In memoriam: Tucker Zimmerman
Afgelopen zaterdag is het huis van Tucker Zimmerman en zijn vrouw Marie-Claire in Stockay, België afgebrand. Ze kwamen beiden om het leven door rookvergiftiging. Zimmerman was een legendarisch obscure singer-songwriter die – inmiddels in de tachtig – werd herontdekt door een jongere generatie songwriters. Met name Adrianne Lekker van Big Thief was een groot bewonderaar en droeg actief bij aan de opleving van zijn carrière.
In de herfst van 2024 bezochten redacteur Ludo Diels en fotograaf Hugo Thomassen het huis van de Amerikaan en zijn Belgische echtgenote in de Ardennen.
Het interview was eerder te lezen in Heaven magazine.
Tekst Ludo Diels Foto Hugo Thomassen
Tucker Zimmerman: Legendarisch obscuur
Soms overkomt je een aan schuld grenzend gevoel van schaamte wanneer je kennisneemt van muziek die je nooit eerder heeft bereikt. Zo voel ik me licht beschaamd dat het oeuvre van Tucker Zimmerman zich volledig buiten mijn aandachtsgebied heeft ontvouwd in een aantal liedjes die het allesbehalve verdienen onbekend en vooral onbemind te blijven. Als een openbaring, zo mag de kennismaking met de muziek, zijn poëzie en de man zelf gerust worden genoemd. Op de vooravond van zijn nieuwe album Dance Of Love, dat hij samen opnam met Big Thief, ontvangt de inmiddels 83-jarige Amerikaan Tucker Zimmerman en zijn vrouw Marie-Claire ons gastvrij in zijn huis in een dorp nabij Luik. Obscuur, ondergewaardeerd en een uniek talent zijn de termen die vallen wanneer onder liefhebbers zijn naam ter sprake komt.
Geboren werd hij in San Francisco en groeide uit tot een muzikale wereldburger. Iemand in wie het verschil tussen poëzie en songtekst niet bestaat. “Certain poems just need music, that’s all”, zegt hij er desgevraagd zelf over. Een ‘song poet’ dus. Zijn levensloop toont iemand die begaan is met de medemens, iemand die contact zoekt en gemakkelijk vriendschap vindt. Twee zielen huizen er in zijn lichaam, zo blijkt bij nadere bestudering van zijn biografie.
Hij is een zachtaardig mens die in het verleden echter ‘hard to handle’ was en als jonge knaap zelfs gewelddadig kon zijn. Hij groeide op met klassieke muziek, leerde viool spelen en studeerde in Rome -min of meer op de vlucht voor de Vietnamoorlog- compositie bij één van de kopstukken van de moderne klassieke muziek, maar was ook gevangen door de zwarte blues, rock ’n-roll en jazz. In Zimmerman vinden de zondaar en de heilige evenals de geciviliseerde en de ‘rascal’, de puritein en de barbaar onderdak. Die dualiteit heeft gerijpt door de jaren plaatsgemaakt voor een lieve, milde oude man die gelooft in de kracht van woorden en in de magie van de liefde en vriendschap. In zijn elf studio albums, in zijn dichtbundels en andere schrijfsels treedt een kunstenaar voor het voetlicht die niet aanspoort de barricaden op te gaan, maar het woord aanwendt in een licht klagende toon om vrede over te brengen. “En plezier niet te vergeten, joy. Words are everything”, zo Zimmerman.
