Interview
The Waterboys Fisherman’s Blues Revue
Precies veertig jaar geleden gooide Mike Scott het roer om. De koerswijziging resulteerde onder meer in Fisherman’s Blues, het magnum opus van zijn band The Waterboys. In juli verscheen een verrassende compilatie met vergeten materiaal uit die periode: Atlantic Rain. In september staat de plaat centraal in de Fisherman’s Blues Revue, die met Steve Earle in het kielzog ook Nederland en België aandoet.
Tekst Eddie Aarts | Foto Barry McCall
The Waterboys voegden zich in de jaren tachtig dankzij drie uitstekende albums en hitsingles als A Girl Called Johnny, The Whole Of The Moon en Don’t Bang The Drum bij de populairste Britse bands, maar de Schotse voorman Mike Scott wilde iets anders en vond dat aan de Ierse westkust. Een kort bezoek werd een jarenlang verblijf in het dorp Spiddal, waar hij eerst een cottage en vervolgens het statige Spiddal House betrok. Het landhuis werd een broedplaats waar Scott met bandmakkers als violist Steve Wickham en saxofonist Antony Thistlewaite en een keur aan lokale musici jamde, songs schreef en opnam.
Een ruimhartige deal met het platenlabel Chrysalis maakte mogelijk dat hij daar de tijd voor kreeg. Het leverde een imposant oeuvre op dat beïnvloed werd door de keltische muziek uit zijn oude en nieuwe thuisland én door de rootsmuziek zoals die zich aan de andere kant van de oceaan had ontwikkeld.
Veel materiaal werd ter plekke al in ruwe vorm vastgelegd, maar in de loop van 1986 en 1987 vonden ook meerdaagse opnamesessies plaats in Dublin en Berkeley, Californië. Uit al dat materiaal destilleerden Scott en consorten in 1988 het album Fisherman’s Blues, dat zou uitgroeien tot het meest geliefde album van de groep. Dat er veel meer moois op geluidsband stond, was al hoorbaar toen in 2006 een dubbele ‘Collector’s Edition’ uitkwam met veertien extra nummers die in niets onderdeden voor de dertien oorspronkelijke albumtracks. Maar hoe geïnspireerd en productief het gezelschap werkelijk was geweest bleek pas in 2013 toen de 6cd’s tellende Fisherman’s Box maar liefst 121 tracks van de ‘Complete Fisherman’s Blues Sessions’ bijeengebracht.
Voer voor liefhebbers natuurlijk, al geeft de verzameling een boeiend inzicht in een ongekend vruchtbare en creatieve samenwerking. Die bovendien werd geprolongeerd, want ook opvolger Room To Roam ontstond in Spiddal en de in 2021 verschenen boxset The Magnificent Seven boekstaaft minutieus studio- en liveopnamen uit de jaren 1989 en 1990.
Terug naar Fisherman’s Blues. Tot voor kort ging Scott ervanuit dat hij in 2013 al het materiaal in beeld had. Maar dat bleek een misvatting. “We namen destijds heel vrijwel live op. Ik zong terwijl de band speelde. Veel nummers kwamen ook ter plekke tot stand, gewoon met wie er op dat moment was. Op een dag konden we zomaar tien of twintig nummers spelen. En de volgende dag weer. Je kunt je voorstellen dat we een enorme hoeveelheid materiaal moesten beluisteren, beoordelen en verwerken. Nummers uitkiezen en daar weer de beste uitvoeringen van bepalen. Maar zo’n oerwoud aan tracks, dat is simpelweg overweldigend. En dus raakte een hoop ook in het vergeetboek.”
“Toen we de Fisherman’s Box samenstelden dacht ik echt dat we alle opnamen wel hadden gevonden, maar ik bleek het mis te hebben. Dit was het geval. Ik werkte aan de hand van de inventarisatie die de platenmaatschappij had gemaakt van alle gearchiveerde banden. Lange, goed gedateerde en geannoteerde lijsten die heel efficiënt waren. Als ik een specifieke opname zocht uit mei 1987, dan had ik die zo gevonden. Het ging om bijna 400 tracks op meer-sporenbanden. Maar de geluidstechnicus liet ook een digitale opname meelopen op een F1-recorder waarmee op een soort videocassette drie uur werd vastgelegd van alles vast wat de mengtafel passeerde. Ook als de meer-sporenopname was uitgeschakeld.”
