Column
Column: Oasis-teken
Minke Weeda is directeur van Rotown Rotterdam en showcasefestival Left of the Dial én columnist voor Heaven.
Op zaterdag begon iemand een gesprek over Oasis waar ik eigenlijk geen zin in had. Ik snapte ook niet zo goed waar diegene naartoe wilde met zijn verhaal. Hij begon wel vier keer een zin met “het zegt toch genoeg over Oasis dat…” en dan volgde er een triviaal feitje dat volgens mij juist helemaal niks over de band zegt.
Het was me totaal onduidelijk of hij ze nou goed vond of niet en dat kom me eerlijk gezegd ook weinig schelen. Gelukkig vond de Oasis-expert snel een ander slachtoffer om zijn theorieën mee te delen.
De volgende ochtend liet ik de hond uit. Het miezerde en het was stil op straat. Ik liep naar het grasveldje en bleef daar in gedachten verzonken staan terwijl mijn hond rondscharrelde. Ineens hoorde ik achter me een dof gebonk.
Op het fietspad langs het grasveld kwam een jongen op een elektrische step aan rijden. Hij droeg een korte broek en roze zonnebril met glazen in de vorm van hartjes. Op zijn hoofd had hij een groene pet met een propellertje erop. Hij hield één been als een balletdanser naar achter gebogen in de lucht.
Toen hij dichterbij kwam, hoorde ik dat hij een gabberremix van Wonderwall draaide. Die had ik nog nooit gehoord. Mijn hond stond aan een grasspriet te ruiken en keek niet op of om. De jongen op de step zoefde voorbij en een paar seconden later was hij verdwenen.
Ik weet niet precies wat dat zegt over Oasis, maar vast wel iets.