan de onverwoestbare basis van de Barrett-broers op drums en bas zijn het de twee klavierspelers die in grote mate het geluid bepalen. Godzijdank nog op organisch klinkende instrumenten als Clavinet en Hammond zorgen ze binnen veel nummers voor subtiele verschuivingen in dynamiek en textuur.
 
Sound
Die details komen duidelijk naar voren in een ongelooflijk open en transparant totaalgeluid. Dat zegt veel over de kwaliteit van deze (niet voor een plaatrelease gemaakte) opnamen en de technische mogelijkheden die we vijftig jaar later hebben. Naar mijn mening weerklinkt vooral ook de destijds actuele stand van zaken in Kingston. Want midden jaren zeventig waren de rastafari-georiënteerde rootsreggae én dub de dominante stromingen binnen de Jamaicaanse muziek. En juist dat laatste lijkt ook in deze set hoorbaar. Niet omdat (zoals in de studio) een geluidsman speelt met kanalen en effecten, maar omdat de musici zélf heel goed getimed en gedoseerd aanwezig zijn. Daarbij is het hele gezelschap, voortdurend haarfijn afgestemd op Marley’s golflengte, die daardoor geregeld ruimte kan nemen voor ad libs en improvisaties die goed op hun plek vallen.
 
Het allermooist komt dat tot uiting in de magistrale, een half uur beslaande toegift. Na Positive Vibration en Rat Race worden daarin War, No More Trouble en Get Up, Stand Up aaneengesmeed tot een wervelende finale. War, de op muziek gezette en tot de dag van vandaag actuele speech die Haile Selassie in oktober 1963 voor de VN hield, begint Marley a capella en de musici voegen zich pas geleidelijk bij hem. Het moet diepe indruk gemaakt hebben op de aanwezigen en heeft wat mij betreft beduidend meer impact dan het latere arrangement, waarbij de band als eerste inzet. Na Selassie’s bespiegelende woorden horen we in No More Trouble en Get Up, Stand Up natuurlijk ook Marley’s eigen, activistische boodschap. Maar dat laatste nummer ontaardt uiteindelijk in een dansfeestje dat oproept tot eenheid en verzoening.
 
Transitie
Ray Coleman was met zijn stelling natuurlijk voorbarig, want punk en hiphop (om er maar een paar te noemen) kennen hun oorsprong rond dezelfde tijd en zouden voor blijvende aardverschuivingen in het muzikale landschap zorgen. Maar dé stem van het decennium leverden ze niet op. En een andere tijdgenoot bedenken wiens muziek, beeltenis én boodschap eveneens tot in elke uithoek van de wereld gemeengoed zijn, valt niet mee.

Coleman sloeg de plank niet mis en zoals deze opnamen aantonen was hij inderdaad getuige van iets bijzonders. De ambitieuze Marley van Live! zou binnen even paar jaar uitgroeien tot de wereldster die we op Babylon By Bus horen. Live At The Hammersmith Odeon zit daar precies tussenin en laat de transitiefase tussen clubs en sporthallen horen. Dat is wellicht voer voor ‘Bobspotters’. Maar ik geloof dat ik Bob Marley hier – met evenveel te winnen als te verliezen en aan de vooravond van een roerige periode die Engeland, Jamaica én zijn eigen leven flink zou ontregelen – op zijn allerbest vind.
 
Roots Rock Reggae – Bob Marley & The Wailers live at The Hammersmith Odeon verschijnt via Tuff Gong/Universal