Uw ervaring op deze site wordt verbeterd door het gebruik van cookies.
Sta cookies toe Meer informatie ×

Column

Tekst: Minke Weeda
vr 19 juni 2026

Column: Bananendrama

Column

Minke Weeda is directeur van Rotown Rotterdam en showcasefestival Left of the Dial én columnist voor Heaven.

Ik ben iets ruimdenkender geworden. 

Dat komt door het bananenpak-drama dat twee weken geleden plaatsvond in de Amerikaanse hardcore-scene. Niet de elektronische, maar de punk-variant van hardcore. Sowieso best een vervelende scene, vond ik altijd al en na dit incident al helemaal. 

Voor wie het gemist heeft: in Amerika loopt er kennelijk bij veel hardcore-concerten een jongen in een bananenpak rond. Hij is zo’n groot fan van de muziek dat hij heel de VS rondreist en ook naar Canada gaat als daar een band speelt die hij wil zien. Daar ging het mis. 

Tijdens een show in Toronto riep een band hem naar voren. Niet om hem te complimenteren dat hij alle teksten enthousiast aan het meeschreeuwen was, maar om hem belachelijk te maken. De bassist vond zelfs dat het bananenpak kapot moest worden gemaakt. Dat liet het publiek zich geen twee keer vertellen en tijdens het eerstvolgende nummer dook iedereen op de jongen en werd zijn bananenpak aan flarden gescheurd. Hij kwam bont en blauw uit de pit. 

Hoewel ik nooit veel enthousiasme heb kunnen opbrengen voor mensen die verkleed naar concerten of festivals gaan, werd ik hier kotsmisselijk van. Hoe evil kun je zijn tegen een fan? 

Van de week was ik bij een concert in Utrecht. Om me heen stonden heel veel mensen in T-shirts van de band die op het podium stond. En van een andere band waar de zanger lang geleden in speelde. 

Normaal gesproken zou ik dat irritant vinden. 

Er is geen enkele reden voor, maar ooit had ik besloten dat alleen sukkels een T-shirt dragen van de band die op het podium staat. Ik deed verder niks met die mening en volgens mij mag je nog steeds denken wat je wil, maar ik voelde toch dat er door het bananenincident toch iets voor me was veranderd. 

In plaats van het innerlijke gemopper dat normaal in mijn hoofd zou plaatsvinden, dacht ik namelijk nu alleen maar: goed zo.