Fotografie als rock-’n-roll: Harry Heuts in Museum Valkenburg

Een cliché van formaat luidt dat een beeld meer zegt dan duizend woorden. Wie fotograaf Harry Heuts kent, krijgt die duizend woorden er meestal ook nog bij, in een spraakwaterval die minstens zo energiek is als de artiesten die hij decennialang voor zijn lens ving. Alleen — vreemd genoeg — ontbreken die woorden in de tentoonstelling die Museum Valkenburg nu aan hem wijdt. Wat rest zijn de foto’s zelf: front row, backstage, en vooral de pure energie van livemuziek.
Tekst Ludo Diels Foto Harry Heuts
Heuts is een man die leeft van timing. Hij staat waar anderen niet staan, of beter: hij blijft staan waar de rest meebeweegt. Dat levert foto’s op die ademen, zweten en druppen van concertenergie. Soms is het alsof je zelf een stap achteruit moet doen omdat Flea van de Red Hot Chili Peppers zó uit het frame je eigen blikveld in dendert. Voor zijn foto van Iggy Pop op Pinkpop werd Heuts in 2010 bekroond met de Zilveren Camera in de categorie Kunst, Cultuur & Entertainment — een terechte erkenning van zijn vermogen om het beslissende moment te vangen.
Maar waar Heuts in zijn beste momenten de pose weet te doorzien en iets blootlegt wat groter is dan de ster zelf — de kwetsbaarheid van Amy Winehouse, de rauwe eenzaamheid van Herman Brood, de flamboyante glans van Little Richard — zijn er ook foto’s die vooral de grootsheid van de naam etaleren. Rowwen Hèze achter het podium, de band obligaat poserend richting de fotograaf, terwijl het uitzinnige publiek als decor in hun rug staat: sympathiek, maar ook voorspelbaar. Het beeld verbeeldt eerder de pose zelf dan het moment dat overstijgt.
En soms schuurt zijn werk zelfs tegen het voyeuristische aan, zoals in de foto van de begrafenis van de Zangeres Zonder Naam met een emotionele Eddy Wally prominent in beeld. Ongemakkelijk en puur tegelijk, maar ook een beeld dat enigszins buiten de toon van de rest van zijn oeuvre valt. Het is iets wat je eerder bij een paparazzo verwacht, terwijl Heuts juist groter is dan dat: een fotograaf die zijn kracht vindt in timing, energie en de vonk van muziek, niet in het betrappen.
Juist in de ingetogen hoekjes van de tentoonstelling toont hij zijn vakmanschap. Neem Jan Smeets, Mister Pinkpop, in een beschaduwde opname: hier gaat het niet om explosie maar om stilte, om de mens achter het icoon. Die foto’s hebben een gelaagdheid die beklijft.
Wie de geschiedenis van de popfotografie kent, denkt bij zulke momenten ook aan Gijsbert Hanekroot of Anton Corbijn — fotografen die de introspectieve, verstilde kant van muzikanten vangen. Heuts kiest nadrukkelijk voor de andere weg: niet de stilte, maar de ontlading. Zijn kracht ligt in het vastleggen van de expressieve, extraverte en vaak overrompelende kant van popmuziek. Fotografen als Hanekroot en Corbijn leggen het accent op kijken met inzicht, diepte en scherpte — beelden die je minder laten zien, maar je des te meer laten nadenken. Bij Heuts of diens collega Hub Dautzenberg is het juist het actieve, spontane plezier van kijken dat overheerst. De foto’s zijn geen raadsels, maar erupties. Ze geven je het plezier van erbij zijn. Niet voor niets heet de tentoonstelling Lust for Live.
Zijn beste foto’s zijn composities waarin timing, spontaniteit en energie als een puzzel samenvallen. Niet bedacht, niet geregisseerd, maar het beslissende moment waarin alles klopt. Het zijn foto’s die je niet zozeer aan het denken zetten, maar die je doen verlangen naar de volgende band, de volgende noot, de volgende avond in een dampende zaal.
Toch knaagt soms het gemis van context. Want hoewel het gevoel van live-energie onweerstaanbaar is, mis je af en toe de stem van de fotograaf zelf. Wie Heuts ooit over zijn werk hoorde vertellen, weet dat elk beeld gedragen wordt door verhalen die achter de foto schuilgaan. Juist die verhalen hadden de tentoonstelling extra lading kunnen geven.
Maar het plezier is er — onmiskenbaar en overvloedig. Heuts heeft zijn plek verdiend binnen de canon van de popfotografie, niet omdat hij de stilte zoekt, maar omdat hij de ontlading durft vast te leggen. Je verlaat het museum met een lichte ruis in je oren, alsof je net een festivalweide afloopt.
Te zien tot 30 november in Museum Valkenburg.