Het evangelie van Cave
Op een festival waar zelfs de rebellie zorgvuldig gecureerd oogt, was Nick Cave zaterdagavond de ideale voorganger. Twee uur lang leidde hij zijn publiek van duisternis naar verheffing, met voldoende schaduw om het geloofwaardig te houden.
Tekst en foto Ludo Diels
Sommige concerten hebben de onhebbelijkheid om als maatstaf voor alles wat volgt te gaan functioneren. Nick Cave & The Bad Seeds op Best Kept Secret in 2022 was zo'n avond. Vrienden spreken er nog steeds over alsof ze samen een wonder hebben aanschouwd. Een deel van het publiek kwam zaterdag dan ook niet alleen voor Nick Cave. Het kwam kijken of een herinnering verslagen kon worden. Dat bleek de verkeerde vraag. Herinneringen zijn slechte tegenstanders. Ze spelen vals.
Verandering
Wat zich zaterdagavond voltrok was dan ook geen revanche op 2022, geen poging tot overtreffen, geen wedstrijd. Het was een nieuw hoofdstuk in een verhaal dat inmiddels ruim veertig jaar onderweg is. Een verhaal over zonde, verlies, verlangen, schoonheid en de hardnekkige menselijke behoefte om ergens betekenis in te vinden.
Best Kept Secret is inmiddels uitgegroeid tot een reservaat voor de havermelkelite. Het is er mooi, smaakvol en overzichtelijk. De wereldkeuken is uitgebreid, De Correspondent is aanwezig en zelfs de rebellie oogt er zorgvuldig gecureerd. Tegelijkertijd biedt het festival een van de sterkste line-ups van Europa. Ooit had Nick Cave zich misschien ongemakkelijk gevoeld op een plek als deze. Nu was hij de ideale afsluiter.
Misschien wringt daar ook iets. Fans hebben de hardnekkige neiging artiesten voor zichzelf te willen houden. Zodra de massa zich meldt, dreigt het wantrouwen. Nu zelfs mijn kroegbaas, die ik nooit op een bijzondere belangstelling voor muziek heb kunnen betrappen, zich als Cave-adept presenteert, voel ik soms dezelfde reflex opkomen. Het is een weinig verheffende gedachte. En bovendien een onrechtvaardige. Ook Nick Cave heeft recht op verandering. Mijn kroegbaas overigens ook.
Predikant
Vlak voor aanvang vond op het podium eerst nog een grondige reiniging plaats. Een stofzuiger zoemde tussen de instrumenten door, de piano werd opgeblonken en de microfoons gedesinfecteerd. Cave houdt van een schone werkomgeving.
Stipt om tien uur verscheen hij, 68 inmiddels, in een donker pak dat zelfs na twee uur rennen, knielen, preken en dirigeren nog oogde alsof het zojuist uit de stomerij kwam. Naast hem Warren Ellis, eveneens in kostuum, maar op een wijze waarop een orkaan zich aan een dresscode houdt. Het hemd hing half uit de broek. De haren van zijn strijkstok vlogen alle kanten op. Ellis speelde viool, gitaar, toetsen en legde onderweg nog een microfoonstandaard om. Een brok charisma. Cave zag uit als een rondrazende predikant die rechtstreeks uit een Londense kleermakerszaak was komen wandelen. Ellis leek eerder een profeet die drie dagen in de woestijn had doorgebracht.
Rebellie
De eerste hoofdstukken van het verklankte evangelie verliepen ruw.
Get Ready For Love en From Her To Eternity werden met zoveel venijn de wereld in geslingerd dat meteen duidelijk was waar deze avond zou beginnen. In de duisternis. In de zonde. In de onrust die Cave altijd nodig heeft gehad om zijn verhalen betekenis te geven.
Tupelo -een van de prijsnummers- klonk als een vurige oudtestamentische waarschuwing. Hier stond geen troostzanger. Hier stond de man die ooit, met zijn eerste invloedrijke band The Birthday Party ontregelende, chaotische en ronduit agressieve optredens gaf waarbij de grens tussen concert en knokpartij vaak moeilijk te onderscheiden viel.
Het mooie aan deze fase van Cave's carrière is dat hij beide figuren tegelijk is gebleven. Gecultiveerd en intellectueel met toch nog een echo van zijn vroegere rebellie; een woeste postpunk-gentleman.
Na de eerste storm trok de lucht langzaam open.
Wild God vormde een kantelpunt. Jammer genoeg bleef de vertegenwoordiging van het gelijknamige album beperkt. Wie het meesterlijke Wild God (2024) de afgelopen maanden grijs draaide, had graag meer van dat materiaal gehoord. Tegelijk paste de selectie bij de logica van de avond. Dit was geen albumshow maar een festivalshow. Cave wees daar zelf ook op. Normaal speelt hij ruim drie uur. Hier kreeg hij twee.
Dat lijkt een beperking. In de praktijk gaf het de avond vaart. Geen omwegen. Geen vrijblijvendheid. Geen momenten waarop de aandacht kon verslappen. Alles stond in dienst van de essentie.
Dat de tour pas net onderweg is, gaf de voorstelling bovendien een aangename rafelrand. Af en toe ontstond er verwarring over de setlist. Muzikanten zochten elkaar even op. Er moest gewerkt worden. Dat roestige gaf de show iets menselijks. Alsof je de machine nog hoorde ademen voordat ze op volle kracht kwam.
En wat voor machine. De zieke bassist Martyn Casey werd vervangen door Colin Greenwood van Radiohead. Ook dat zegt iets over het niveau waarop The Bad Seeds opereren.
Verheffing
Halverwege kwam de schoonheid. Het achtergrondkoor trad naar voren. White Elephant groeide uit tot een wonderlijke mengvorm van soulrevue, opwekkingsdienst en politieke waarschuwing. Ergens tussen Memphis, Melbourne en Hilversum ontstond een sfeer die zelfs op een goedbezochte EO-ledenavond niet had misstaan. De discipelen op het veld aten uit zijn hand. Toch wist Cave de duisternis nooit helemaal los te laten. Op de schermen verscheen de Unheimliche boodschap: A War Is Coming.
Even voelde het alsof de werkelijkheid zich weer meldde tussen alle verheffing door.
Want daar gaat Cave uiteindelijk over. Niet over ontsnappen. Over verdragen. Over schoonheid vinden terwijl de wereld brandt. En toen kwam de verlossing. Niet in woorden over deze hardvochtige tijden of in een oproep voor medemenselijkheid. Geen politiek. Maar muziek. Cave is aanraakbaar, zoekt contact met zijn publiek, laat zich vol vertrouwen naar voren vallen om gedragen te worden. Cave geniet zichtbaar.
Jubilee Street werkte als een collectieve ontlading. Into My Arms volgde als het onvermijdelijke slotgebed dat iedereen uit het hoofd kent. Voorspelbaar? Natuurlijk. Maar sommige liedjes verdienen hun voorspelbaarheid. Ze zijn rituelen geworden.
Er bleef één ergernis. Vanuit een naburig podium drongen geregeld zware beats het universum van Cave binnen. Alsof iemand tijdens een kathedraalmis met een bladblazer door het middenschip reed. De moderne behoefte aan permanent vermaak bleek zelfs hier niet volledig te beteugelen. Maar het wonder overleefde het.
Twee uur later verliet Cave het podium.
De verlossing was gekomen.