Scott bekent dat hij die opnamen, die golden als een soort back-up, straal vergeten was. “Een gast bij de platenmaatschappij meldde dat er een aantal banden was waarop geen songtitels stonden. Soms stond er ‘soundcheck’, ‘jam’ of ‘instrumental’ en vaak zelfs helemaal niks. Ik had zulke kreten eerder wel in de lijsten gezien, maar omdat ik op zoek was naar liedjes had ik ze genegeerd. Ik ging er vanuit dat we daar iemand twintig minuten een basdrum zouden horen testen of zo. Maar de maatschappij stelde voor ze toch te laten overzetten, want wie weet wat er zou opduiken. Dat gebeurde dus en het kostte me ongeveer een jaar om alles door te nemen, want het waren tachtig banden. En weet je, er stond allemaal ‘proper music’ op. Niks geen drumchecks, gewoon de hele band. En er zat magische muziek bij. Soms herinnerde ik me dat we iets gespeeld hadden, maar had ik geen idee dat het was opgenomen. Maar veel was ik helemaal vergeten. Dus er ging nog een keer een schatkist open.”
Scott beaamt dat de oorspronkelijke plaat dus ook heel anders had kunnen zijn. “We hadden er misschien wel drie aparte platen van moeten maken, uit de opeenvolgende jaren 1986, 1987 en 1988. En als ik toen wist wat ik nu weet, had ik die zo kunnen samenstellen. Maar ik had geen idee hoe die overvloed te tackelen en de tracks kiezen voor het uiteindelijke album was bijna onbegonnen werk. Ik was er al zo lang zo intensief mee bezig, dat ik eigenlijk een heel beroerd perspectief had. De songs We Will Not Be Lovers, Sweet Thing, And A Bang On The Ear, The Stolen Child en het titelnummer waren no-brainers. Die kozen zichzelf. Maar de rest was verschrikkelijk moeilijk. Terugkijkend hadden een paar nummers er misschien niet op gemoeten en flink wat andere juist wel.”
De Fisherman’s Blues Revue die in september een bescheiden aantal Europese steden aandoet, kwam feitelijk los van de hervonden tracks tot stand. Scott vertelt hoe hij en Steve Wickham al jaren rondliepen met het idee iets in de geest van Dylan’s ‘Rolling Thunder Revue’ te doen.
“We hadden het daar vaak over. Hoe we wat andere artiesten op sleeptouw konden nemen en een hootenanny-achtige show opvoeren, waarin iedereen samenspeelde. En de naam van Steve Earle viel al snel. Hij is een soort broeder-troubadour. Een jaar geleden bood een Britse organisator ineens een aanzienlijk bedrag, meer dan we gewoonlijk betaald krijgen, om in de O2 Arena in Londen een Fisherman’s Blues concert te doen. Ik had zo’n vermoeden dat hij verwachtte dat we de plaat van A tot Z zouden spelen, maar dat is niet waar The Waterboys voor staan. Maar als we het oude idee van stal haalden, een revue met Steve aan boord, zou het wel iets bijzonders kunnen worden. Van het een kwam het ander. Het verschijnen van Atlantic Rain was vervolgens natuurlijk een prachtig toeval.”
Mike Scotts’ relatie met Steve Earle gaat ver terug. “Ik hield in de jaren tachtig al van zijn muziek en hij coverde When Will We Be Married binnen een half jaar nadat dat was verschenen. Mensen vertelden me dat hij een Waterboys-shirt droeg op het podium. Pas een jaar of vijftien later ontmoetten we elkaar tijden het Cambridge Folk Festival en eindigden we samen This Land Is Your Land spelend op een podium. Sindsdien deden we dat zo nu en dan bij toeval. Ik was een paar keer in zijn radioshow en we hebben tegenwoordig dezelfde manager.”
Vooralsnog blijft het aantal revueshows beperkt tot een stuk of tien. “Het is niet makkelijk alle agenda’s te combineren. Uiteindelijk vonden we een periode van twee weken waarin iedereen kon. Maar als het een succes is, en dan bedoel ik geen financieel succes, maar een muzikaal succes, als we allemaal een geweldige tijd hebben, dan wil iedereen het vast nog eens doen.”
The Waterboys Fisherman’s Blues Revue ft. Steve Earle: 1 september in Ancienne Belgique, Brussel; 10 september in AFAS Live, Amsterdam; 11 september in Openluchttheater Rivierenhof, Deurne (B).