Zijn discografie laat zich beluisteren als een mengeling van diverse stijlen waarin de folk toch wel een grote invloed vertegenwoordigt. In zijn liedjes toont hij zich als verhalenverteller die zijn levensverhaal vangt in klanken en teksten. Het verdient aanbeveling om bij wijze van inleiding gewoon bij het begin te beginnen bij ‘Ten Songs By Tucker Zimmermann’ uit 1969, gevolgd door Over Here In Europe uit 1974. Op beide albums vloeien invloeden samen. Soms zingt hij rauw, maar meestal zoetgevooisd of in falset met qua stem enige gelijkenis aan die van David McWilliams (The Days of Rearly Spencer). Op elk album door de jaren heen staan wel een paar nummers die beklijven en die het in potentie in zich hadden om uit te groeien tot evergreens. Toch gebeurde dat niet en bleef hij voor het grote publiek vrijwel onopgemerkt. Het waren veelal musici die zijn genie erkenden. Zo was het David Bowie, die hij tijdens zijn tweejarig verblijf in Londen leerde kennen, die Zimmermans album uit 1969 op de lijst zette voor Vanity Fair van vijfentwintig beste albums. Eerder al had hij als artiest optredend in nachtclubs en als straatmuzikant de aandacht getrokken van de latere sterproducer Toni Visconti met wie bevriend raakte. Toch bleef Tucker Zimmerman onder de radar. Pas wanneer fan Adrianne Lenker van Big Thief -zij noemt Zimmerman één van ’s werelds beste songwriters- met hem samenwerkt en hem meeneemt op tour door de streek waar hij opgroeide lijkt de tijd rijp voor brede erkenning. Voor zijn nieuwe album Dance of Love. werd Zimmerman teruggebracht naar de VS, waar Big Thief en medewerkers Mat Davidson en Zach Burba fungeerden als zijn begeleidingsband. “Het had weinig gescheeld of ik had die trip naar de VS niet kunnen maken. Ik moest vanwege problemen met mijn hart onder het mes. Twee dagen na de operatie zat ik in het vliegtuig voor wat een prachtige muzikale ervaring zou worden.”
De GPS moet behoorlijk aan de bak om de residentie Zimmerman te vinden. Je rijdt door gehuchten die als decor van een sociaal-realistische film van de gebroeders Dardenne niet hadden misstaan. Au bout du monde. Veel helaasheid. Dan opeens maakt het sobere verstedelijkte gebied plaats voor natuurschoon met velden, bos en huizen die omzoomd worden door groen. Vlak voor we een donker dal in rijden geeft de navigatie de bereikte bestemming aan. Het weggetje dat naar het huis leidt is te smal om te draaien. Wie er naar binnenrijdt moet er in z’n achteruit weer moeizaam zien uit te komen. Onbegonnen werk, deze expeditie. Aankloppen gaat niet. We trekken aan een bel en lopen via de lommerrijke tuin naar de voordeur die half open staat. “Come on in”, klinkt een stem met onvervalste Amerikaanse tongval. Tucker Zimmerman, zo krom als een hoepel, loopt met een blikje limonade in zijn hand naar ons toe. “Verdomme ik kan de oplader voor deze batterij van mijn fotoapparaat niet meer vinden. Ik zal Marie-Claire vragen. Dat ding moet hier ergens liggen. Maar waar in godsnaam?” Even later komt zijn vrouw terug met een beschrijving van alle stapels boeken en opgetaste spullen die ze heeft doorzocht. Zonder resultaat. Tucker Zimmerman lacht minzaam. “Kan gebeuren. In het ergste geval kopen we een nieuwe. No problem. Het zijn maar dingen; die zijn vervangbaar.”
We nemen plaats aan de eettafel. Om ons heen veel boeken, een gitaar en computer. Gezellige wanorde. Een huis waarin wordt geleefd. De poes komt naar binnen. Zijn vrouw vraagt of we buiten een fles bier ook zin hebben in een stukje appelgebak. “Houd er maar rekening mee dat jullie hier niet met een lege maag weggaan”, zegt Zimmerman geamuseerd. “Daar zorgt Marie-Claire voor. Ze is mijn steun en toeverlaat, mijn muze. We wonen inmiddels al zo’n vijftig jaar in België. Mijn vrouw komt hiervandaan. We leerden elkaar kennen in 1967 in Rome. Ik was daar als student met een beurs en Marie-Claire werkte er op de Belgische ambassade. Daarna zijn we nooit meer los van elkaar geraakt.”
