Uw ervaring op deze site wordt verbeterd door het gebruik van cookies.
Sta cookies toe Meer informatie ×

Festivaltip

Tekst: Eddie Aarts
wo 17 juni 2026

Best Kept Secret: de derde dag

Festivaltip

Wanneer ik arriveer op het festivalterrein laat ik – niet zonder pijn in het hart – de al deinende Casbah na even sfeer proeven links liggen. Jammer want de rond elektronica én intrigerend ogende traditionele (snaar)instrumenten opgebouwde triphop van het Thais-Nederlandse Apichat Pakwan klinkt fantastisch.

Door Eddie Aarts
 
Datzelfde geldt gelukkig voor de Griekse Stella, die dag aftrapt op de Two. Adagio, het vijfde album van Stella Chronopoulou, verscheen vorig jaar op het gerenommeerde indielabel Sub Pop en werd met lof ontvangen. Live maakt ze het mede dankzij haar uitstekende band ook waar. Melodieuze gitaarpartijen slingeren sierlijk door hun hypnotiserende, licht psychedelische grooves. De boel moet even op zijn plek vallen, maar wanneer dat gebeurt, haakt de al vroeg opvallend goedgevulde tent in en juist de typische Balkanelementen blijken impulsen tot dansen. De zangeres lijkt een beetje beduusd van zoveel enthousiasme maar meldt vlak voor ze afsluit dat het haar verjaardag is en dit het mooist denkbare cadeautje. Mijn gedachten zijn op dat moment ook bij onze in 2020 overleden Heaven-collega Koos Gijsman. Zo lang we hem kenden was hij een onvermoeibaar pleitbezorger voor Griekse muziek en dit had hij vast mooi gevonden.
 
In aanloop naar Best Kept Secret 2026 kreeg de zondag helaas met een paar annuleringen te maken. Te elfder ure bleek dat Anna van Hauswolff om gezondheidsredenen verstek moest laten gaan en ze wordt vervangen door Wies, die de tent enthousiast trakteert op een geoliede set vol doortimmerde nummers die ook foutloos wordt uitgevoerd. Met wat vrienden op zolder of in de garage al jammend een bandje beginnen gebeurt vast ook nog, maar acts als Wies maken duidelijk dat een flink deel van de florerende Nederlandse popscene heel gedegen muziekopleiding achter de rug heeft. 
 
Jungle By Night bewijst even later weer een beetje het tegendeel. Want al halverwege hun middelbareschooljaren maakten de Amsterdamse vrienden de opzienbarende keuze Afrikaanse muziek te gaan maken. Ik zag ze destijds in een nog deels met familieleden gevulde zaal, onder het goedkeurend oog van hoofdact Mulatu Astatke, een overtuigende set afrobeat neerzetten. In de zeventien jaren die volgden werd hun oeuvre wat elektronischer van aard en vonden, al dan niet exotische elementen hun weg naar de overwegend instrumentale nummers.  Bijzonder uitgekookt is bovendien hoe het zestal het enorme podium ‘klein houdt’. Vanaf een compacte verhoging die de muzikanten (in opvallende geelbruine outfits) en al hun instrumenten herbergt, bundelt Jungle B Night letterlijk en figuurlijk hecht samenspelend de krachten en slingert ook flink wat werk van het nog te verschijnen, nieuwe album het veld op.
 
Als een wervelwind grijpt Sophie Straat even later de Two bij de strot, waar men zich tot buiten de scheerlijnen verdringt voor een plekje in of bij de tent. Sophie verklaart er ‘fucking van te gaan genieten, of het nu goed gaat of niet’ en demonstreert maar weer eens dat bij protestmuziek dansen en nadenken best samengaan. Gedrenkt in rook en bloedrood licht, laat ze in Nederlands en incidenteel Engels geen misverstand bestaan over de verwoestingen en het leed dat de mensheid zichzelf momenteel aandoet. En daar hoort de spiegel die ze ons in Let Me Tell You ‘bout My Country voorhoudt nadrukkelijk bij. Pittige (journaal)beelden én de uitzonderlijk dynamische manier waarop de regie Sophie en haar begeleiders op de podiumbeeldschermen toont, dragen bij aan de kracht van haar statements. Memorabel in diverse opzichten.
 
