Uw ervaring op deze site wordt verbeterd door het gebruik van cookies.
Sta cookies toe Meer informatie ×

Recensie

Tekst: Michel Rodrigues
vr 15 mei 2026

Kaitlin Butts: honky-tonk 2.0

Recensie

De uit Tulsa, Oklahoma afkomstige countryzangeres Kaitlin Butts is geen onbekende meer in Nederland – vorig jaar stond ze nog in TivoliVredenburg –, maar ze verdient echt wel een groter publiek. Dat bewees ze in de Tolhuistuin in Amsterdam. Butts is een performer én entertainer pur sang.

Tekst Michel Rodrigues

Ze is nergens bang voor en durft zich ook kwetsbaar op te stellen. Tijdens het optreden vertelde ze openhartig over het leven als artiest met een uitgesproken mening. Negatieve reacties krijgt ze geregeld en die raken haar soms meer dan mensen denken.

De kracht van Kaitlin Butts is haar stem, maar inmiddels heeft ze ook een eigen stijl ontwikkeld: honky-tonk in een modern jasje. Haar muziek klinkt fris en krachtig, waarbij sommige nummers zelfs richting pop en rock neigen. Tegelijkertijd mogen we vanavond ook blij zijn met de belangrijke rol van fiddlespeler Lane Hawkins, die het traditionele countrygevoel extra kleur geeft.

Butts is een geboren verhalenverteller. Met veel humor en zelfspot praat ze over zichzelf, maar vooral over de mensen en situaties die haar inspireren. Zo vertelt ze over haar samenwerking met Angeleena Presley van de Pistol Annies en de worsteling met een toxic familie; over het schrijven van een nummer met Lola Kirke nadat er die middag weed was gerookt; en over haar ontmoeting met haar idool Vince Gill. Uit die ontmoeting ontstond Come Rest Your Head (On My Pillow). Lachend vertelt ze dat ze het nummer ook wel Cowboy Pillow noemt: een man die zijn hoofd laat rusten op de borsten van een vrouw. Uiteraard weet ze daar vervolgens weer de spot mee te drijven.

Van cowgirl tot showgirl: Kaitlin Butts heeft het allemaal. Met haar gelakte nagels en glitters op haar gezicht kun je onmogelijk om haar heen. Met een rotsvaste stem zingt ze geconcentreerd en zelfverzekerd. Ze beweegt voortdurend over het podium, zoekt contact met het publiek en wijst af en toe naar mensen in de zaal alsof ze speciaal tegen hen praat. Ze weet zichzelf perfect te presenteren: elegant, energiek en soms een beetje cheeky. Ze laat het publiek meezingen en creëert moeiteloos dat herkenbare yeehaw-gevoel. Zelfs met een paar aangeleerde Nederlandse woorden, waaronder het enthousiaste ‘rot op!’, krijgt ze de lachers op haar hand.

Nog voordat Butts zelf het podium betreedt, staan haar bandleden al klaar. Liefkozend noemt ze hen soms haar donkeys. Op de klanken van Tulsa Time klinkt een stem die haar aankondigt met de woorden: Clap your hands and stamp your feet with Tulsa Tornado, she is hotter than a two-dollar pistol. De avond opent met Bang Bang, een cover die al langer deel uitmaakt van haar repertoire en die ze met veel gevoel voor drama brengt. Daarna volgt een dwarsdoorsnede van haar huidige werk, waaronder You Ain’t Gotta Die en Wild Juanita’s Cactus Juice. Hoewel het optreden volledig om Butts draait, is haar band veel meer dan alleen begeleiding. Halverwege de set speelt ze bovendien twee nieuwe nummers solo op gitaar, wat voor een intiem moment in de show zorgt.

Aan het einde van de set volgt een opvallende keuze: The Middle van de emoband Jimmy Eat World uit 2001. Butts legt uit waarom dit nummer zoveel voor haar betekent. Toen ze het lied voor het eerst hoorde, herkende ze zichzelf direct in de tekst: neem jezelf niet te serieus, wees niet te streng voor jezelf en blijf vriendelijk voor de mensen om je heen.
Dit optreden voelt als het begin van een stevigere doorbraak in Europa. En dat zou volkomen terecht zijn. Na een succesvol jaar waarin ze een platencontract tekende en onlangs nog door Australië tourde met country-icoon Lainey Wilson, lijkt Kaitlin Butts klaar voor een groter publiek. Ze is er meer dan klaar voor.

Kaitlin Butts: gezien op 11 mei in de Tolhuistuin, Amsterdam.