Huize Zimmerman voelt al snel vertrouwd. Het lijkt welhaast onmogelijk om niet instant bevriend te raken met het stel. Ook voel je dat de magische verbondenheid tussen die twee mensen onverbrekelijk is; als een ontroerend bewijs dat liefde gemakkelijk een mensenleven meekan. En dan is daar natuurlijk nog ’s mans oeuvre waarin je deze artiest op de valreep voor vergetelheid kunt behoeden.
Hoe gaat het met je qua gezondheid?
“Ik ben OK voor iemand die niet OK is. Die trip naar de studio bij Big Thief had ik qua gezondheid bijna niet gered. In die studio ben ik echt tot leven gekomen. Het was een overweldigende ervaring. De muziek vloeide. We namen het ‘on the spot’ op. Ik houd ervan als er iets spontaan ontstaat creation on the spot. Ik had 27 liedje meegenomen. Van sommige liedjes namen we verschillende versies op. Heel spontaan allemaal. Geen overdubs. Je hoort zelfs de regen en een hond blaffen. Alles in één take opgenomen. Voorheen had ik nog nooit van Big Thief gehoord. Geweldig getalenteerde band en bovenal lieve mensen. Achteraf vernam ik dat Adrianne al tien jaar geleden een poging had ondernomen met mij in contact te treden. Toen hield ik de boot af. Er waren in het verleden meerdere partijen geweest die ‘iets met mij wilden, maar dat liep steevast op niets uit. Nu was de tijd kennelijk rijp.”
Hoe kijk je zelf tegen die late doorbraak aan? Niet sneu dat je deze lof niet eerder te beurt is gevallen?
“Nee, ik ben blij met wat ik krijg. Ik ben dankbaar. Al die jaren van schrijven en muziek maken zijn niet voor niets geweest. Het schrijven is mijn tweede natuur. Natuurlijk vind ik het mooie dat er nu een bredere belangstelling ontstaat voor mijn songs. Ik kijk uit naar wat komt. Zo ben ik.”
Je groeide op aan de Westkust van de VS. Heb je een leven geleefd dat is getekend door heimwee? Je was immers al op jonge leeftijd vertrokken.
“Verschillende keren ben ik terug geweest. Hoewel ik ben geboren in de stad, groeide ik op nabij de natuur. Ik ben een natuurmens.” Lachend: “kijk hier maar eens om je heen. Grote kans dat je straks op weg naar de auto een wild varken tegenkomt. Nee, zonder gekheid, die overweldigende natuur in Californië is natuurlijk iets wat ik vaker heb gemist. Maar in het lezen en in mijn fantasie kan ik er altijd naar terug.”
Je bent een man van letters. Je schrijft scripts, boeken, poëzie, liedjes. Het woord is dus jouw grootste houvast.
“Ja dat mag je zo wel stellen. Ik houd van woorden. Gelezen heb ik altijd. Ik houd nog steeds zielsveel van Kerouac en Bukowski.
Je moet weten dat ik in feite tussen twee grote cultuurinvloeden ben opgegroeid zonder me tot één van hen te bekeren. Ik was te jong voor de beatgeneration en te oud voor de hippie-beweging. Als het ware viel ik tussen wal en schip.
Ik speelde trombone en hield van klassieke muziek. Totdat ik via mijn oom Clarence in aanraking kwam met de gitaar en ik andere muziek leerde kennen. Mijn muzikale palet werd steeds groter. Dat is tot op de dag van vandaag zo gebleven. Ik houd van Bach en Brahms, maar ik ben ook gek op ZZ-Top, Kraftwerk en jazz.”
Op jouw site geef je niet alleen aan welke boeken je hebben gevormd maar ook welke muziek een rol speelt in jouw leven. Geen Elvis, zo valt me op.