Sylvie Kreusch vult de al een poosje geleden vrijgevallen plek van Sharon van Etten in en doet dat met verve. Geruggesteund door een fantastische groep zwiert ze gehuld in een extravagante pofmouwenjurk blootsvoets over het enorme podium. De sympathieke Belgische windt het publiek om haar vinger met een reeks even arty als aanstekelijke popsongs, maar houdt in enkele van de fraaiste ingetogen momenten van de dag, zoals opener Daddy’s Selling Wine In A Burning House en later het stemmige Haunted Melody, ook knap de aandacht vast.  Wanneer Roméo Elvis zich tegen het eind van de set bovendien meldt voor een vlammende versie van hun gezamenlijke hit Kiss The Grass (Allez Allez) is het feest compleet.
 
Een stukje authentieke soul laat ik mijn neus niet gauw voorbijgaan en wanneer de band van Don West inzet kan ook dat vakje worden aangevinkt. Tussen rode rozen prijkt op zijn backdrop de titel van zijn album  Give Me All Your Love en hoewel sportschoolhunk West een prima stem heeft en daarvan zowel de donkerbuine- als de falsetstand benut, blijkt de reikwijdte van zijn onderwerpkeuze een stuk beperkter. Don weet waar Isaac Hayes, Barry White en hun navolgers de mosterd haalden en zijn zwoele set mag op genoeg gehoor rekenen. Ik benut een deel van die tijd voor een warme hap zodat ik van drie volgende acts geen minuut hoef te missen.

Rond half 6 blijkt het hoofdpodium te zijn omgetoverd in een decor dat het meest wegheeft van de berm langs een afgelegen, in onbruik geraakt Amerikaans bedrijfsterrein. Achter en tussen roestig, met klimop begroeid hekwerk en heuvels met kniehoog gras vol zwervuil, autobanden en stukken golfplaat, gaan even later de begeleiders van Ethel Cain schuil. De ster zelf torent op het middelste talud boven hen uit. Haar concert was binnen vermoedelijk nog indringender geweest, maar desalniettemin maakt de loodzware, bij vlagen dreigende show indruk. Cain speelt voor een overduidelijk betrokken publiek en een paar keer vangt de lens van publiekscameraman in de voorste gelederen zelfs fans in tranen. Intens is een understatement en hoewel dit niet helemaal mijn genre is, ben ik onder de indruk. Maar erg veel gelegenheid om dat te verwerken is er niet.
 
Dankzij een strak gehanteerd tijdschema en omdat de twee grootste podia van Best Kept Secret vlak bij elkaar liggen, kunnen vrijwel naadloos aansluitende concerten voor abrupte overgangen zorgen. Maar Yard Act is een band die ik voor geen goud wil missen en dus zit er weinig anders op dan me direct in hun woeste set te storten. De band uit Leeds voltooide onlangs de nieuwe plaat You’re Gonna Need A  Little Music en hoewel die pas over een maand verschijnt, krijgen we doodleuk een handvol nummers ervan voor de kiezen. Die zijn beduidend steviger dan het wat hoekiger eerdere werk en voorman James Smith, die tijdens de eerdere (club)shows vooral wat quirky overkwam, manifesteert zich inmiddels als een maniakale volksmenner van jewelste. Wanneer zijn microfoon, zonder dat hij dat aanvankelijk opmerkt, na een paar nummers dienst weigert, blijft hij de longen uit zijn lijf zingen terwijl het publiek slechts de band vol gas hoort doordenderen. ‘Zulke dingen gebeuren’, excuseert hij zich zodra hij weer verstaanbaar is, maar zonder de flow een moment te willen verliezen trapt de hyperactieve zanger het volgende nummer af en met het gierende gitaarspel van de zwaar besnorde Sam Shipstone als tweede troef zorgt Yard Act dat de moshpit maar incidenteel tot bedaren komt.
 
