Blog
John Hiatts afscheid van de Europese podia
Als Bram van Splunteren hem in zijn recente interview (zie HEAVEN juli/aug 2026) naar zijn afscheidstournee vraagt, moet John Hiatt, één van de grootste liedjesschrijvers van onze tijd, lachen. Hij zou de artiesten en bands die al snel na hun ‘afscheid’ op de planken terugkeerden niet graag de kost geven. Zelf blijft hij actief als singer/songwriter, al gaat het allemaal wat trager dan voorheen, en al zal hij de oversteek naar Europa wellicht niet snel weer wagen.
Door Johan Doove
Toch slaagt deze marketingtruc, want ik koop een kaartje voor zijn soloconcert in de Rotterdamse Doelen op maandag 29 juni 2026, ondanks de woekerprijs van € 68. Ik ben ook benieuwd welke songs hij kiest, zeker voor zoiets definitiefs als een ‘afscheid’. Worden het de publiekslievelingen, of zijn eigen favorieten? Kiest hij voor oud materiaal of juist zijn recente werk? En natuurlijk de kernvraag: waar sluit hij mee af?
Stipt om 20.30 uur stapt John het podium op met een vriendelijk ‘Hi’ en zet direct zijn eerste liedje in: The Open Road. Een lied over verloren en herwonnen hoop, maar zeker niet een van zijn meest memorabele songs. Dan volgt Before I Go van Crossing Muddy Waters (2000), één van zijn beste albums. Daarin lijkt hij al te preluderen op zijn vertrek:
I will try, I will stumble
But I will fly, he told me so
Proud and high, or low and humble
Many miles before I go
Dan Real Fine Love, een ode aan zijn vrouw Nancy Stanley, met wie hij onlangs hun veertigjarig huwelijk vierde. Naar eigen zeggen gaan al zijn liefdesliedjes over haar. Tussen de songs vertelt Hiatt weinig, stemt opvallend vaak, en bedankt het publiek driemaal voor hun komst (in de VS lukt het hem niet zo’n grote zaal als De Doelen uit te verkopen; hier tweemaal).
Daarna volgt een mix van songs uit de middenfase van zijn carrière, tussen 1985 en 2005. Tennessee Plates, Thunderbird en Nobody Knew His Name noemt Hiatt zijn ‘auto trilogie’, omdat ze alle drie over een beroemd autotype gaan. Bij Master Of Disaster vermeldt hij de samenwerking met de (in 2009 overleden) producer Jim Dickinson en zijn twee zonen.
Bij Crossing Muddy Waters brengt hij zijn eerste concert in ons land in herinnering, in 1979 in Paradiso in het voorprogramma van Southside Johnny & The Ashbury Jukes (ik hoor tot de gelukkigen die erbij waren). Maar niets over het verhaal achter de song: de tragische zelfmoord van zijn tweede ex-vrouw Isabella Wood.
Hij speelt niets van zijn werk vóór Riding With The King (1983) – laat staan zijn alleroudste, nooit opgenomen songs, zoals het door hardcore fans gekoesterde You Never Told Me You Were Gonna Go en A Crazy Girl Is Hard To Find. Niets ook van Leftover Feelings (2021), zijn prachtige laatste plaat met dobro-tovenaar Jerry Douglas.
Het concert nadert zijn einde, en dat betekent dat Hiatt zijn grootste hits ten gehore brengt. Dit is vooral werk van Bring The Family (1987) en Slow Turning (1988), zoals Slow Turning, Feels Like Rain, Thing Called Love en Memphis In The Meantime. Hij sluit af met een bluesy versie van Riding With The King, waarin hij tevens antwoord lijkt te geven op de vraag naar zijn ‘afscheid’:
Well I stepped out of a mirror at ten years old
With a suit cut sharp as a razor and a heart of gold
I had a guitar hanging just about waist high
I’m gonna play that thing untill the day I die
Er ontbreekt er nog één. John wacht met zijn grootste hit tot het allerlaatst: in de toegift volgt eerst een fraaie uitvoering van Across The Borderline, en dan sluit hij af met een bevlogen versie van zijn grootste hit Have A Little Faith In Me. Op gitaar, waarmee het nummer echt anders klinkt dan het origineel op keyboard. Het behoort tot Hiatt’s persoonlijke favorieten, en vormt daarmee een waardige afsluiter van dit concert.
Maar een afscheid? Hij speelde één nieuw nummer, het ontroerende Weightless In My Arms, en laat daarmee zien ondanks zijn leeftijd nog schitterende liedjes te maken. Songs die het verdienen geschreven en gehoord te worden. Met een gitaar om zijn middel en tot zijn laatste snik!
John Hiatt: gezien op 29 juni in De Doelen, Rotterdam