Column
Column: Leuke laatjes in Londen
Minke Weeda is directeur van Rotown Rotterdam en showcasefestival Left of the Dial én columnist voor Heaven.
Vanuit het niets ontvingen we een mail met een uitnodiging om te komen kijken in een studio in Londen. We worden wel vaker uitgenodigd door mensen die fan zijn van Left of the Dial en daarom graag willen dat we iets komen bekijken, maar zo sociaal zijn we niet, dus meestal zeggen we nee.
Nu was het vorig weekend een prima weekend om niet in Nederland te zijn en bovendien moet je soms gewoon wat proberen, dus liepen we op een druilerige middag door West-Londen op zoek naar de voordeur van de studio.
In een verder weinig bijzondere straat vonden we een grote metalen deur die leidde naar een binnenplaatsje tussen vier gebouwen. De jongen die het complex runde, stond al klaar om ons rond te leiden en nam ons mee een trap op naar de grootste studio. Die was behoorlijk indrukwekkend. Ik kan me tenminste niet herinneren wanneer ik voor het laatst in een studio was waar voor zoveel tonnen aan apparatuur stond.
We liepen om een Steinway-vleugel naar het raam en daar wees hij op de andere gebouwen. Hij vertelde enthousiast over het ontstaan van het complex. Een kennelijk behoorlijk gefortuneerde muziekliefhebber had geholpen om de boel op te bouwen en te voorzien van alles dat je maar kunt nodig hebben om comfortabel een plaat op te nemen. Het zag er op alle mogelijke manieren onbetaalbaar uit voor de gemiddelde Left of the Dial-band.
Dat klopte helemaal, legde hij uit. De studio’s werden commercieel verhuurd aan de Dua Lipa’s van deze wereld en daardoor konden kleinere bands op andere momenten er gratis opnemen.
Een soort Robin Hood onder de studio’s dus. We begonnen ons steeds meer thuis te voelen.
Hij wees nog een keer uit het raam op de benedenverdieping en vertelde dat daar hun label zat waarop ze de meest uiteenlopende artiesten uitbrachten en daarnaast zat het video- en social mediateam. Bands mochten overal gebruik van maken, maar het hoefde niet.
Net toen ik dacht dat het allemaal niet mooier kon, nam hij ons mee weer mee naar beneden. Hij zei dat we even langs de workshop zouden lopen. Ik kon me er weinig bij voorstellen, maar het bleek een werkplaats te zijn waar aan apparatuur gesleuteld kon worden. Een jongen zat aan een werkbank te solderen. Hij zo’n hoofdband om waar een vergrootglas aan zit. Achter hem was een enorme wand van boven tot onder gevuld met ladekastjes. Van die kleintjes die je ook in ouderwetse snoepwinkels ziet, maar waar in dit geval waarschijnlijk allemaal moertjes en schroefjes in zaten.. Echt prachtig.
Terug in Nederland ben ik nog steeds blij dat we zijn gegaan en iemand hebben ontmoet die ook vreselijk zijn best doet om nieuwe bands te steunen. Dat alleen al maakte ‘t de reis helemaal waard.
Maar als ik heel eerlijk ben, zijn die ladekastjes me het meeste bijgebleven. En zodra ik heb bedacht wat we erin moeten doen, maak ik op kantoor ook zo’n wand.