Interview
Kurt Wagner (Lambchop): “Onze stem, dat is niet zomaar iets”
Onlangs verscheen het zeventiende album van Lambchop, het flexibele collectief rond Kurt Wagner. Punching The Clown laat een opvallend ander geluid horen, maar dat mag niemand verbazen. De groep bombardeerde zichzelf al bij de oprichting tot ‘Nashville’s most fucked up country band’ en het oeuvre staat niet bekend om haar eenvormigheid. Maar zelfs met dat in het achterhoofd is Punching The Clown een buitenbeentje.
Tekst Eddie Aarts
Temidden van spaarzame instrumentatie en goddelijke koorzang nestelt zich Wagners markante bariton, zonder opsmuk en soms breekbaar, maar ook heel nauwkeurig genuanceerd. Zijn soms onorthodoxe, steevast intrigerende en met precisie geformuleerde teksten springen daardoor meer in het oor dan ooit en trekken je onweerstaanbaar een van Wagners mooiste en boeiendste platen binnen.
Het is ochtend in Nashville wanneer de zoomverbinding tot stand komt en Kurt Wagner staat me te woord vanaf zijn veranda. Zijn stevige brilmontuur en de niet weg te denken trucker cap ogen vertrouwd, maar nieuw is een woeste grijze baard. Tussen trekjes aan een sigaret en nipjes uit een flinke beker koffie plukt hij er geregeld aan, terwijl hij me goedgeluimd te woord staat.
Schotse muziek
Volgens het persbericht begon het met een obscure gospelplaat die Wagner op de radio hoorde. Een poging dat nummer te achterhalen zette hem op het spoor van een in de zeventiende eeuw in Schotland ontstane en later naar de Appalachen geëxporteerde koorzangtraditie genaamd lined-out singing
“Dat plaatje hoorde ik op een lokale zender toen ik op een avond nog even ging tanken. Niets commercieels, maar een door de gemeenschap gefinancierd station met vrijwillige dj’s. Meestal kondigen ze daar de muziek af, maar er was dit keer waarschijnlijk geen tijd voor of zo. Ik ben er nooit achter gekomen wat het was, maar al zoekende stuitte ik inderdaad op die oude muziek. Ik had al iets in mijn hoofd voor mijn nieuwe album, maar had geen idee hoe het zou klinken. Dat lied maakte iets los en dus wilde ik meer weten. Tijdens dat proces kwam onder meer die Schotse muziek boven water. Feitelijk is het een soort vraag-en-antwoord zang, waarbij het koor een soort echo van de voorzanger is. Dat vind je ook terug in vroege gospel en het vond zijn weg naar muziek zoals die vandaag gemaakt wordt.”
Bon Iver
Een gospelplaat is echter zeker niet wat Wagner voor ogen had. “Ik wilde iets doen met banjo en stemmen, met een hoofdrol voor de stemmen.” Voor de opnamen belandde hij in de studio van Justin Vernon (Bon Iver) en werden aan twee kanten van de oceaan koorzangers opgetrommeld. Maar het begon met de vermoedelijk kleinste groepsbezetting ooit, beaamt hij. “Ja, dat minimale was het idee, al zijn er in totaal toch zo’n achttien vocalisten betrokken. De nadruk lag op “the glory of the human voice”, declameert hij gespeeld theatraal. Helemaal nieuw was het spelen met veel stemmen niet. Terecht verwijst Wagner naar het album Nixon (2000) met nummers als Up With People.
Stemmen
Op recente releases vervormde Wagner zijn stem geregeld, onder meer met de niet door iedereen evenzeer gewaardeerde autotune. Die lijkt inmiddels afgezworen. “Ik denk dat ik dat nog steeds probeer te doen hoor”, nuanceert hij, “maar nu op een manier die geen elektronica vergt. De variëteit aan geluiden die je zelf kunt maken fascineert me. En die op deze manier versterken met andere stemmen was iets dat ik nooit eerder had overwogen maar absoluut wilde proberen. Toen ik eenmaal met de anderen aan de slag ging, begon me te dagen dat dit misschien wel het moment was. Ik merkte ook dat ik behoefte had om ‘mee te zingen’, met anderen een relatie te hebben.”
De basis legde Wagner met gitarist Andrew Broder en producer Ryan Olson, die ook nauw betrokken waren bij voorgaande Lambchop-albums. “Andrew werkte aan de laatste drie platen mee en zijn bijdragen zijn dit keer misschien wel groter dan ooit. We schreven een groot deel van de nummers samen en hij is de primaire ‘gitaarstem’ als ik het zo mag zeggen. En hij hielp me het concept, dat vooral in mijn hoofd bestond, uit te werken. Nadat ik de wens uitsprak een plaat met banjo en stemmen te willen maken, stuurde hij me voorstellen die me duidelijk maakten hoe ik de songs kon vormgeven.
