Uw ervaring op deze site wordt verbeterd door het gebruik van cookies.
× Sta cookies toe Meer informatie

Blog

Tekst: Chris Bernasco
wo 12 augustus 2020

Op het tweede gehoor: Wie hoort het liedje toe?

Blog

Het is heel gewoon om te zeggen dat een bepaald liedje ‘van’ een bepaalde artiest is, bijvoorbeeld Fly Like An Eagle van Steve Miller of Car Wheels On A Gravel Road van Lucinda Williams. Maar wat betekent dat ‘van’ eigenlijk? Die kwestie wordt onder meer actueel bij de Amerikaanse verkiezingscampagnes, waarbij presidentskandidaten bewust bepaalde popsongs inzetten om verbinding te leggen met beoogde kiezersgroepen – tot verdriet van sommige artiesten.

Aerosmith, Elton John en Mick Jagger hebben voor de komende verkiezingen zowel de Democratische als de Republikeinse Partij verzocht geen muziek van hen te gebruiken. Neil Young gaat nog een stapje verder. Hoewel juridische actie in het verleden weinig kansrijk werd geacht, heeft hij een rechtszaak aangespannen tegen de Trump-campagne om te voorkomen dat onder meer zijn Rockin’ In the Free World wordt gebruikt voor een ‘on-Amerikaanse campagne die verdeeldheid zaait en gebaseerd is op haat en onwetendheid’.

Maar politici zijn niet de enigen die zich liedjes graag toe-eigenen. Om te beginnen zijn er de collega’s: artiesten die een bepaald nummer zo goed coveren dat hún versie voorgoed in het collectieve geheugen van het publiek terechtkomt in plaats van het origineel, zoals Joe Cocker deed met With A Little Help From My Friends (The Beatles) of Aretha Franklin met Respect (Otis Redding). Nog erger lijkt het mij als iemand een succesvolle shitversie van jouw nummer maakt, zoals Madonna deed met Don McLeans American Pie.

De dieperliggende vraag is: van wie is een liedje eigenlijk? Qua auteursrecht is het van de bedenker, dat is duidelijk, maar verder? Zodra het naar buiten komt op een geluidsdrager en via streaming of op een podium ten gehore wordt gebracht, is het in de wereld. Aan zijn lot overgelaten. Vogelvrij. De liedschrijver wilde graag iets kwijt, maar vanaf het moment van openbaarmaking ís hij of zij het ook echt kwijt. Iedereen kan ermee doen wat hij wil, niet alleen politici maar ook gewone popliefhebbers. Zo hebben veel stelletjes ‘hun nummer’, een speciaal lied dat exclusief herinnert aan hun mooiste gezamenlijke momenten. Verder gaan muziekjournalisten – volgens kwade tongen vaak mislukte popartiesten – maar al te graag los met hun interpretaties en oordelen die helemaal voorbij kunnen gaan aan de intenties van de artiest.

Musicians’ musician Ron Sexsmith verwoordt dit onoplosbare dilemma mooi in This Song, de openingstrack van zijn album Blue Boy uit 2001. Het liedje, zo zingt de zwaarmoedige Canadees, is een kwetsbaar schepsel dat zich door toedoen van de maker in een gevaarlijke, vijandige wereld begeeft en zich daar in zijn eentje maar moet zien te redden: I brought a song into this world/Just a melody with words/It trembles here before my eyes/How can this song survive?
Het liefst zou de zanger het schepseltje gewoon bij zich houden, veilig en warm in papa’s armen. Het is al een wonder als het angstige kleine wezen gewoon heelhuids ter wereld komt – laat staan dat ze de rondvliegende kogels kan ontwijken. Maar het grootste wonder bewaart deze songsmid voor het eind van This Song: Until we finally say goodbye/How, how can this song survive?/ I wonder how, I wonder why.

Hoe kan het liedje overleven, en waarom? Vraagt Sexsmith zich af. Ik denk dat hij met This Song impliciet het antwoord geeft op zijn eigen vertwijfelde vragen: het lied behoort zichzelf toe, net als een kind. De verwekker en opvoeder moet het op een gegeven moment loslaten. En hij kan gerust zijn: het kleine en fragiele ding is sterker dan gedacht. Het heeft er alle schijn van dat het de maker zal overleven..

Chris Bernasco geeft hier eens in de maand een bijzondere kijk op popmuziek.