Column
Column: Muziek vanuit auto's
Minke Weeda is directeur van Rotown Rotterdam en showcasefestival Left of the Dial én columnist voor Heaven.
Zes jaar geleden postte ik dit op social media:
“Ik woon al meer dan 20 jaar aan een kruispunt. Mijn slaapkamerraam is precies boven het stoplicht en op alle mogelijke tijdstippen staan er auto’s voor het rode licht te wachten met muziek aan. Soms zo hard dat de ramen ervan trillen. Statistisch gezien zou er in die 20 jaar toch weleens iets tussen moeten hebben gezeten dat ik leuk vind, maar dat is niet zo. Het is altijd kutmuziek. Mensen die van leuke liedjes houden, nemen kennelijk een andere route.”
Vlak na die post is het kantoor van Rotown verhuisd en mijn bureau staat sindsdien vlakbij balkondeuren die uitkijken op de Nieuwe Binnenweg. Nu hoor ik dus vijf dagen per week ook tijdens werktijd auto’s voorbijkomen die muziek draaien.
Het veranderde weinig. Het bleven alleen maar liedjes waarvan ik mezelf bijkans wilde verharakiri-en. Maar vorige week was ik alleen op kantoor en hoorde ik ineens een nummer van The Smiths uit een auto komen. How Soon Is Now.
In eerste instantie leek me daarmee de constante stroom van kutmuziek was doorbroken.
Maar ja, ik ben opgegroeid in een omgeving waar vrijwel iedereen The Smiths de meest belachelijke band ooit vond. Ik was het daar niet mee eens, maar eigenlijk kende ik verder alleen sukkels die The Smiths leuk vonden. Zoiets werkt toch door. Bovendien heb ik de rest van die dag steeds zachtjes “I am human and I need to be loved” gezongen. Veel aanstelleriger kan het niet.
Misschien moet ik bij nader inzien toch nog even op een ander liedje wachten.