Recensie
Phoebe Bridgers – Lost Weekend
Where's Phoebe Bridgers? Het was even stil rond misschien wel 's werelds grootste indiedarling, die na een zegetocht met haar album Punisher (2020) en het succes met supergroep Boygenius besloot een hiatus in te lassen en haar social media te sluiten. Maar waar de vraagtekens veranderden in speculaties – over een verbroken relatie, een nieuwe relatie en de publieke last die haar wat ondoorgrondelijke sterrenstatus met zich meebracht – werkte Bridgers in alle stilte aan haar derde plaat Lost Weekend. Een album dat naast de pieken en dalen uit haar liefdesleven ook een vergrootglas legt op het recente overlijden van haar vader, waarmee ze een complexe relatie onderhield.
Het is een donkere deken die over het hele album ligt en soms pijnlijk expliciet wordt in scènes van huiselijk geweld. Toch weet Phoebe Bridgers ook de nuances van haar periode van rouw voelbaar te maken, met jeugdherinneringen, het geluk van een nieuwe liefde en hoe wrange humor ook een trieste begrafenis kan helpen verlichten (Crying in a suit and tie / But you should see the other guy). Ze heeft daarbij niets ingeboet aan haar kracht om het alledaagse en haar personages te vangen met één enkele pennenstreek of rake observatie. Kenmerkend blijven haar afstandelijkheid (I am on the outside, watching) en haar directe toon.
Muzikaal blijft Lost Weekend onmiskenbaar Phoebe Bridgers: soms kabbelende en soms uit de voegen barstende folkpop, met haar fluisterstem, gitaar, piano en ijle strijkers als hart van haar geluid. Maar meer dan voorheen is ook de gelaagdheid van haar teksten muzikaal tot uitdrukking gebracht, mede dankzij de inbreng van klinkende namen uit de indie-voorhoede. Producer en rechterhand Jack Antonoff smeedt onder meer de grilligheid van Alex G en de arrangementen van stemtovenaar en componist Caroline Shaw samen tot een rijk palet aan klank dat de luisteraar veel te ontwarren biedt.
Met Lost Weekend doet Phoebe Bridgers geen enkele poging om haar sterrenstatus uit te bouwen. Integendeel: in de tweede helft nemen miniaturen en introspectieve nummers de overhand, waarin ze vooral voor zichzelf grip lijkt te zoeken op haar emoties en gedachten. Maar ironisch genoeg, juist door die fenomenale kwetsbaarheid, zal ook dit album haar ster verder doen rijzen. Hopelijk laat het volgende album niet zo lang op zich wachten.