Uw ervaring op deze site wordt verbeterd door het gebruik van cookies.
Sta cookies toe Meer informatie ×

Column

Tekst: Minke Weeda
vr 16 januari 2026

Column: Groenland

Column

Minke Weeda is directeur van Rotown Rotterdam en showcasefestival Left of the Dial én columnist voor Heaven.

Als ik ergens goed in ben, is het mensen uit het oog verliezen. Vooral voormalige stagiairs. In de loop der jaren is er een bonte stoet van studenten voorbijgekomen en van minimaal de helft heb ik geen idee waar ze zijn gebleven. Vaak kan ik me hun namen niet eens meer herinneren. De afgelopen week moest ik desondanks ineens aan een jongen denken die jaren geleden stage bij ons liep.

Het was een aardige gast en als hij zich even vijf minuten kon concentreren, deed hij zijn werk meer dan prima, maar meestal zat hij hele dagen zuchtend voor zich uit te staren.

Het duurde een tijdje voor ik doorhad wat er aan de hand was. Eerst dacht ik dat het gewoon pech was en dat ik hem tijdens het sollicitatiegesprek veel te slim had ingeschat. Of dat ik een ernstige aangeboren concentratiestoornis over het hoofd had gezien of zo.

Maar dat was allemaal het probleem niet; hij was verliefd. Op een meisje dat hij in Engeland had ontmoet, maar oorspronkelijk uit Groenland kwam. Waarom hij op dat moment in Engeland was, weet ik niet meer, maar zij studeerde er medicijnen. Daar was ze bijna klaar mee en dan zou ze teruggaan naar Groenland om zich in haar geboortedorp als arts te vestigen.

Dat dorp lag het ergens ver van de bewoonde wereld en was moeilijk bereikbaar. Ik meen dat er zelfs een helikopter nodig was om er te komen. Je was vanuit Europa zo drie dagen verder voor je er was. Bovendien was er in het piepkleine dorpje vrij weinig te doen. Een concertzaal of een platenzaak hadden ze er bijvoorbeeld niet.

Dat maakte hem niks uit. Ook al kende ze elkaar pas een paar weken, hij zou haar overal achterna reizen om samen te kunnen zijn.

Er was alleen één ding te zijn waardoor hij nog een beetje twijfelde. Hij zou het jaar erop stage kunnen gaan lopen in Seattle. Bij het Sub Pop-label. Op wonderbaarlijke wijze was het hem gelukt om uit de honderden aanmeldingen te worden gekozen en het was altijd zijn grote droom geweest om voor het label te werken dat zoveel van zijn favoriete artiesten had uitgebracht.

Maar ja, dat was voor hij verliefd werd. Sub Pop was leuk, maar dat het daardoor een jaar langer zou duren voor hij met zijn grote liefde kon gaan samenwonen, vond hij een onverdraaglijke gedachte.

Op zijn laatste stagedag had hij nog geen idee wat hij zou gaan doen. Dat het mij zonde leek om Sub Pop af te zeggen, maakte weinig indruk. Hij vertrok ’s middags met de woorden dat hij er nog eens goed over na zou denken.

Daarna heb ik nooit meer wat van hem gehoord, maar ik vermoed dat hij meteen een ticket naar zijn vriendin heeft geboekt en geen seconde meer aan Sub Pop heeft gedacht.

Voor zijn stageverslag heb ik hem overigens wel een negen gegeven. Maar daar zal hij daar in Groenland weinig aan hebben gehad.