Interview
Snail Mail - De kunst van het Frankensteinen
Lindsey Jordan, beter bekend als Snail Mail, woont in North Carolina. Tijdens ons gesprek is het er prachtig weer. Ze zit op de veranda. Aan de andere kant van de lijn: Rotterdam. Jordan heeft zojuist haar derde plaat afgerond. Een album dat jaren in de maak was, vol prachtige orkestrale arrangementen en poëzieverwijzingen. De muziek roept beelden op die meer aan arthouse-cinema doen denken dan aan indierock. Ze praat snel en denkt hardop over haar maakproces en inspiratiebronnen
Tekst Robin Kester Foto Daria Kobayashi Ritch
Er zit best wat tijd tussen dit album en je vorige plaat, Valentine. Was het schrijfproces dit keer anders?
Ze knikt bevestigend: “Vroeger werkte ik altijd hyper gefocust aan één song tegelijk. Het doel was een nummer afmaken. Maar ik merkte dat die gedachte me enorm tegenhield. Ik was soms zes maanden bezig met een song en gooide hem dan alsnog weg. Dat was heel frustrerend.”
Tijdens de Valentine-tour besloot ze het anders aan te pakken. Jordan probeerde elke dag iets te schrijven. Het leverde haar uiteindelijk een hele verzameling instrumentale schetsen op. “Ik legde ze allemaal naast elkaar en begon ze tegelijk te ontwikkelen. Zelfs de zangmelodieën begonnen als instrumentale lijnen. Ik Frankensteinde hele delen bij elkaar. Niets werd weggegooid. Elke song die ik begon, staat op het album. Dat is voor mij echt nieuw.
Na de tour trok ze zich een jaar lang terug in haar huis in North Carolina. Ze ging niet naar haar familie tijdens feestdagen, zag nauwelijks vrienden en schreef alle teksten in één periode. Vier notitieboeken vulde ze met ideeën voor het arrangement en de teksten.
Je benaderde het schrijven van de teksten bijna academisch.
“Ik wist van tevoren dat ik het tekstschrijven dit keer anders wilde doen. Ik had mezelf een jaar de tijd gegeven om ook de lyrics te schrijven. De muziek was er al, net als de melodieën, het ging alleen nog om de juiste woorden op de juiste plek te krijgen. Ik haalde bijvoorbeeld inspiratie uit specifieke dichtbundels die ik al had. Bundels waarvan ik precies weet wat ze voor mij betekenen. Ik vond bijvoorbeeld de zinsbouw van dit ene boek mooi, de beeldvorming van dat andere. Het voelde meer als een schrijfoefening dan ooit tevoren.” Ze lacht even. “Het klinkt misschien vreemd, maar het hielp dat ik de sfeer van elke song al kende. Ik wist: dit nummer heeft iets hoopvols, maar het andere gaat bijvoorbeeld over verslaving. De tekst moest alleen die leegte nog inkleuren.”
In het persbericht over het album staat dat het gedicht The Two-Headed Calf van Laura Gilpin een belangrijke inspiratiebron was. Hoe ben je dat tegengekomen? De fysieke bundel waar het in staat is nauwelijks te vinden, alleen voor honderden euro's via online tweedehands boekenwinkels.
“Op het internet. Het gedicht ging viral, maar ik denk dat het meer een Gen Z-internetmoment was. Hoe meer ik erover praat in interviews, hoe meer ik merk dat lang niet iedereen ervan gehoord heeft.” Ze denkt nog even dieper na, dan: “Wat me raakte was dat het zo'n intens duister gedicht is, maar dat zoveel mensen er iets in herkennen. Onschuld, het mooie van het leven, maar ook lelijke kanten als uitbuiting. Het was alsof ik tijdens het lezen van het gedicht met mijn tienerzelf kon praten, waardoor ik me in sommige opzichten ook deels kon identificeren met het tweehoofdige kalf. Hoe langer ik ermee bezig was, hoe meer lagen ik erin zag die me ontroerden en inspireerden.”
Je noemde ook films als inspiratiebron. In eerdere interviews noem je Synecdoche, New York bijvoorbeeld. Welke andere films waren belangrijk?
“Mysterious Skin en Nowhere van Gregg Araki. Mysterious Skin had ik al heel lang geleden gezien, maar ik dacht toen vooral: dit is echt verontrustend, dit ga ik nooit meer opnieuw kijken. Maar mijn vriendin raadde me later het gelijknamige boek aan van Scott Heim. Dat raakte me op een manier die ik niet goed kan uitleggen. Toen heb ik de film opnieuw gekeken.”
