Sam Baker: bewust van zijn eigen dood
Sam Baker: bewust van zijn eigen dood
Eind oktober en begin november toert Sam Baker, de Texaanse singer-songwriter die in Peru ternauwernood een terroristische aanslag overleefde, door ons land samen met zangeres Carrie Elkin en pianist Chip Dolan. Hét interview met Baker had Herman van der Horst, het stond juli 2008 in Heavenmagazine. Omdat het verhaal zo indringend en mooi is, halen we het nog eens uit de kast.
“Dit is hét moment”, zegt Sam Baker, terwijl hij me indringend aankijkt. Zijn ene hand rust op de kruk van de halfgeopende wc-deur, in de andere houdt hij een plastic bierglas tussen zijn kromme vingers geklemd. “Begrijp je dat? Onthoud het goed, dit moment komt nooit meer terug.” Dan gaat hij het toilet in en sluit de deur.
Als iemand doordrongen is van het besef dat het leven een aaneenschakeling is van momenten, dan is het Sam Baker – de 60-jarige Texaanse singer-songwriter die pas in 2004 debuteerde met het album Mercy, drie jaar later gevolgd door Pretty World. Een tweeluik van verschrikkelijke schoonheid, met de nadruk op beide woorden. Zijn liedjes raken je als kleine lichtflitsen in een oneindige lucht. In wezen zijn het allemaal momenten uit het leven van mensen en dingen. Achter al die snapshots en portretjes doemt een verhaal op dat met slechts een paar simpele regels wordt uitgetekend. Bakers muziek huldigt in gelijke mate het lelijke en het volmaakte, en tegelijk het aardse en het mysterieuze. Uit zijn werk spreekt het bewustzijn dat ieder lied, iedere dag, zelfs de meest trieste, en ieder moment, zelfs het meest onbeduidende, een geschenk is.
Sam Baker is een geboren verhalenverteller, maar in zijn leven zit één moment dat hem heeft gedefinieerd, als mens en als liedjesschrijver. Het vindt plaats in Peru, waar hij in de zomer van 1986 met een stel vrienden op trektocht is. Ze hebben door de Andes gewandeld en gletsjers beklommen. Niet dat hij zo’n avonturier is. Hij is gewoon een nieuwsgierige jongeman uit het gat Itasca, midden in de prairie tussen Waco en Fort Worth. Kortgeknipt bruin haar, gespierd, sportief, belezen en levenslustig. Het vierde kind uit een gezin van zes hoort de blues- en countryplaten van zijn vader. Zijn moeder speelt piano en orgel in de kerk. Op school in Denton volgt hij wat lessen bij een jazzgitarist. Sporadisch speelt hij covers in bars, maar op dat gebied heeft hij geen ambities. Hij werkt onder meer op een bank en als timmerman en de laatste vier jaar als wildwaterbootgids: toeristen vervoeren op zo’n rubberen boot over de stroomversnellingen van de Rio Grande. Een mooie baan.
De treinrit van Cuzco naar de majestueuze ruïnes van Machu Picchu voert ruim tachtig kilometer door de Peruaanse bergen. In tegenstelling tot de rest van het land, in de jaren tachtig geteisterd door de guerillaoorlog van de maoïstische verzetsbeweging Lichtend Pad, is Cuzco een zwaar beveiligde haven, waar de vier vrienden onbekommerd rondlopen.
Vlak voor het vertrek om half negen is de trein bijna vol. Baker wurmt zich in het op een na laatste rijtuig en vindt een plek naast een 19-jarige Duitse jongen, die tegenover zijn ouders zit. Hij slaat geen acht op de rode rugzak in het bagagenet boven hem. Wachtend tot de trein zich in beweging zet, knoopt hij een gesprek aan met de familie. De explosie verstomt alle geluid. “Ik dacht dat ik een hartaanval had gekregen en dat die Duitsers het niet gezien hadden. En dat ik daar gewoon zou sterven, zonder dat ze het merkten”, vertelt Baker kalm. “Dat was mijn eerste gedachte. Toen merkte ik vrij snel dat zij allemaal dood waren.”
De primitief gemaakte tijdbom slaat een gapend gat in het dak van het rijtuig. Het staal verandert in een regen van granaatscherven. Zeven mensen zijn op slag dood, veertig zwaargewond. Een stationsmedewerker vindt Sam Baker onder het puin en sleept hem in een taxi naar het ziekenhuis. De bom heeft de bovenkant van Bakers schouder eraf geblazen, de slagader in zijn linkerbeen verscheurd en zijn trommelvliezen doorboord. “Toen ik de volgende dag wakker werd, kon ik me niet bewegen en niets horen. Maar op een vreemde, heldere manier besefte ik dat ik dood ging. Ik was me bewust van mijn eigen dood.”
