Uw ervaring op deze site wordt verbeterd door het gebruik van cookies.
× Sta cookies toe Meer informatie

Interview

Tekst: Pieter Franssen
di 5 mei 2020

Tony Allen: ‘Stilte geeft swing’

Interview

Kom daar vandaag de dag nog eens om in de geregulariseerde muziekwereld. Een wereldberoemde artiest zonder tourmanager of personal assistant, die je als eenvoudige journalist na een optreden om half twee ’s nachts uitnodigt voor een gesprek bij een fikse bel Jameson.

door Pieter Franssen
 
Tony Allen trekt al pratende zijn fraai gekleurde bühneshirt uit om het vervolgens zorgvuldig op te vouwen en al even secuur in een gebloemd zakje op te bergen. Zo krijg ik een goed zicht op de bejaarde sixpack van de bij leven en welzijn al legendarische werelddrummer, die na het rijkelijk late concert met een stel jonge Franse muzikanten op de eerste dag van het Afrikafestival in Hertme nog opmerkelijk fris blijkt.
“Het geheim van de afrobeat?” proeft Allen de vraag eerst nog even na. “Mijn manier van drummen. Het is een beetje ritmische tovenarij. Ik gebruik alle vier mijn ledematen, die stuk voor stuk iets anders doen, alsof het vier verschillende eenheden zijn.
Ik gebruik weinig kracht.
Afrobeat is een vierkwartsmaat, maar de eerste klap begint niet precies op de eerste tel. Niet op de beat dus, maar ergens op een halve tel. Dat hangt allemaal af van het invalmoment van de verschillende instrumenten.”
Radiohead-voorman Tom Yorke merkte onlangs op dat Allen de afrobeat iets menselijks heeft meegegeven, omdat hij niet zo metronomisch strak speelt.
Knikkend: “Relaxed zijn, daar draait het om. En om stilte. Stilte geeft de swing.”
 
Uitvliegen

De carrière van Tony Oladipo Allen (73), geboren in Lagos en tegenwoordig woonachtig in Parijs, is onlosmakelijk verbonden met Fela Kuti, de Nigeriaanse superster die gedurende de jaren zeventig wereldroem zou vergaren. “De highlife zit in mijn bloed, maar voordat ik Fela ontmoette speelde ik op heel andere manier. Ik was vooral beïnvloed door de Ghanese drummer Kofi Ghanaba, misschien beter bekend als Guy Warren, die in de jaren vijftig op tournee door de Verenigde Staten onder anderen Dizzy Gillespie kennis liet maken met de afroritmiek. Kofi deed zijn band op een gegeven moment over aan E.T. Mensah, the father of modern highlife, die het genre vanuit vanuit Ghana naar Nigeria bracht. Die jazzy afrostijl vormde voor mij de basis waarop ik mijn eigen spel bouwde.”
Allen ontwikkelde een unieke, bijna nonchalante stokvoering, die geënt is op het spel van Amerikaanse jazzdrummers als Elvin Jones, Max Roach en vooral Art Blakey, die hij later eer zou betonen met zijn eigen Afro Messengers, eind jaren zeventig opgericht na zijn breuk met Kuti met wie hij liefst veertien jaar had samengewerkt. “Veel te veel gedoe over geld en gedonder met allerlei uitzuigers en profiteurs. Ik wilde gewoon rust.” Opeens bijna sentimenteel: “Maar Fela was wél mijn vriend. Ik begreep hem. En hij begreep mij. We waren van meet af aan broers.”
 
Inhuren

Met Fela Kuti’s Koola Lobitos belandde Allen eind jaren zestig in de Verenigde Staten, waar zich in die tijd zwarte rebellie en radicaal bewustzijn deden gelden. In Los Angeles ontwikkelde Kuti zijn aanstekelijke mix van highlife, jazz, funk en soul, met speciale dank aan zijn vaste drummer. “James Brown maakte grote indruk op Fela”, herinnert Allen zich, “Maar ik voelde me niet geroepen om diens stijl over te nemen, net zo min als ik ooit Art Blakey heb willen kopiëren.” Gedecideerd: “Fela was verantwoordelijk voor de composities, ik maakte de beats.”
De rusteloze vernieuwer van de afrobeat, die vanaf de jaren negentig ook in Europa volop experimenteerde met hiphop, dub, elektronica en hiphop, is een gewild gastmuzikant.
Ik zag hem voor het eerst spelen in 2002 op het Vlaamse Sfinks Festival bij Seun Kuti, Fela’s jongste zoon.
“Allesbehalve toevallig”, aldus Allen zonder enige valse bescheidenheid. “Dankzij mijn reputatie kreeg hij kans om zijn eerste Europese tournee te maken. De boekers wilden mij per se als drummer in zijn band. Een aardig joch, ik mocht hem wel, ondanks die enorme rivaliteit tussen hem en zijn oudste broer Femi.”
Van alle concerten met Allen die ik sindsdien heb mogen meemaken, is dat van The Good, The Bad & The Queen mij het sterkst bijgebleven.
Die gelegenheidsgroep van Blur-voorman Damon Alburn met verder Clash-bassist Paul Simonon en Verve-gitarist Simon Tong betekende op Lowlands in 2007 het absolute hoogtepunt. “Dat was geweldig, ja”, beaamt Allen. “Ik heb er buitengewoon van genoten. Fantastische band, bijzondere muziek en een uitstekende zanger. Onze samenwerking was state of the art. Maar ik moest weer verder. Ik heb een hekel aan stagnatie. Forward ever!”
 
Dit interview verscheen eerder in Heaven magazine 2013 #6. Tony Allen overleed op 30 april j.l. Hij was 79.