Banjo
Ryan stelde voor om Justin te vragen banjo te spelen. Ze zijn sinds de middelbare school bevriend en werkten al veel vaker samen. Hij wist dat Justin sinds een poosje wat op de banjo rommelt en dat leek me precies wat de bedoeling was. Hij legde hem het idee voor en binnen de kortste keren was alles in kannen en kruiken. Omdat het zo anders was dan wat ze gewoonlijk doen of wat meestal van hen verwacht wordt, konden ze gewoon muziek maken en lol hebben. Het ging me zelfs iets te hard, want vervolgens had ik nog anderhalf jaar nodig om zelf alles op een rijtje te krijgen. Vooral het materiaal zelf. Omdat er maar zo weinig elementen zijn, moeten de songs echt goed in elkaar steken. Tegen de tijd dat we gingen opnemen was alles er, tot de volgorde van de nummers aan toe. En dat gaf houvast bij de uitvoering.”
In Vernons studio klaarden Kurt, Andrew, Justin en zes koorleden de klus in drie dagen. “Maar Blake Morgan, die de koorarrangementen maakte, was na een poosje zo opgetogen over wat we gemaakt hadden, dat hij zijn eigen bijdrage ook helemaal ten volle wilde vervolmaken. En dus vroeg hij of hij nog twaalf stemmen mocht toevoegen”, grinnikt Wagner. “Dat is de grootste toevoeging die we nog hebben gedaan. Samen met wat van mijn eigen finishing touches maken ze het geheel wel uniek denk ik”.
Uncool
Wanneer ik hem uitleg dat die zang me bij vlagen doet denken aan de veelstemmige easy listening zoals die in de jaren zeventig in zwang was (tijdens mijn jeugd onontkoombaar dankzij onder meer het radioprogramma van Willem Duys op de zondagochtend) schiet Wagner wederom in de lach. “Ja, er is inderdaad iets aan Blake en wat hij maakt, dat een beetje uncool is. Ik ben nog een beetje ouder dan jij en begrijp precies wat je bedoelt. Hoe die lui toen samenzongen… Blake bootst dat van tijd tot tijd na. En dat is nu eigenlijk heel oké. Maar hij haalde er ook wat van de beste zangers ter wereld bij. Fantastische, klassiek geschoolde stemmen. Die je de hoofdrol kunt geven, maar ook kunt vragen heel terughoudend te zijn. Veel zangers hebben één modus of weigeren te onderzoeken wat er verder kan, maar dit was het tegenovergestelde. Ze hadden stuk voor stuk een enorm palet aan mogelijkheden en dat vond ik zo interessant. Maar ik moest zelf vervolgens ook aan de bak. Vraag me niet waarom ik in specifieke songs op een bepaalde manier klink, maar dat was wat ik voortdurend moest uitzoeken. De plek en rol van mijn eigen stem in het geheel. Het was een zoektocht. Wie is die gast? Wat doet ie daar? Kan ie dat nog een keer? Het was een idioot proces.”
“En nu je ernaar vraagt, realiseer ik me dat ik er nu de plaat klaar is nog steeds mee bezig ben. Onze stem, dat is niet zomaar iets. We kunnen stil zijn, fluisteren, heel opgewonden of juist nerveus klinken. En hoe ik klink hangt vaak ook nog eens af van waar ik ben en met wie ik praat. Toen ik nog in de bouw werkte [Wagner legde en schuurde tot in de loop van zijn muzikale carrière vloeren, EA] deed ik zaken met flink wat typische rednecks en nam ik vanzelf wat van hun accent en wijze van praten over. In gesprek met mijn platenbaas klonk ik dan weer heel anders. Je klank, taalgebruik en hoeveel slang of jargon je gebruikt, dat luistert best nauw. Anders kunnen er, ook al spreek je dezelfde taal, toch grote misverstanden ontstaan.”
Mysterieus
Hoewel nergens direct bedoeld om daarbij aan te sluiten, vindt Wagner het een compliment dat men vindt dat de plaat en de songs qua gevoel dicht bij traditionele muziek liggen. “Dat is, misschien op onze allereerste opnamen na, niet per se hoe we ons willen presenteren. Destijds had het vooral te maken met veel bands in onze directe omgeving. Maar ik snap de gedachtegang. Het nummer Stella komt wat mij betreft nog het meest in de buurt. Als ik naar oude folksongs luister, krijg ik vaak het gevoel dat ik het niet helemaal begrijp. Als ze zoiets zingen als let’s roll the old barrel out heb ik geen idee waar dat over gaat. Maar dat geeft niet, het is iets uit een ander tijdperk en dat geeft het iets mysterieus. Stella heeft dat misschien ook wel een beetje.”