Publieksfavoriet Mac DeMarco begint zijn relaxede show voor een goedgevuld hoofdveld, maar ik wandel door naar de Casbah om in het golfplatenbouwsel Lime Garden te zien. De dames speelden drie jaar geleden ook al op BKS, zijn zelfverklaarde fans van het festival, en zijn daarom al een dag eerder gearriveerd, om onder meer Hayley Williams te zien. De stemming zit er goed in en hun uitgelatenheid noch wat technische ‘trubbels’ doen afbreuk aan een lekker rammelende reeks puntige punky popsongs.
 
Te oordelen naar het fikse aantal heel uiteenlopende Gorillaz-shirts en sweaters dat ik al de hele dag ontwaar, ben ik niet de enige die zich verheugt op de absolute headliner van deze slotdag. Nieuw is wast Damon Albarn en een nog altijd kneedbare hoeveelheid begeleiders en gastmusici doen natuurlijk niet meer, maar het blijft een genot om te horen én te zien wie en wat zijn samen met striptekenaar Jamie Hewlett gecreëerde ‘band’ – vanavond met een basisopstelling van veertien personen – nu weer voor ons in petto heeft. Werk van het recente, vooral door Indiase muziek beïnvloede album The Mountain vormt een aangenaam melodieuze rode draad en de bijbehorende, nieuwe visuals (met komische knipogen naar Disney’s Jungle Book) zijn oogverblindend. Onder meer Sparks, Omar Souleyman, Anoushka Shankar, Bobby Womack en diverse rappers doen ‘vanaf het scherm’ mee. Mooi ook hoe daar in The Shadowy Light de kortgeleden overleden, legendarische zangeres Asha Bhosle verderop in de show een eerbetoon krijgt. Maar de sidekicks die in levenden lijve opduiken tellen natuurlijk dubbel. Idles-zanger Joe Talbot meldt zich als eerste, maar maakt eigenlijk niet zo veel indruk. Kara Jackson, Yasin Bey en rapper Bootie Brown vallen bepaald beter op hun plek. Spreekstalmeester Albarn geniet ervan, gunt hen en zijn musici  alle ruimte en zoekt zelf ook een paar keer (letterlijk) het publiek op. Hij wordt zichtbaar een dagje ouder, het lang jongensachtige koppie heeft plaatsgemaakt voor een tronie met stoppelbaard en op enig moment ontstaat even een onderonsje met een roadie omdat Albarn niet weet waar zijn bril is gebleven. “Never mind”, grinnikt hij voor hij een intro op akoestische gitaar inzet, “I know what I’m doing”. Zo is het precies en daar profiteren velen van. De Malinese Fatoumata Diawara is daar een prachtvoorbeeld van. Haar succesvolle carrière kreeg extra vaart dankzij Albarns Africa Express-project. Samen zingen ze Désolétot een van de hoogtepunten. Dat ook De La Soul’s Posdnuos zich in de finale meldt voor Feel Good Inc. is natuurlijk een inkopper; zijn eigen groep stond immers vrijdagavond al op dit podium. Het gaat er natuurlijk in als koek op het tot de laatste minuut mudvolle veld. Wanneer Albarn tenslotte nog een keer zijn melodica ter hand neemt en het luidkeels meegezongen Clint Eastwood inzet, is het ‘mission accomplished’. Strik erom, iedereen – mezelf niet uitgezonderd – blij naar huis of tent. Behalve degenen die elders op het terrein besluiten het slot van de wedstrijd Nederland-Japan te zien. Maar dat kan aan het eind van zo’n festival hoe dan ook alleen maar tegenvallen…