Uw ervaring op deze site wordt verbeterd door het gebruik van cookies.
Sta cookies toe Meer informatie ×

Interview

Tekst: Ludo Diels
za 25 april 2026

Janne Schra: door de pijn heen

Interview

Op haar nieuwe album Work Out onderzoekt Janne Schra pijn als bron van groei en inzicht. In ons gesprek vertelt de zangeres en beeldend kunstenaar over intuïtie, demoïtis, schilderen en de kunst om het lichte zwaar te maken – en het zware licht.

Tekst Ludo Diels Foto Han Ernest

Op het KNSM-terrein, waar Amsterdam wijds ademt tussen IJ, loodsen en creatieve werkplekken, ontmoet ik Janne Schra in restaurant Van de Werf. Ze drinkt cappuccino en praat zoals ze zingt: ogenschijnlijk licht, maar met diepte eronder.

Ze is vriendelijk, toegankelijk, soms bijna terloops openhartig. Alleen de fotoshoot straks ziet ze niet helemaal zitten. “Zo met een camera bezig zijn heeft voor mij iets ongemakkelijks.”

Het is een kleine bekentenis die iets zegt over haar houding: aanwezig maar zonder drang zichzelf te etaleren. 

Wie haar volgt weet dat die bescheidenheid contrasteert met een veelzijdige artistieke praktijk. Schra is zangeres – internationaal bekend geworden met Room Eleven – en daarnaast beeldend kunstenaar en schrijver. Die disciplines raken elkaar voortdurend, alsof ze verschillende vertalingen zijn van hetzelfde innerlijke materiaal.

Dat wordt al snel duidelijk wanneer het gesprek komt op haar schilderwerk.

“Bij schilderen heb ik me bijna ten doel gesteld dat er geen doel is. Mijn hand doet gewoon iets. Ik denk er niet echt over na. Zodra dat wel gebeurt, wordt het meestal niet goed.” 

Ze beschrijft schilderen als een intuïtief proces.

“Het is een beetje muscle memory. Alsof je hand iets weet wat je hoofd nog niet weet.”

Het is een manier van werken die opvallend veel lijkt op hoe ze muziek maakt: eerst de beweging toelaten, pas daarna proberen te begrijpen wat er eigenlijk is ontstaan.

Pijn

In maart verscheen Work Out, een melodisch-melancholische plaat waarop pijn en groei een centrale rol spelen. Schra vertelt dat ze tijdens het schrijven een verschuiving maakte in haar manier van kijken naar liedjes. Waar ze vroeger vaak direct vanuit emoties schreef, probeerde ze nu een stap verder te kijken. “Ik dacht lang dat liedjes schrijven mijn therapie was. Maar dat is natuurlijk niet zo. Als je therapie nodig hebt, moet je naar een therapeut.”

Ze glimlacht bij die nuchtere constatering.

“Wat muziek kan doen, is iets maken dat herkenbaar is voor andere mensen.” Daarmee verschuift de blik vanzelf van het onmiddellijke gevoel naar de laag daaronder. “Het is voor het eerst dat ik niet de emotie als leidraad nam, maar keek wat eronder zit.”

Dat spoor leidde haar uiteindelijk naar een kernwoord: pijn. Daarbij vergroot ze de gevoelens niet op een dramatische wijze, eerder terloops. Pijn als iets dat onder veel ervaringen ligt en waar je uiteindelijk toch doorheen moet.

In Pain zingt ze: Pain, be my work out/Lifting heavy thoughts in the night.

Het beeld is eenvoudig en raak tegelijk: pijn als een vorm van training, een manier om sterker te worden. No pain no gain, zoiets.

“Via de pijn kun je ergens landen”, zegt ze rustig.

Wie zo naar emoties kijkt komt onvermijdelijk uit bij de momenten waarop het leven schuurt. Tijdens het schrijven ontdekte ze hoe belangrijk het kan zijn om moeilijke gevoelens niet te vermijden. “Als je niet bereid bent het moeilijkste aan te kijken, kom je er eigenlijk niet doorheen.”

Ze beschrijft dat proces met een beeld dat in verschillende gesprekken en therapieën terugkwam en dat zich wellicht het best laat vergelijken met een soort rite de passage, een overgangsritueel.  “Het is alsof je een draak tegenkomt. En dat je hem dan niet wegstuurt, maar vraagt: wat wil je me eigenlijk zeggen?”

In die periode gaf haar lichaam duidelijke signalen dat het anders moest. “Dan kun je doen alsof het er niet is. Maar uiteindelijk moet je er toch doorheen.” Die gedachte – dat je de pijn moet doorstaan– vormt een stille onderstroom in het album.

Parijs

Voor Work Out werkte Schra samen met de Franse multi-instrumentalist Albin de la Simone. De samenwerking begon verrassend eenvoudig: een bericht via Instagram. “Ik dacht gewoon: ik moet hem vragen.” Tot haar verrassing reageerde hij meteen enthousiast. 

Wat volgde was een samenwerking die vooral gebaseerd was op vertrouwen en gedeelde intuïtie. “In de studio merkten we dat we eigenlijk dezelfde beeldtaal spraken. Dan zei ik bijvoorbeeld dat iets wat stoffiger mocht klinken en dan begreep hij precies wat ik bedoelde. We zijn beelddenkers.”

In Parijs werkte ze met een kleine groep muzikanten. De la Simone speelde bas en toetsen, Raphaël Chassin verzorgde drums en percussie en Laurens Radstake leverde gitaarpartijen. Samen bouwden ze aan een geluid dat gelaagd blijft zonder zwaar te worden. “Het was belangrijk dat de liedjes niet allemaal hetzelfde bleven van begin tot eind. Dat ze bewegen.”