Samenhang
De kracht van Punching The Clown schuilt ook in zijn samenhang; het is een heel consistent geheel met een duidelijke flow. “Mensen die echt naar muziek luisteren hebben daar, net als ik, oor voor. Omdat de volgorde al bepaald was, moest ik bij het voltooien van de plaat, als we iets wilden toevoegen of veranderen, voortdurend overwegen of dat aan het geheel bijdroeg. Eén dingetje verknoeien zou ook zomaar kunnen betekenen dat ik die hele verdomde plaat niet meer zou beluisteren. Ik was meer met zulke gevoelsmatige zaken bezig dan met technische. Niet of iets ergens een beetje harder moest dus, maar of alles in de context paste. In de regel moet ik iets drie keer horen om een overwogen beslissing te nemen. Ik begin niet meteen te spuien, maar probeer bedachtzamer te zijn. Ik was er langer mee bezig dan gewoonlijk, maar het was de moeite waard.”
Aandachtspanne
Het interview vindt een paar dagen voor de officiële releasedatum plaats. Heel spannend vindt Wagner dat niet meer. “Als je zo lang muziek maakt als ik verandert dat wel. Toen we net begonnen waren we dan heel opgewonden. Je hebt ergens hard aan gewerkt en mensen kunnen dat voor het eerst beluisteren. Maar sinds een jaar of tien heb ik op de dag van verschijnen juist zoiets van: nu is het over!” Hij zegt het met een grote lach. “Het voelt niet meer als een begin, want de volgende dag is er alweer een andere plaat om hem te vervangen. Er gebeurt zo veel, mensen hebben helemaal geen tijd meer om te luisteren. Hun aandachtspanne is heel kort. De kans dat een plaat dat overleeft is heel klein, daar heb ik geen grip op. Dat is een beetje bitterzoet. Die verwachtingsvolle tijd mag dus best voortduren maar anderzijds wil ik heel erg graag dat mensen dit album te horen krijgen.”
Masturberen
Tenslotte vraag ik Kurt nog even naar de albumtitel. Een korte zoekactie wijst uit dat die onder meer straattaal voor masturberen is. In zijn teksten nam Wagner nooit een blad voor de mond, dus ik veronderstel dat hij zich nu ook geen zorgen maakt over eventuele repercussies? “Da’s zo’n obscure uitdrukking, dat ik niet denk dat veel mensen hem kennen. Maar het is ook de titel van een film die ik keek. Een goeie film. En nadat ik die had gezien, wilde ik stoppen met muziek maken. Gewoon, ermee kappen. Het is het verhaal van een komiek annex songwriter die het probeert te maken in L.A. De futiliteit daarvan komt op een satirische manier naar voren en lijkt eindeloos. Op een zeker moment greep dat me aan en begin ik mezelf af te vragen waarom ik het zelf eigenlijk nog probeerde. Dat leverde het liedje en uiteindelijk de plaattitel op. En ik vind hem toepasselijk. Maar dat eufemisme vind ik ook passend, want doet niet iedereen die kunst maakt ook een beetje aan zelfbevrediging? En als derde verwijst ie gewoon die dikke fucking idiot die we op zijn falie moeten geven. Je weet wie ik bedoel”, schaterlacht hij.
Waardig oud
Zijn overweging er de brui aan te geven verontrust me een beetje en ik vraag toch ook nog even verder. “Na al die jaren kom ik op een punt dat ik me soms afvraag hoe lang ik dit nog kan doen. En of er over een paar jaar nog wel een muziekindustrie bestaat zoal we die kennen. Want die verandert zo snel dat het onhoudbaar wordt om nog platen uit te brengen. Ik wil nog wel muziek maken, maar dan misschien zonder aan al die onzin mee te hoeven doen. En ik zoek denk ik naar een manier om waardig oud te worden en tegelijkertijd langzaam van het toneel te verdwijnen. Op deze plaat speel ik niet eens gitaar meer. Ik zing alleen en in het laatste nummer doe ik zelfs dat niet meer. Daar ben ik verdwenen. Songwriting staat dat ook toe. Van veel liedjes weten we niet eens hoe de schrijvers er uitzien en toch maakt hun werk net zoveel indruk. Veel songschrijvers zijn tegenwoordig ook performers, maar dat hoeft niet. Het is helemaal niet noodzakelijk iets te zien bij wat je hoort.”
Lambchop live: 2 december in Arenberg, Antwerpen; 3 december in De Spil, Roeselaere.
Punching The Clown verschijnt via Merge Records