Wat haar fascineerde was het gebruik van buitenaardse ontvoering als metafoor voor trauma en dissociatie. “Die hele alien-thematiek symboliseert voor mij het gevoel van: waar ben ik geweest, wat ben ik kwijtgeraakt? Dat vond ik zo mooi. Ik raakte er geobsedeerd door. Ik zette die films op een laag volume aan terwijl ik gitaar speelde. Niet als score-oefening, maar om mijn brein een beetje voor de gek te houden. Door mezelf te dwingen om tegelijk naar iets te kijken, ging mijn hoofd vanzelf naar plekken waar ik normaal niet zo makkelijk bij kan. Het hielp me zin te krijgen om te schrijven. Verder had ik op een gegeven moment door die obsessie wel allemaal prenten van lelijke aliens aan de muur hangen. Die heb ik op een later moment weer weggehaald toen ik eindelijk bij zinnen kwam en dacht: wat is dit in hemelsnaam?”
Voor welke filmregisseurs hoop je ooit te werken aan een soundtrack?
“Samenwerken met regisseurs als Sofia Coppola, Gregg Araki of Paul Thomas Anderson, dat zou echt een droom zijn.”
De strijkers op het album klinken ook heel filmisch. Heb je die zelf gearrangeerd?
“Technisch gezien niet. Ik kan mijn muziek niet omzetten naar bladmuziek. Maar ik heb wel de melodieën en harmonieën bedacht en met een mellotron [een toetsinstrument dat met samples bijvoorbeeld strijkers simuleert, red.] wat strijkerspartijen als schets opgenomen. Een goede vriend, Aron, die het album ook produceerde, heeft compositie gestudeerd en zette mijn ideeën om naar echte partituren. Hij kende ook weer iemand die de strijkerssectie kon dirigeren.” Ze lacht en begint te stralen als het gaat over dit onderwerp. “Voor het nummer Reverie had ik tijdens het schrijven eigenlijk helemaal geen strijkers bedacht. Ze werden er laat in het proces aan toegevoegd. Maar de eerste keer dat ik ze hoorde, barstte ik in huilen uit. Ik dacht: ik had dit nooit zo kunnen bedenken. Iemand had mijn ding gehoord en er dit er zelf bij bedacht. Dat is magie. Ik werk normaal gesproken alleen. Alles wat op dit album bij toeval samenkwam door samenwerking voelde daarom extra bijzonder.”
Hoe werkt dit live? Neem je een orkest mee?
“We hebben een cellist in de liveband. Ze speelt ook toetsen en zingt. En een oude vriend, die ik van de middelbare school ken, is terug in de band, Ian. Hij is een waanzinnige gitarist. Dus we spelen samen echt heel cool gitaarwerk.”
Het is de eerste keer dat de band met eigen lichtshow op tour gaat. “We oefenen al zo lang op de arrangementen. Er zijn stukken waar het alleen de cellist en ik op gitaar zijn. Ik denk dat het heel sfeervol wordt. Pyrotechniek zit er nog niet in haha, maar dat komt nog weleens."
In een recent interview met The Independent zei je: "We gaan binnenkort nog minder vrouwen in de muziek zien. Het voelt alsof we weer terug zijn bij ‘men rock’.” Hoe bedoelde je dat?
“Ik denk niet dat vrouwen helemaal uit de rockscene zullen verdwijnen. Maar de periode waarin Snail Mail doorbrak was een tijd waarin labels, algoritmes en muziekpers ineens klaar stonden om vrouwelijke singer-songwriters te pushen. Dat gaf een vals gevoel van zekerheid.” Ze kijkt bedachtzaam: “Wat ik nu zie is bijna het tegenovergestelde. Middelmatige mannelijke songwriters die vrij plots erkenning krijgen voor redenen die ik écht niet begrijp. En als vrouwelijke singer-songwriter moet je het nu juist twee keer zo goed doen. Twee keer zo goed live zijn, twee keer zo overtuigend. Dat gevoel van: de industrie houdt van vrouwen in muziek, dat is weg. De zeitgeist is compleet omgeslagen, terug naar wat het altijd was.”
Toch klinkt je er nuchter over, niet bitter.
“Kijk, ik heb het geluk dat ik al een fanbase heb. Ik hoef niet meer te beginnen op TikTok. Maar de vrouwelijke artiesten die nu willen doorbreken, moeten voor mijn gevoel echt uitzonderlijk zijn. Misschien vergis ik me. Ik hoop het.”
Snail Mail live: 18 juni in Paradiso, Amsterdam