Lachend: “Nee daar heb ik niets mee. Misschien wel als fenomeen of als mythe maar muzikaal voel ik me meer aangetrokken tot de musici die geen show nodig hebben, die voor zichzelf spreken. Ik hield van Fats Domino, van Little Richard en ook van Richie Havens en Tim Buckley. Ik houd van pure muziek. Bruce Springsteens Nebraska valt daar ook onder. Dat is een album zonder opsmuk. Puur. Uiteraard kun je niet om Dylan heen- ik ben notabene even oud en draag dezelfde achternaam. Met name Highway 61 Revisited en Blonde On Blonde spreken tot mijn verbeelding. Dat zijn voor mij de beste albums waarin alles van zijn liedkunst samenkomt.
Overigens vind ik het terecht dat hij de Nobelprijs voor zijn liedkunst heeft gekregen. In mijn optiek hebben poëzie en songtekst dezelfde stroom. Sommige gedichten hebben muziek nodig.”
Hoe bedoel je? Staan sommige gedichten dan niet op zichzelf?
“Het is een gevoel. Op mijn nieuwe album zijn twee liedjes als gedicht begonnen: Burried At Sea en Idiot’s Maze. Nu zijn het liedjes. Maar wel met dezelfde zeggingskracht. Ik ben niet zo geboeid in een theoretische verklaring waarin liedtekst en gedichten verschillen. Mij is het om de schoonheid en zeggingskracht van de woorden te doen. Als die beter tot uitdrukking komen door er muziek bij te zetten, dan is dat prima.”
Is er muziek waarnaar je telkens terugkeert, die iets met je doet; je in een bepaalde sfeer brengt, troost biedt wellicht of de inspiratie een zetje geeft?
“Er is klassieke muziek waar ik zielsveel van houd. Ik noemde net al Brahms en Bach. Maar de muziek die mij tot tranen toe kan ontroeren is dansmuziek. Ik houd van disco. Dat draai ik soms meerdere keren achterelkaar. Het is muziek die voor mij werkt als een soort catharsis.
Aangezien mijn lijf niet meer zo wil speelt de beweging die dit soort muziek opwekt zich vooral af in mijn hoofd.”
Wil je iets overbrengen in de muziek. Heb je een boodschap?
“Vrede wil ik overbrengen en plezier. Muziek is voor mij een groot genot. Met werken heeft het niets te maken. Puur genot.”
En waar komt die muziek vandaan? Hoe vang jij je ideeën op?
“Vroeger was ik een fanatiek fietser. Ik kon wel ritten maken van twaalf tot veertien uur. Dan kwam de inspiratie vanzelf. Menigmaal moest ik stoppen om mijn invallen in mijn notebook te noteren. Tegenwoordig vind ik mijn materiaal dichterbij huis. Soms neem ik een inval op. Voor mij is muziek een constante stroom.”
Wanneer Tucker Zimmerman naar zijn boekenkast loopt hoor je hem neuriën. Daarop aangesproken merkt hij op: “Ja dat hebben me meerdere mensen gezegd. Dat is kennelijk iets onbewusts. Die muziek is er altijd. Of iets een liedje wordt weet ik niet. Ook weet ik niet wat er het eerst is: het woord of de melodie. Ik laat het gewoon komen.”
Dus je bent een anarchist als het om de muzikale inspiratie gaat? Geen regels, anything goes?
“Nee toch niet helemaal. Ik heb twee regels als het om songwriting gaat. De eerste is dat ik er niet teveel over moet denken. Ik mag de vrije gedachten niet in de weg staan. ‘Don’t get in the way’. De tweede regel is dat ik geen verwachtingen moet hebben. Je moet het nemen zoals het komt.”
Wat staat er te gebeuren de komende tijd?
“Ik concentreer me nu op het nieuwe album. Er staan een paar shows gepland. Er gebeurt ineens erg veel. Er zijn bundels uitgekomen, zoals When In Flows The Sea bij uitgever A Big Potato Thing. Ook verschijnen er nog albums met oude liedjes. Teveel eigenlijk om het allemaal bij te benen.”
Tucker Zimmerman 14 februari 1941 - 17 januari 2026