Uw ervaring op deze site wordt verbeterd door het gebruik van cookies.
× Sta cookies toe Meer informatie

Blog

Tekst: Louis Nouws
wo 24 mei 2023

The Barefoot Diva

Blog

Wie denkt dat Cesária Évora een ongecompliceerde vrouw was, die gezegend met een geweldige stem en ontwapende charme de wereld veroverde, moet absoluut Cesária Évora van Ana Sofia Fonseca bekijken. Met heel veel beelden die de andere kant van een onwaarschijnlijke muziekcarrière tonen, fascineert de documentaire met de lengte van een speelfilm die 1 juni in première gaat van begin tot eind.

“Ik geloof niet in dromen”, zegt ze als een wat suffe interviewer vraagt naar haar grootste droom. Ze is dan al internationaal doorgebroken als zangeres van Kaapverdische songs vol melancholie. Je ziet haar met haar omvangrijke lichaam in vliegtuigen stappen, op blote voeten – het was haar handelsmerk – podia betreden van Amerika tot Japan en rondscharrelen in winkels. Na een vaak maandenlange tournee kwam ze steevast met koffers vol cadeaus terug naar haar eiland Sao Vicente.
 
Haar muziekloobaan is een ongelooflijke successtory, een bijna niet te bevatten sprookje, zoals haar manager en vriend José da Silva in de documentaire benadrukt. Ze liep al tegen de vijftig toen ze doorbrak, ze was geen schoonheid, dronk en rookte als een ketter en was nauwelijks te managen. Zo vertikte ze het in het begin om langer dan twintig minuten op te treden, omdat ze daarna te moe was. Ze was dat zo gewend als zangeres in de bars van cruiseschepen die bij het eiland aanlegden. En ze wilde kunnen roken en drinken op het podium. De drank had ze nodig om haar podiumvrees te overwinnen.
 
Ze was de ‘anti-ster’, die carrière maakte a) omdat ze een geweldige stem had, b) wereldmuziek in de jaren negentig populair was, met name de Cubaanse Buena Vista Social Club met ook muzikanten op leeftijd, en c) met het nodige geluk, zoals Da Silva zegt. Al vergeet hij dan misschien in al zijn bescheidenheid zichzelf als factor op te voeren.
Hij zag haar zingen in een Kaapverdisch café in Lissabon, zegde zijn baan bij de spoorwegen op en nam haar onder zijn hoede. Met niet aflatende ijver was hij die eerste jaren bezig haar op podia in Nederland, Belgié en Frankrijk te krijgen, de landen waar ze als eerste doorbrak. Haar grootste hit Sodade stond op het album Miss Perfumado uit 1992.
 
Haar route naar succes levert mooie beelden op. Zo zijn er geweldige scenes met zanger Compay Segundo van de Buena Social Club. Iemand had het idee die twee grootheden aan elkaar te koppelen, maar de twee kunnen elkaar nauwelijks velen. Tot elkaar veroordeeld in de studio maken ze er tenslotte het beste van. Maar nog fascinerender zijn de beelden van haar achterban. De armoede op Sao Vicente schuurt met haar succes. Eenmaal gefortuneerd bouwt de zangeres een mooi huis, want het bezit van een eigen huis was haar allergrootste verlangen. Dat huis is een zoete inval, het zit steevast vol met mensen met Évora daartussen als een omaatje met een schort voor. Ze houdt voortdurend audiëntie. Ze is gul voor haar mede-eilandbewoners, maar verzucht op een gegeven moment: “Als ik dertig problemen heb opgelost, staan de volgende twintig alweer voor de deur.”
 
Je ziet gedurende de documentaire dat het leven haar alsmaar zwaarder valt. Ze stopt met drinken maar blijft eigenzinnig en onvoorspelbaar in haar doen en laten. Het wordt duidelijk dat ze lijdt aan manische depressiviteit, maar ze weigert medicijnen in te nemen. Ze krijgt een beroerte en kan nauwelijks nog zingen, maar zelfs De Silva kan haar er niet toe bewegen dat onder ogen te zien. Na een tweede beroerte stort haar wereld letterlijk en figuurlijk in.
 
Op Sao Vicente is de in 2011 overleden Évora nog altijd immens populair. Ze heeft Kaap Verdië op de kaart gezet. “We hebben geen koningin”, zegt iemand op straat. “Maar als iemand dat moest zijn, dan Cize”, zoals haar koosnaam luidde.
In de aftiteling is te lezen dat nog altijd wordt gestreefd van haar huis een museum te maken.
 
Cesária Évora is vanaf 1 juni te zien in bioscoop en filmhuis.