North Sea Jazztip 3: Cody Chesnutt
North Sea Jazztip 3: Cody Chesnutt
Elf jaar geleden maakte Cody Chesnutt in zijn eentje de lo-fi soulklassieker The Headphone Masterpiece. Daarna duurde het tien jaar voordat hij weer van zich liet horen. En hoe: Landing On A Hundred is een doorwrocht werkstuk dat doet denken aan de gloriedagen van Marvin Gaye, Curtis Mayfield en Stevie Wonder.
Waarom lag er zo veel tijd tussen je twee albums?
“Ik ben een familieman. We hebben twee kinderen. De oudste is een jaar na mijn plaatdebuut geboren. We zijn toen naar Florida verhuisd, nabij Tallahassee. Ik wilde mijn kinderen zien opgroeien en voelde geen druk snel met een nieuw album te komen. Financieel kon ik overleven omdat ik een eenvoudig leven leid. I don’t live beyond my means, you know. Ik maakte af en toe een soundtrack, maar verder deed ik niet veel. Het was echt de bedoeling de nodige tijd aan mijn gezin te besteden. Ondertussen schreef ik aan Landing On A Hundred, al met al zo’n vijf jaar.”
De teksten op het album lijken te duiden op een heel ander leven.
“Je doelt waarschijnlijk op Everybody’s Brother, waarin ik zing: I used to smoke crack in the day, I used to gamble rent money and lose. I used to dog the nice ladies, used to swindle friends. Die tekst is niet helemaal uit mijn leven gegrepen. Ik heb zelf nooit crack gerookt, familieleden en vrienden wel. Het album gaat ook over hun levens. Maar die rokkenjager was ik wel degelijk. Mijn leven is veranderd en daar gaat het liedje vooral over. Je kunt het tij ten goede keren als je constructief in het leven staat en het vertrouwen van anderen niet beschaamt.”
De nummers zijn dus niet echt autobiografisch?
“Sommige wel. In Love Is More Than A Wedding Day richt ik me rechtstreeks tot mijn vrouw. We zijn achttien jaar getrouwd, maar ik heb me niet altijd gedragen als een voorbeeldig echtgenoot. Toen ik het had geschreven en het haar voorzong waren we allebei ontroerd. Ik geloof dat het ons huwelijk mede heeft gered. ’Til l I Met Thee ligt me ook na aan het hart.
Je zingt daarin: ‘I was a stranger in a foreign land ’til I met thee Lord.’ Is God zo belangrijk voor je?
“Heel belangrijk, al vanaf mijn jeugd. That’s Still Mama heeft als refrein: Church boy… school boy… dope boy…. Die zes woorden vatten een groot deel van mijn leven samen. Met dit album wilde ik ook terugkijken op mijn jeugd. Vandaar dat mijn naam als ChesnuTT op de cover staat. De dubbele TT staat voor Tony T., de bijnaam in mijn jongensjaren. Hoewel ik zeker niet altijd naar het Woord van God heb geleefd, was Hij er wel altijd. Ik ben niet iemand die naar de kerk gaat, maar wil toch graag de principes van God uitdragen. Ik denk veel na over hoe ik dat kan doen in het dagelijkse leven en in mijn muziek.”
Qua productie staat het jongste album haaks op je lofi debuut. Past dit geluid meer bij je?
“Het biedt een veel breder palet. Ik wilde de arrangementen van de Motown-albums, de Beatles en al die andere muziek die ik bewonder integreren in mijn eigen geluid en dat kan nu eenmaal niet met een viersporen recorder. Bovendien houdt lang niet iedereen van lofi. Ik wilde de mogelijkheden van een echte studio inzetten om een groter publiek te bereiken. Het was bovendien prettig met anderen te praten over de muziek. The Headphone Masterpiece heb ik helemaal in mijn eentje gemaakt, nu waren er twee producers – Matthew John en Patrice Bart Williams – en gastmuzikanten. Ik barst van de muzikale ideeën, maar de inbreng van de anderen heeft het album echt op een hoger plan gebracht.”
Cody Chesnutt live: zaterdag 13 juli, North Sea Jazz, Rotterdam. De oorspronkelijke en langere versie van dit interview is eerder verschenen in popmagazine Heaven van maart/april 2012.