In het smerige hospitaal loopt Baker koudvuur op en dringt een bloeding langzaam zijn hersens binnen. Afwisselend bij en buiten bewustzijn zwalkt hij tussen koortsachtige dromen en een intens besef van zijn kapotte lichaam. Na vijf dagen kan een millitair vliegtuig de Amerikaanse overlevenden in Lima ophalen. Dan volgt een tweede, minstens zo cruciaal moment. Het vliegtuig moet een tussenstop maken in Panama om een klein meisje op te pikken dat in coma ligt. Naderhand verneemt Baker van vrienden dat ze vlak voor de evacuatie sterft, waardoor ze rechtstreeks naar San Antonio vliegen – net op tijd om de inmiddels stervende Baker te behandelen. Hadden ze in Panama geland, hij had het niet gehaald. “Grappig hè, hoe die dingen werken”, besluit hij langzaam. “Hoe alles met elkaar verbonden is. De levenden hebben zó veel aan de doden te danken.”
Everyone is at the mercy of another one’s dream, luidt de sleutelzin van Angels. Het motto van het album Mercy en de eerste les die Sam Baker uit het ongeluk heeft getrokken. “Kijk naar dit lichtknopje”, wijst hij. “Kijk naar onze schoenen, onze telefoons, het bierglas in mijn hand – het is allemaal door andere mensen bedacht en gemaakt. Zo afhankelijk zijn we van elkaar. Op een klein niveau zijn we zelfs identiek, gemaakt van dezelfde organische bouwstenen. We zijn zo nauw met elkaar verbonden dat het begrip ‘individu’ een mythe is. Soms denk ik: het is niet ik-het-individu, maar ik-de-massa.”
Het herstel verloopt langzaam. Jarenlang is Baker volledig afhankelijk van andere mensen. Hij kan niet lopen, niet horen, zijn handen niet gebruiken en geen voedsel naar zijn mond brengen. “Bepaalde woorden kon ik me ook niet meer herinneren, alledaagse woorden. Bijvoorbeeld het woord voor ‘stoel’. Dan moest ik zeggen: ‘Ik heb dat ding om op te zitten nodig.’” Net als zo’n beetje alles moet hij die woorden opnieuw leren – vandaar dat hij ze in zijn teksten zo zorgvuldig uitkiest.
Zijn wereld klapt naar binnen, hij stort zich op literatuur en poëzie. Om de gebeurtenis te verwerken, begint hij te schrijven. Maar wat hij opschrijft is geen poëzie en zelfs geen proza. Zelf noemt hij het geraaskal. “Ik ben heel lang kwaad geweest; niet om wat ze mij hebben aangedaan, maar de jongen die in de trein naast me zat. Woede, verbittering, schuldgevoelens – daar ben ik allemaal doorheen gegaan. Je kunt niet twintig jaar kwaad blijven. Omdat ik zo dicht bij de dood ben geweest, ken ik sindsdien ook geen angsten meer – behalve voor de mensen om wie ik geef.”
Veel liedjes van Sam Baker lijken zich af te spelen tussen droom en daad. Tegelijk beschrijven ze de magie van alledaagse momenten. “Het dagelijkse leven is – in het hier en nu – alles wat we hebben. Natuurlijk heb je je dromen. Maar in onze dromen hebben we ook een kop koffie nodig en moeten we verliefd worden. Onze wereld ligt te midden van onze dromen.”
Inmiddels heeft Baker voldoende nieuw materiaal voor meerdere albums. Maar die platen moeten wel in hun eigen tijd en op hun eigen voorwaarden komen, legt hij uit. “Op mijn vierentwintigste had ik deze nummers nooit kunnen schrijven. Toen had ik nog niet zo veel empathie voor andere mensen, ik kon niet in hun levens kijken. Teksten schrijven is een kwestie van goed luisteren, dat moet ik me altijd voorhouden. Luisteren naar de personages, naar de insecten, het onweer, de wind, luisteren naar de wereld. Als ik een goede luisteraar ben, ben ik een betere liedjesschrijver.”
Sam Baker live: woensdag 29 oktober, Porgy & Bess, Terneuzen; donderdag 30 oktober, Westerkerk, Amsterdam; vrijdag 31 oktober, Muziekgebouw, Eindhoven; zaterdag 1 november, Kooi-aap, Oude Leije; zondag 2 november, de Gashouder, Dedemsvaart; maandag 3 november, de Oosterpoort, Groningen; woensdag 5 november, Lock Keepers, Maassluis; vrijdag 7 november, In The Woods, Lage Vuursche; zaterdag 8 november, Theater Heerlen, Heerlen; zondag 9 november, Lux, Nijmegen