Ook daarin keert haar intuïtieve manier van werken terug: niet alles vooraf vastleggen, maar ruimte laten voor ontwikkeling. De lichtvoetig aandoende melodielijnen contrasteren soms met het gewicht van de tekst. Juist in die contrastwerking tussen licht en donker, breekbaar en sterk, tussen klank en beeld dat ze oproept, schuilt de aantrekkingskracht van het album. Tel daarbij haar uit duizend herkenbare jazzy stemgeluid op en je begrijpt dat het album al meteen bij verschijnen vier sterren kreeg van de Volkskrant.


Pratend over het opnameproces komt iets ter sprake dat veel muzikanten herkennen: de sterke band met een eerste demo-opname. Schra lacht wanneer het woord ‘demoïtis’ valt. “Dan maak je een demo en denk je: eigenlijk is dit het al.”

Bij een eerder album, The Heart Is Asymmetrical, groeide de plaat grotendeels vanuit de demo’s. Voor Work Out wilde ze het proces anders aanpakken, al bleef die eerste impuls belangrijk. De nummers ontstonden tijdens het schrijven en bleven in de studio dicht bij hun eerste vorm. “De demo’s waren eigenlijk al goed toen we naar Parijs gingen. Maar toen ging ik toch weer woorden veranderen en moest ik het opnieuw inzingen. Achteraf oordelend kwam die omweg het geheel wel ten goede.”

Ze lacht om de ironie. Ze moest er als het ware ‘doorheen’ om bij het album uit te komen dat ze wilde maken.

Stipjes

Dat terugkeren naar de kern van een liedje – de eerste beweging, het eerste idee – lijkt sterk op de manier waarop ze schildert. Ook daar begint alles bij een handeling die nog niet helemaal wordt gestuurd door denken. Soms ontstaan schilderijen zelfs tijdens gesprekken.

“Een keer had ik een heel ingewikkeld telefoongesprek. En ondertussen zat ik op een doek allemaal stipjes te zetten. Ik was later verbaasd wat er was ontstaan.”

Ze had nauwelijks door wat ze deed.

“Alsof een deel van mij gewoon doorging met schilderen terwijl ik met iets anders bezig was.” Die intuïtieve manier van werken beschouwt ze als essentieel. “Zodra het te cognitief wordt, werkt het niet meer.”

Wie haar werk beluistert of bekijkt merkt dat lichtheid en ernst voortdurend door elkaar lopen. Schra herkent dat zelf ook.

Het lichte zwaar maken en het zware licht, zegt ze. Het is een balans die ze bewust opzoekt.

“Je kunt niet alleen maar zware muziek maken. Maar je kunt ook niet doen alsof alles licht is. Het leven zit zo immers ook niet in elkaar.” Die gevoeligheid voor nuance wordt mede gevoed door literatuur. Ze noemt het boek Brieven Aan Een Jonge Dichter van Rainer Maria Rilke als een inspiratie.

“Je moet afdalen in je eigen leven, anders kun je er eigenlijk niet echt over schrijven. Dat inzicht heb ik deels uit dat beroemde boek gehaald. Ik herken dat, zeker nu ik ouder word.”

“Ik houd van poëzie. Helaas lees ik het tegenwoordig te weinig.” Lachend: “Misschien moet ik weer, zoals vroeger, bundels op de wc leggen. Dat werkt.”

Stilte

Wanneer het gesprek zich langzaam richting haar eerdere werk beweegt, komt ook de tijdsdimensie van haar songs ter sprake. Liedjes blijken soms vooruit te lopen op het leven van degene die ze schrijft. “Als ik oude liedjes terugluister, hoor ik dat ik toen al over acceptatie schreef. Maar op dat moment was ik daar zelf eigenlijk nog helemaal niet.”

Ze glimlacht bij die gedachte.

“Het mooie van ouder worden is dat je steeds beter weet wat je wilt.”

De afgelopen jaren brachten ook momenten van relatieve stilte. Minder prikkels, meer ruimte om te werken en te reflecteren. In die periode begon ze ook aan een boek. “Om te kunnen creëren moet ik me af en toe echt terugtrekken.” Voor iemand die in meerdere kunstvormen tegelijk werkt, lijkt die afzondering bijna een voorwaarde: even afstand nemen van de buitenwereld om de eigen stem weer te horen.

Tegelijk blijft haar blik vooruit gericht. Na een clubtour dit najaar staat in het voorjaar van 2027 alweer een theatertour gepland met een kleine band. Daarna lonkt een nieuw album. “Ik werk eigenlijk altijd vooruit.”

“Als een tour eenmaal op stoom komt, vind ik niets leuker. Dan neemt de muziek het helemaal over.”

Even later moet ze toch op de foto. Ze zucht zacht, maar staat op.

Misschien is dat precies waar Work Out over gaat: niet weglopen voor wat moeilijk is, maar het aankijken.

“Je moet er soms gewoon doorheen.” En zo geschiedde.


Janne Schra live: 18 april in boekhandel Broese, Utrecht; 25 april in Beauforthuis, Austerlitz; 12 september in Vegafabriek, Nijeveen; 24 september in Jacobikerk, Utrecht; 26 september in Rotown, Rotterdam; 30 september in Doornroosje, Nijmegen; 1 oktober in Mezz, Breda; 2 oktober in Het Zonnehuis, Amsterdam; 3 oktober in Patronaat, Haarlem; 9 oktober in Muziekgieterij, Maastricht; 15 oktober in De Oosterpoort, Groningen; 29 oktober in Burgerweeshuis, Deventer; 30 oktober in De Spot, Middelburg.