Uw ervaring op deze site wordt verbeterd door het gebruik van cookies.
× Sta cookies toe Meer informatie

Column

Tekst: Chris Bernasco
wo 7 juli 2021

Op het tweede gehoor: Paul, Bob en Joni op de schoorsteenmantel

Column

In 2012 deed Paul McCartney iets onverwachts, iets dat ik aanvankelijk niet goed kon plaatsen: hij bracht het easy listening-album Kisses On The Bottom uit, waarop hij eer betoont aan de ballroom- en music-hallmuziek van vóór The Beatles. Een merkwaardige actie van Macca? Dit was tenslotte de muziek van de zoetgevooisde crooners die hij met zijn Liverpoolse kompanen juist zonder pardon in de bak met 'oud en afgedaan' had geworpen.

Door Chris Bernasco

Drie jaar later deed Bob Dylan iets soortgelijks. Ooit ging hij als jonge hond heilige Amerikaanse huisjes met de sloophamer te lijf. In 1966 pleegde hij een soort heiligschennis door 'elektrisch te gaan' en eind jaren zeventig door 'in de Here te gaan’. En nu, in 2015, kwam diezelfde beeldenstormer met het album Shadows In The Night, gevuld met Frank Sinatra-covers. Sinatra, de verpersoonlijking van het muziekestablishment waarmee Dylan eerder zo gretig afrekende. Diezelfde Sinatra werd nu door diezelfde Dylan zonder een zweem van ironie gecoverd. Wat was hier gaande?

Was dit voor de twee oude rocksterren misschien een manier om hun jeugdzonden een halve eeuw na dato goed te maken? Hadden ze spijt van hun wangedrag? Of maakten deze retro-platen deel uit van het grote achteromkijken in de popmuziek dat Simon Reynolds in zijn boek Retromania kritisch onder loep neemt? Het zou allebei kunnen, maar in een artikel van popjournalist Ann Powers op de website van de Amerikaanse National Public Radio (NPR) vond ik een meer plausibele verklaring.

In het artikel beschrijft de journalist een optreden van zangeres Brandi Carlile in Los Angeles in oktober 2019 waarin ze Joni Mitchells album Blue integraal uitvoert. Volgens Powers is het veelzeggend dat de Blue-uitvoering plaatsvond voor een publiek met vele beroemdheden, waaronder het 75-jarige popicoon zelf, en in de Disney Hall, de thuisbasis van het klassieke orkest van L.A., de Los Angeles Philharmonic.

De popmuziek is door de wereld van klassiek en jazz lange tijd als minderwaardig beschouwd, maar die tijd is zo langzamerhand voorbij, meent Powers. Een album als Blue lijkt opgenomen te worden in het ‘repertoire’: muziek die keer op keer door nieuwe vertolkers tot leven wordt gewekt en opnieuw wordt geïnterpreteerd, net als de klassieke werkstukken van Mozart, Bach en Beethoven of de jazzstandards uit The Real Book. Blue wordt nu dus klassiek, tijdloos, een 'standaard' waaraan we andere muziek kunnen ijken.

Powers gaat zelfs zover om Mitchell met Shakespeare te vergelijken: net als bij de bard resoneren haar poëtische woorden in de hoofden van vele mensen en helpen ze hen hun leven beter te begrijpen, bijvoorbeeld regels als I am on a lonely road and I am travelling, travelling, travelling (All I Want) of Songs are like tattoos (Blue). Deze laatste bewering gaat mij wat te ver – ik denk dat Mitchells teksten vooral onvergetelijk zijn door de betoverende muziek eronder – maar ik geloof wel dat het artikel de spijker op de kop slaat als het gaat om de grote ontwikkelingen in de muziek van de afgelopen eeuw.
Want het artikel werpt ook een verhelderend licht op de crooner-platen van McCartney en Dylan. We moeten die albums niet zien als goedmakertjes of als jeugdsentiment, maar als strategische zetten: de artiesten plaatsen zichzelf met deze tributes in een grotere traditie in plaats van zich ertegen af te zetten, zoals ze vroeger deden. Het tribute is een geraffineerde vorm van bescheidenheid – passend bij deze twee sluwe ouwe vossen –, met als ultiem doel een klassieke status voor zichzelf te verwerven. Sluw of niet, ik steun hun doel volledig. Een groot deel van hun werk, net als dat van Mitchell, heeft de standaard gezet voor de hele popmuziek – voor de muziek in zijn algemeenheid. Zet de bustes van Mitchell, McCartney en Dylan maar naast die andere op de schoonsteenmantel.

Chris Bernasco geeft hier eens in de maand een bijzondere kijk op popmuziek.