In de ban van Husky
In de ban van Husky
Al weken ben ik in de ban van de tweede van de Australische groep Husky. Ruckers Hill is een album dat de liefhebber van melodieuze, tijdloze popliedjes simpelweg niet mag missen. De groep roept bij mij de associatie op met hun landgenoot Shane Gould. Die meervoudige Olympische medaillewinnaar (in het rampjaar 1972 in München) zag ik een aantal jaren geleden in zee zwemmen bij het Griekse eiland Lesbos. Haar manier van voortbewegen was zo natuurlijk en gracieus dat de vissen er rode koontjes van opwinding van kregen. Zo voel ik me ook bij het beluisteren van dit album.
Helemaal uit de lucht vallen doet Husky natuurlijk niet. Wanneer drie Heaven-medewerkers het debuutalbum Forever So in hun jaarlijst zetten en The Shins en Neil Young met ze op tournee gaan, kun je nauwelijks nog van een verrassing spreken. Het overkwam viertal uit Melbourne drie jaar geleden. Sindsdien schaar ik Husky onder de grote popacts van Down Under als The Go-Betweens en My Friend The Chocolate Cake.
Ook op Ruckers Hill nodigt zanger-liedjesschrijver Husky Gawenda ons uit in zijn leefomgeving waar hij de alledaagse gebeurtenissen ordent en omtovert tot poëtische liedteksten. Zaken als een jas lenen, een spelletje kaarten en naar Fats Domino luisteren, worden gevangen in atmosferische liedjes met melodielijnen die de zinnen strelen. Als een spiegel in de zon verhelderen Husky's liedjes het zelfbeeld en omgeven het met een warme, genadevolle gloed. Stilistisch borduurt de groep verder op een combinatie van folk- en popinvloeden, waarbij akoestische gitaarakkoorden en verslavende zangpartijen de boventoon voeren. De transparante, spontane wijze waarop deze dertien liedjes zijn vastgelegd, bevordert nog eens extra de toegankelijkheid van deze genreplaat par excellence.
Husky live: 19 mei in Tivoli De Helling, Utrecht; 21 mei in Rotown, Rotterdam; 22 mei in Merleyn, Nijmegen.